---
title: "Parlementaire vraag 2 · Geen vrijstelling van nalatigheidsinteresten bij niet-tijdige betaling"
description: "Geen vrijstelling van nalatigheidsinteresten bij niet-tijdige betaling. Parlementaire vraag nr. 2 van 22 oktober 1982 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/2-geen-vrijstelling-nalatigheidsinteresten-tijdige-betaling-778c"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/2-absence-remise-interets-retard-paiement-f30b"
---

# Geen vrijstelling van nalatigheidsinteresten bij niet-tijdige betaling

**Nummer**

2

**Datum**

22 oktober 1982

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

15 paragrafen

**Vr. en Antw., Senaat**

*Geen vrijstelling van nalatigheidsinteresten bij niet-tijdige betaling*

## **VRAAG**

Krachtens artikel 307 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, mag de directeur der Belastingen, onder door hem bepaalde voorwaarden, vrijstelling verlenen voor alle nalatigheidsinteresten of voor een deel ervan.

Deze bepaling werd ingevoerd door artikel 28 van de wet van 20 augustus 1947 ( Belgisch Staatsblad van 28 augustus 1947).

Deze gunstmaatregel kan ingeroepen worden door belastingplichtigen die in een moeilijke financiële toestand verkeren of die in het algemeen gemak kunnen verkrijgen voor de vereffening van hun belastingschuld, indien de belangen van de Schatkist geen gevaar lopen.

De moeilijkheden van de belastingplichtige moeten echter te wijten zijn aan een oorzaak buiten zijn wil.

Mag ik vernemen waarom dezelfde vrijstelling van nalatigheidsinteresten niet verkregen wordt door BTW-plichtigen vanwege de administratie van de BTW?

Vanwaar komt dit verschil van optreden vanwege twee aanverwante administraties?

## **ANTWOORD**

In tegenstelling tot wat het geval is inzake inkomstenbelastingen waar het door het geachte Lid vermelde artikel 307 uitdrukkelijk voorziet in de mogelijkheid voor de directeur der belastingen om vrijstelling van nalatigheidsinteresten te verlenen, bestaat er ten aanzien van de krachtens [artikel 91, § 1, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91) verschuldigde interest geen enkele wettelijke bepaling welke de BTW-administratie zou toelaten om van de invordering van die interest af te zien.

Wellicht heeft de wetgever bij die verschillende behandeling naargelang van de soort belasting rekening gehouden met de navolgende overwegingen.

In tegenstelling met de inkomstenbelastingen die worden gevestigd in hoofde van de belastingplichtige en door laatstgenoemde ook moeten worden gedragen, is de BTW een eenmalige verbruiksbelasting die door middel van gefractioneerde betalingen in elke fase van het produktie- en distributieproces wordt voldaan.

Dit houdt in dat de BTW in de regel door de klant van de BTW-belastingplichtige wordt gedragen terwijl de rol van laatstgenoemde erin bestaat die belasting aan de Schatkist door de storten onder aftrek van de belasting die werd geheven op de beroepsuitgaven die hij voor de uitoefening van zijn werkzaamheid als belastingplichtige heeft gedaan.

Het is dan ook normaal dat een BTW-belastingplichtige die de aldus berekende belasting niet binnen de daartoe gestelde termijn aan de Staat betaalt, maar eventueel voor andere doeleinden aanwendt, een interest wegens niet-tijdige betaling van de belasting moet betalen.

## Aangehaalde teksten

1

[WBTW art. 91](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91) 1 voorkomen
