---
title: "Parlementaire vraag 203 · Aangiften. Verplicht op te nemen handelingen. Voldoening van de belasting"
description: "Aangiften. Verplicht op te nemen handelingen. Voldoening van de belasting. Parlementaire vraag nr. 203 van 15 maart 1983 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/203-aangiften-verplicht-nemen-handelingen-voldoening-115e"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/203-declaration-operations-inscrire-paiement-taxe-e396"
---

# Aangiften. Verplicht op te nemen handelingen. Voldoening van de belasting

**Nummer**

203

**Datum**

15 maart 1983

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

13 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer**

*Aangiften - Verplicht op te nemen handelingen - Voldoening van de belasting*

## **VRAAG**

1\. Is het zo dat de belastingplichtige enkel toegelaten wordt in de vakken 01-02-03-04 van zijn aangifte de belastbare handelingen aan te geven van de periode in kwestie, die overeenstemmen met de boekhoudingsbescheiden?

Is hij gerechtigd voornoemde vakken te verhogen en deze dan het volgend kwartaal terug ervan te verminderen dit ten einde geen BTW te moeten terug ontvangen?

Sommige belastingplichtigen dienen de ene maand of kwartaal BTW terug te ontvangen, de daaropvolgende maand te betalen. Zodoende dient de administratie geen BTW terug te storten.

Hij verzaakt dienvolgens vrijwillig aan de terugbetaling van de BTW en de administratie ontvangt, vervroegd, de verschuldigde BTW. Er is dus geen kwestie van laattijdige BTW-betaling.

2\. I s het de BTW-plichtige toegelaten vervroegd de BTW te betalen?

3\. Is het de BTW-plichtige mogelijk een provisie te storten op zijn rekening en naderhand deze te verrekenen na definitieve vaststelling der belastbare inkomsten?

## **ANTWOORD**

Het geachte Lid gelieve hierna het antwoord te vinden op de gestelde vragen.

1\. De periodieke BTW-aangiften, bedoeld in [artikel 50 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-50) en artikel 16 van het koninklijk besluit nr. 1 van 23 juli 1969 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, moeten slaan op alle door de BTW-reglementering bedoelde handelingen, al of niet belastbaar, die door de belastingplichtigen in uitoefening van hun beroepswerkzaamheid werden verricht gedurende één kalendermaand of één kalenderkwartaal. De dienaangaande in de aangifte vermelde gegevens moeten volledig overeenstemmen met deze die in de gevoerde boekhouding moeten voorkomen.

2 en 3. De verschuldigd geworden belasting moet worden voldaan binnen de in [artikel 50, § 1, 4°, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-50) bedoelde termijn. Daarnaast mogen de belastingplichtigen elke supplementaire betaling, die zij nodig achten, verrichten op de postrekening van de BTW-ontvangsten. De aandacht wordt evenwel gevestigd op het feit dat overeenkomstig [artikel 81, § 2, van het koninklijk besluit nr. 4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-december-betrekking-teruggaven-belasting-toegevoegde-78a7#ar4-art81), van 29 december 1969, met betrekking tot de teruggave inzake belasting over de toegevoegde waarde, het bestaand belastingkrediet na de indiening van de laatste aangifte van een kalenderkwartaal wordt teruggegeven, indien het 25.000 fr. bereikt voor een kwartaalbelastingplichtige en indien het 60.000 fr. bereikt voor een andere belastingplichtige.

## Aangehaalde teksten

2

[WBTW art. 50](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-50) 2 voorkomens

[KB nr. 4 art. 81](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-december-betrekking-teruggaven-belasting-toegevoegde-78a7) 1 voorkomen
