---
title: "Parlementaire vraag 200 · Aftrek. Onttrekking. Privé-doeleinden. Voordeel met een collectief karakter. Voordeel met een privatief"
description: "Aftrek. Onttrekking. Privé-doeleinden. Voordeel met een collectief karakter. Parlementaire vraag nr. 200 van 27 maart 1980 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/200-aftrek-onttrekking-prive-doeleinden-voordeel-f5b3"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/200-droit-deduction-avantage-social-caractere-e488"
---

# Aftrek. Onttrekking. Privé-doeleinden. Voordeel met een collectief karakter. Voordeel met een privatief · Aftrek. Onttrekking. Privé-doeleinden. Voordeel met een collectief karakter. Voordeel met een privatief karakter. Sociaal voordeel. Voordeel van alle aard. Forfaitaire regeling. Geschenk aan het personeel

**Nummer**

200

**Datum**

27 maart 1980

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

19 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, G.Z. 1979-1980 blz. 2359**

*Aftrek - Onttrekking - Privé-doeleinden - Voordeel met een collectief karakter - Voordeel met een privatief karakter - Sociaal voordeel - Voordeel van alle aard - Forfaitaire regeling - Geschenk aan het personeel*

## **VRAAG**

Na de invoering van de zesde E.E.G.-richtlijn werd de BTW-Wetgeving in die zin aangepast dat de aftrekbaarheid van de BTW nog slechts toegestaan wordt op sociale voordelen, die een collectief karakter dragen.

Evenwel stel ik volgende regimes vast:

1\. Geen aftrek wordt toegestaan voor BTW op geschenken en voordelen met een privatief karakter.

2\. De aftrekbaarheid van de BTW over de onttrokken goederen (bijvoorbeeld handelaar in radio- en T.V.-toestellen schenkt een T.V.-toestel als huwelijksgeschenk aan zijn personeelslid) wordt geregeld door de verwerking van een intern stuk " onttrekking voor privé-doeleinden ".

3\. Anders is het voor een belastingplichtige, onderworpen aan de forfaitaire regeling, of een detaillist, onderworpen aan de egalisatiebelasting. In dit geval hoeft er geen BTW betaald te worden.

Kan de heer Minister mij bevestigen of deze verschillende benadering doelbewust is ?

Zo ja, welke was de basisfilosofie ter rechtvaardiging ? Zo neen, welke maatregelen zint de Minister in deze te nemen voor een gelijke benadering van een zelfde materie ?

## **ANTWOORD**

Op grond van de zesde richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting, bepaalt [artikel 12, § 1, 3°, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-12) dat de belasting is verschuldigd wanneer een belastingplichtige aan zijn bedrijf een roerend goed onttrekt voor privé-doeleinden van zijn personeel. Ingevolge deze bepaling dient ten aanzien van de aftrek van de BTW geheven van sociale voordelen een onderscheid te worden gemaakt tussen de voordelen met een collectief karakter en de voordelen met een privatief karakter.

Voor de sociale voordelen met een collectief karakter in het belang van alle personeelsleden, is de BTW geheven van de goederen en diensten die worden gebruikt om die voordelen kosteloos te verstrekken volgens de gewone regels aftrekbaar dit is inzonderheid met inachtneming van [artikel 45, § 3, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45).

Wanneer het echter gaat om sociale voordelen met een privatief karakter, zoals onder meer het overhandigen van een geschenk aan een personeelslid naar aanleiding van een bepaalde gelegenheid, is de BTW die werd geheven van de goederen en diensten die hiervoor worden gebruikt niet aftrekbaar als hun bestemming vooraf is bekend.

In de gevallen echter waarin het onmogelijk is met zekerheid de bestemming te voorzien of deze voor elk voorwerp afzonderlijk te bepalen, of de omvang ervan juist vast te stellen, is de aftrek van de belasting toegestaan, doch is de latere onttrekking aan de BTW onderworpen zoals bepaald in [artikel 12, § 1, 3°, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-12).

Onder de normale BTW-regeling zijn de sociale voordelen met een privatief karakter derhalve met de BTW bezwaard, hetzij door de niet-aftrekbaarheid van de voorbelasting, hetzij door de verschuldigdheid van de belasting bij de onttrekking.

Ten aanzien van de belastingplichtigen onderworpen aan de forfaitaire regeling zijn dezelfde regels van toepassing voor de goederen die van die bijzondere regeling zijn uitgesloten. Voor de goederen die in aanmerking worden genomen voor de toepassing van de forfaitaire regeling dient echter [artikel 12, § 1, 3°, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-12) niet te worden toegepast (koninklijk besluit nr. 2, art. 12, tweede lid) om reden dat deze goederen naarmate van hun aanschaffing systematisch forfaitair worden belast en deze heffing zowel de verkoop van die goederen als hun onttrekking voor privé-doeleinden dekt. De toepassing van bovengenoemde wetsbepaling zou derhalve een dubbele heffing tot gevolg hebben, wat verklaart waarom ze bijgevolg uitdrukkelijk wordt uitgesloten.

Voor de kleine detaillisten onderworpen aan het stelsel van de egalisatiebelasting is de BTW en de egalisatiebelasting, zonder dat enige aftrek mogelijk is, systematisch verschuldigd over alle aankopen van handelsgoederen zodat, zoals onder de forfaitaire regeling, de goederen die worden onttrokken voor privé-doeleinden van het personeel dezelfde belastingheffing ondergaan als wanneer ze werden verkocht. Bijgevolg dient, ter voorkoming van een dubbele heffing, de toepassing van [artikel 12, § 1, 3°, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-12) eveneens te worden uitgesloten (koninklijk besluit nr. 19, art. 11, 1°).

Zowel onder de normale regeling als onder de bijzondere regelingen, die toepasselijk zijn voor de kleine ondernemingen, is de belastingheffing ten aanzien van de onttrekkingen voor privé-doeleinden van het personeel bijgevolg gelijkvormig, niettegenstaande de onderscheiden fiscale technieken waaraan die regelingen onderworpen zijn.

## Aangehaalde teksten

2

[WBTW art. 12](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-12) 4 voorkomens

[WBTW art. 45](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) 1 voorkomen
