Toepassing van btw. Intracommunautaire levering van voertuigen aan Luxemburg · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

191 7 maart 2013

Zoeken

Toepassing van btw. Intracommunautaire levering van voertuigen aan Luxemburg

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/191-toepassing-btw-intracommunautaire-levering-voertuigen-1618

Nummer
191
Datum
7 maart 2013

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

18 paragrafen

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2013-2014, QRVA 53/158 d.d. 25.04.2014, blz. 183

Toepassing van btw. - Intracommunautaire levering van voertuigen aan Luxemburg.

VRAAG

Op 27 april 2012 heeft het Hof van Cassatie een arrest gewezen over een geschil over de vrijstellingsregeling die van toepassing is op intracommunautaire verrichtingen met betrekking tot de verkoop van voertuigen aan leasingmaatschappijen die in Luxemburg gevestigd zijn.

Een vennootschap die een kleinhandel in voertuigen uitbaatte, leverde voertuigen aan een in Luxemburg gevestigde leasingmaatschappij.

De facturen met betrekking tot die verkopen werden opgesteld door de verkopende vennootschap, zonder toepassing van btw.

Bij een latere controle heeft de btw-administratie vastgesteld dat die leveringen onterecht werden vrijgesteld van btw. Volgens de administratie had de vennootschap immers geen bewijs geleverd van het vervoer van de goederen vanuit België naar Luxemburg, met het oog op duurzame leveringen in het land van bestemming.

De kwestie van de duurzaamheid van de levering is duidelijk cruciaal in dit dossier.

De administratie had cassatieberoep ingesteld tegen de beslissing van het hof van beroep te Luik, dat de autodealers in het gelijk had gesteld op grond van het argument dat het rechtscollege waarbij het geschil aanhangig was gemaakt, in concreto diende te oordelen of het bewijs van het vervoer en de verzending van de betrokken voertuigen was geleverd. Het hof van beroep heeft vastgesteld dat de concessiehouder in zijn dossier de bewijsstukken in verband met de uitvoer van de voertuigen naar Luxemburg had neergelegd. Het ging onder meer om:

- de vignetten van de douanediensten; - de inschrijvingsbewijzen in Luxemburg; - documenten uitgaande van de Luxemburgse technische keuring.

De administratie is van oordeel dat de in artikel 39bis van het btw-Wetboek bedoelde vrijstelling (die strikt moet worden uitgelegd en toegepast, omdat ze afwijkt van het gemeen recht) niet is toegestaan wanneer de verzending naar een andere lidstaat een kunstgreep is die in feite het voornemen of de wil van de partijen verhult om een voertuig ter beschikking te stellen van een gebruiker die is gevestigd in de lidstaat van verzending van dat voertuig.

Het Hof van Cassatie heeft de redenering van de administratie niet gevolgd en was van oordeel dat, overeenkomstig de in artikel 39bis van het btw-Wetboek vereiste bewijsvoering, de concessiehouder de duurzaamheid in de export die concrete vorm krijgt door het normale daadwerkelijke gebruik van het goed in de lidstaat van bestemming, zoals gewenst door de Belgische Staat, niet hoefde aan te tonen. Dat criterium zou een toepassingsvoorwaarde toevoegen aan artikel 39bis van het btw-Wetboek, dat de plaats van bestemming van het voertuig voorschrijft, en niet het gebruik dat ervan wordt gemaakt.

Uiteraard is die conclusie bijzonder belangrijk in het kader van overdrachten van voertuigen tussen lidstaten.

1. Bovenstaande rechtspraak brengt in de eerste plaats een lacune in ons rechtssysteem aan het licht, die de deur openzet voor bepaalde misbruiken, waarbij de Schatkist ten opzichte van de normale economische werking ontvangsten misloopt. Welke maatregelen overweegt u te nemen om die ongewenste effecten te voorkomen? 2. Quels sont les contacts pris avec les autorités luxembourgeoises pour tenter de trouver une solution à ces pratiques fiscales pénalisantes pour la Belgique? 2. Werd er al overleg gepleegd met de Luxemburgse autoriteiten om te trachten een oplossing te vinden voor die voor België nadelige fiscale praktijken?

ANTWOORD

(van de minister van Financiën, belast met Ambtenarenzaken)

Het arrest van 27 april 2012 van het Hof van Cassatie waarnaar het geachte lid verwijst, heeft betrekking op feiten daterend van de jaren 2000 en 2001. In die periode vonden de diensten met betrekking tot de verhuur op lange termijn van vervoermiddelen, overeenkomstig artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek, plaats daar waar de dienstverrichter de zetel van zijn economische activiteit had gevestigd, waardoor de btw in Luxemburg verschuldigd was. Gelet op het lagere Luxemburgse btw-tarief en het ontbreken van een beperking van het recht op aftrek in de Luxemburgse wetgeving, was een leasingconstructie waarnaar het geachte lid verwijst destijds zinvol voor de leasingnemer.

Sinds 1 januari 2010 wordt de lange termijn verhuur van vervoersmiddelen echter geacht plaats te vinden daar waar de belastingplichtige afnemer gevestigd is, in casu in België. Met ingang van 1 januari 2013 is dat principe ook toepasselijk op de gevallen waarin de afnemer een particulier is.

Gelet op deze nieuwe plaatsbepalingsregels is een beroep op de voormelde leasingconstructie veel minder aantrekkelijk en is het risico op misbruik dus ook automatisch veel kleiner.

Aangehaalde teksten

2
WBTW art. 39bis3 voorkomens
WBTW art. 211 voorkomen