Vr. en Antw., Kamer
Bewijskracht van een vereenvoudigde boekhouding
VRAAG
De Regering heeft de voorkeur eraan gegeven de ondernemingshoofden van kleine en middelgrote ondernemingen althans tijdens het actief bestaan daarvan, tot naleving van de wet van 17 juli 1975, met betrekking tot de boekhouding en jaarrekeningen van de ondernemingen, aan te sporen via de toekenning van fiskale voordelen liever dan door toepassing van de straffen voorzien bij artikel 17 van die wet, dat artikel 574 van het Wetboek van Koophandel heft.
Ik wens te vernemen welke kracht van bewijs nog kan worden toegekend aan een boekhouding die geoorloofd is dus "bij koninklijk besluit te omschrijven verantwoordingstukken", en vereenvoudigd zoals bedoeld bij artikelen 5 en 6 van voornoemde wet. Die vraag geldt zowel voor de betrekkingen met de administratie van belastingen, aangezien op dat stuk geen onderscheid werd gemaakt (cf. parlementair document nr. 436, nr. 2, blz. 15,Senaat, 1974-1975).
Is de commentaar aangaande het bijhouden van een boekhouding met toepassing van artikelen 5 en 6 en betreffende de daaruit voortvloeiende bewijskracht (zie dienaangaande parlementair document, nr. 436, nr. 2, blz. 15) niet in strijd met artikel 18 van de wet, wat artikel 20 van het Wetboek van Koophandel wijzigt en de rechter ter zake opnieuw een zekere vrijheid van beoordeling toekent?
ANTWOORD
De wet van 17 juli 1975 heeft noch de belastingwetgeving, noch de wijze waarop het bewijs in die aangelegenheid wordt geleverd, gewijzigd.
Zowel op het stuk van de inkomstenbelastingen als inzake BTW is het niet onontbeerlijk dat een boekhouding, om als voldoende te worden aangenomen, strikt aan de wil van de wet op de boekhouding en aan de vereisten van de boekhoudtechniek voldoet. Een boekhouding wordt aanvaard indien de boeken worden gestaafd door bewijskrachtige bescheiden en indien het geheel kan worden beschouwd als voldoende controleerbaar, oprecht en juist om de belastbare winst nauwkeurig vast te stellen.
De bewijskracht van een boekhouding wordt dus beoordeeld in het licht van de feitelijke toestand en zij is overigens meer afhankelijk van de inhoud dan van de vorm van de boekhouding. In dat opzicht wordt een vereenvoudigde boekhouding, gevoerd overeenkomstig de artikelen 5 en 6 van de wet van 17 juli 1975 met betrekking tot de boekhouding en de jaarrekeningen van de ondernemingen, op het stuk van de belastingen a priori op dezelfde voet geplaatst als een volledige boekhouding.
Deze principes blijven van toepassing voor de taxatieprocedure.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.