Europese richtlijnen. aftrek van voorbelasting. werknemer. vervoermiddelen · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

197 15 februari 2012

Zoeken

Europese richtlijnen. aftrek van voorbelasting. werknemer. vervoermiddelen

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/197-europese-richtlijnen-aftrek-voorbelasting-werknemer-bb93

Nummer
197
Datum
15 februari 2012

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

11 paragrafen

Vragen en Antwoorden, Kamer 2011-2012, nr. 57 d.d. 19.03.2012, blz. 150

Europese richtlijnen

Aftrek van voorbelasting

Werknemer

Vervoermiddelen

VRAAG

1. Kan uw administratie meedelen op grond van welke bepaling van het Btw-Wetboek, van een Europese richtlijn of arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie de kosten voor het woon-werkverkeer die ten laste worden genomen door de werkgever en dus opgenomen zijn in de kostprijs van de door hem geleverde goederen en verleende diensten, niet worden gebruikt voor het verrichten van belaste handelingen zoals bedoeld in artikel 45, § 1, 1°, van het Btw-Wetboek en dus niet aftrekbaar zijn?

2. Kan de btw op het woon-werkverkeer per trein of met andere vormen van openbaar vervoer door de werkgever worden afgetrokken?

ANTWOORD

(van de heer Vanackere, Vice-eersteminister en minister van Financiën en Duurzame Ontwikkeling, belast met Ambtenarenzaken)

1. Uit de arresten C-258/95 van 16 oktober 1997 (Julius Fillibeck Söhne) en C-118/11 van 16 februari 2012 (Eon Aset Menidjmunt OOD) van het Hof van Justitie van de Europese Unie blijkt dat, in normale omstandigheden, het gratis vervoer van werknemers tussen hun woonplaats en hun plaats van tewerkstelling, waarvoor de werkgever instaat, de privédoeleinden van de werknemers en dus andere dan bedrijfsdoeleinden dient. Het Hof stelt immers dat het normalerwijze aan de werknemer is om zijn woonplaats te kiezen, waarbij hij in voorkomend geval rekening houdt met zijn plaats van tewerkstelling, die bepalend is voor de lengte van het traject en voor de aard van het vervoermiddel dat hij van plan is te gebruiken. De werkgever bemoeit zich niet met deze keuzes, aangezien de werknemer gewoon verplicht is op de overeengekomen uren op zijn plaats van tewerkstelling aanwezig te zijn. Het Hof bevestigt echter dat een vervoer niet verricht is voor andere dan bedrijfsdoeleinden indien de behoeften van de onderneming, in bijzondere omstandigheden, eisen dat het vervoer van de werknemers wordt verzorgd door de werkgever. Dit is het geval indien enkel de werkgever een passend vervoermiddel kan verstrekken of indien de plaats van tewerkstelling niet vaststaat maar verandert. Het Hof bevestigt eveneens dat het feit dat de vervoerdiensten worden verstrekt ingevolge een collectieve arbeidsovereenkomst een aanwijzing is dat het vervoer niet wordt verzorgd voor andere dan bedrijfsdoeleinden.

2. Overeenkomstig hetgeen voorafgaat en punt 353 van de Btw-handleiding, te consulteren op FisconetPlus, kan de aftrek van de belasting die geheven werd van de werkelijke kosten die een werkgever draagt voor de verplaatsingen van zijn personeel door middel van gemeenschappelijke vervoermiddelen worden toegestaan in de mate waarin de werkgever verplicht is daarin bij te dragen op grond van de sociale wetgeving of overeenkomstig de paritaire overeenkomsten die ter uitvoering van die wetgeving werden getroffen.

Aangehaalde teksten

3