---
title: "Parlementaire vraag 1bis · Jaarlijkse opgaven. Zelfstandigen. Boeten"
description: "Jaarlijkse opgaven. Zelfstandigen. Boeten. Parlementaire vraag nr. 1bis van 10 oktober 1972 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1bis-jaarlijkse-opgaven-zelfstandigen-boeten-massart-8522"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/1bis-listing-travailleurs-independants-amendes-massart-7922"
---

# Jaarlijkse opgaven. Zelfstandigen. Boeten

**Nummer**

1bis

**Datum**

10 oktober 1972

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

17 paragrafen

## VRAAG

72/1bis

**Vr. en Antw., Kamer**

*Jaarlijkse opgaven - Zelfstandigen - Boeten*

## **VRAAG**

Naar ik verneem, heeft het bevoegde bestuur, naar aanleiding van het indienen van BTW-lijsten door zelfstandigen die in 1971 met BTW-plichtige handelaars zaken hebben gedaan, een boete opgelegd aan sommige zelfstandigen, die hun lijst weliswaar hadden ingestuurd, maar niet in staat waren tegenover de naam van hun klanten het hun toegewezen inschrijvingsnummer bij de BTW te vermelden.

Mijn inziens ligt het voor de hand dat de schuld niet ligt bij de indieners van de lijsten, die trouwens hun klanten om opgaaf van het BTW-nummer hadden gevraagd, en deed het bestuur er allicht goed aan, de desbetreffende reglementering te versoepelen, althans ten aanzien van de eerste reeks in te sturen lijsten.

Voorts lijkt het mij onvoorstelbaar dat het bestuur tijdens de jaarlijkse vakantie boeten oplegt en verwijlinterest vordert van belastingplichtigen die, ter voldoening aan de wetsbepalingen, de storting op 20 juli hebben verricht, maar, zoals bepaald was, de aangifte eerst op 10 of op 11 augustus hebben ingezonden.

Het bestuur kent de belastingplichtigen die speling toe voor het inzenden van de aangifte, onder voorbehoud dat het bedrag in ieder geval voor de 20ste van de maand vereffend wordt.

Aangezien de vakantieperiode een feit is, ligt het voor de hand dat de BTW-plichtigen, om de verschuldigde som in haar geheel te kunnen betalen, het bedrag hiervan op grond van hun aangifte moeten kennen en dat dit bedrag eerst juist kan worden berekend aan de hand van de aangifte voor de BTW.

De maatregelen die het bestuur ter zake heeft genomen, komen mij volkomen onlogisch voor.

Hoe staat U tegenover mijn beschouwingen?

## **ANTWOORD**

De gestelde vraag heeft tegelijkertijd betrekking op de jaarlijkse listing van de afnemers-BTW-belastingplichtigen en op de betaling van de BTW tijdens de periode van de jaarlijkse vakantie.

1° Listing van de afnemers-BTW-belastingplichtigen. Ten einde rekening te houden met de moeilijkheden die eigen zijn aan het eerste jaar van toepassing van de BTW heeft de administratie aangenomen dat, voor 1971, de leveranciers, die ondanks al hun inspanningen en hun opzoekingen - vooral in het Jaarboek van de belastingplichtigen - het registratienummer van bepaalde afnemers niet hebben kunnen bekomen, afzonderlijke opgaven indienen. De ene opgave diende aan de wettelijke vereisten te voldoen en de andere diende de afnemers te bevatten die niet aangeduid waren door hun registratienummer.

2° Betaling van de BTW gedurende de periode van de jaarlijkse vakantie. Om redenen van thesaurie heeft men de datum van betaling van de BTW op 20 juli moeten handhaven t.a.v. de belastingplichtigen die gebruik maken van de verlenging van de termijn van indiening van hun aangifte tot 11 augustus.

Deze belastingplichtigen moesten het bedrag van de belasting bepalen dat ze normaal verschuldigd zouden zijn rekening gehouden onder meer met de voor de overeenstemmende periode van 1971 gedane betalingen en, voor deze onder hen die gehouden zijn tot het indienen van kwartaalaangiften, met de maandelijkse voorschotten van de twee voorafgaande maanden.

Indien de betaling die op 20 juli verricht wordt onvoldoende is t.a.v. het bedrag van de belasting die werkelijk verschuldigd is, wordt geen interest noch boete gevorderd wanneer deze ontoereikendheid minder dan 9000 F. bedraagt.
