---
title: "Parlementaire vraag 204 · Forfaitaire regelingen inzake inkomstenbelastingen en/of inzake BTW. Verschil in de omzetberekeningen. Herberekening"
description: "Forfaitaire regelingen inzake inkomstenbelastingen en/of inzake BTW. Parlementaire vraag nr. 204 van 18 februari 1985 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/204-forfaitaire-regelingen-inkomstenbelastingen-btw-verschil-f635"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/204-regimes-forfaitaires-contributions-directes-difference-9f60"
---

# Forfaitaire regelingen inzake inkomstenbelastingen en/of inzake BTW. Verschil in de omzetberekeningen. Herberekening · Forfaitaire regelingen inzake inkomstenbelastingen en/of inzake BTW. Verschil in de omzetberekeningen. Herberekening van het omzetcijfer inzake inkomstenbelastingen. Weerslag inzake BTW

**Nummer**

204

**Datum**

18 februari 1985

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

15 paragrafen

**Vr. en Antw., Senaat, 1984-1985, nr. 23 , blz. 1082**

*Forfaitaire regelingen inzake inkomstenbelastingen en/of inzake BTW - Verschil in de omzetberekeningen - Herberekening van het omzetcijfer inzake inkomstenbelastingen - Weerslag inzake BTW*

## **VRAAG**

Wanneer het Bestuur der Directe Belastingen de omzet aanpast door de winstmarge van een bedrijvigheid op een hoger percentage te brengen dan voor de forfaitaire BTW-regeling aanvaard wordt en de belasting inkohiert op grond van het nieuwe bedrag van de omzet, kan het Bestuur van de BTW het bedrag van de omzet blijkbaar niet herzien (ook niet wanneer de belastingplichtige heeft ingestemd met de rechtzetting voor de personenbelasting) als er geen inbreuk gepleegd is op de forfaitaire structuur die ter zake van de bedrijvigheid van de belastingplichtige geldt.

Is dat wel juist?

In de forfaitaire regelingen "textiel" en "kappers" wordt in de "wijze van uitvoering" bepaald dat de ambtenaar die de inkomstenbelasting vaststelt, de forfaitaire regeling mag weigeren als hij vaststelt:

a) dat de werkelijke winst merkelijk hoger is dan de forfaitaire winst;

b) dat de belastingplichtige de voorgeschreven documenten voor de BTW niet geëist of afgegeven heeft voor verrichtingen in verband met zijn bedrijvigheid, of zijn verplichtingen inzake boekhouding en bij te houden documenten niet nagekomen heeft, hoewel de motivering van de weigering sub a niet in de tekst "BTW" voorkomt.

## **ANTWOORD**

In de door het geachte Lid gestelde problematiek dient onderscheid te worden gemaakt naargelang de belastingplichtige niet onderworpen is aan de forfaitaire regeling inzake inkomstenbelastingen doch wel inzake BTW, dan wel voor beide administraties de forfaitaire regeling wordt toegepast.

In het eerste geval kan het omzetcijfer dat inzake inkomstenbelastingen door de taxatieambtenaar werd herberekend, verschillend zijn van het omzetcijfer dat krachtens de inzake BTW vigerende forfaitaire regeling werd bepaald.

In beginsel leidt zulke herberekening niet noodzakelijk tot een herziening van de forfaitair bepaalde omzet, onder het uitdrukkelijk voorbehoud nochtans dat geen enkele van de uitsluitingsclausules opgenomen in de bijzondere bepalingen van de desbetreffende forfaitaire regeling, de toepassing van deze laatste zou uitsluiten, hetgeen ook inzake BTW een herziening van de omzet volgens de herberekende grondslagen van aanslag zou meebrengen.

In het tweede geval dient vooreerst de aandacht van het geachte Lid te worden gevestigd op het feit dat de forfaitaire regelingen inzake BTW en inkomstenbelastingen niet noodzakelijk met elkaar moeten overeenstemmen.

Indien er een verschil in de voor de beide administraties berekende forfaitaire omzet bestaat, dient de omzet inzake BTW slechts in overeenstemming te worden gebracht zo het verschil ten minste 2 pct. bedraagt (z. art. 7, derde lid, van het kon. besl. nr. 2 van 7 november 1969).

Bovendien blijft hetgeen hierboven in het derde lid werd gezegd van toepassing wanneer de inzake inkomstenbelastingen bevoegde taxatieambtenaar de toepassing van de forfaitaire regeling weert, terwijl er volgens de bijzondere bepalingen van de desbetreffende forfaitaire regeling inzake BTW geen redenen voorhanden zijn om de toepassing van het forfait uit te sluiten.
