---
title: "Parlementaire vraag 19026 · De Btw-operaties van de autonome gemeentebedrijven"
description: "De Btw-operaties van de autonome gemeentebedrijven, autonoom gemeentebedrijf. Parlementaire vraag nr. 19026 van 16 juli 2013 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/19026-btw-operaties-autonome-gemeentebedrijven-mondelinge-9d64"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/19026-operations-tva-regies-communales-autonomes-51e0"
---

# De Btw-operaties van de autonome gemeentebedrijven

**Nummer**

19026

**Datum**

16 juli 2013

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

9 paragrafen

**Kamer, Integraal verslag - Commissie voor de Financiën, 2012-2013,** **CRIV 53 COM 807 d.d. 16.07.2013, blz. 2**

*De Btw-operaties van de autonome gemeentebedrijven*

## **VRAAG**

Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister, het zal u niet onbekend zijn dat veel gemeenten gebruikmaken van autonome gemeentebedrijven om investeringen en vastgoed te ontwikkelen en te financieren. Naast een aantal praktische voordelen is de voornaamste motivatie voor deze werkwijze de fiscaal gunstige regeling die ze hierdoor kunnen verkrijgen, in het bijzonder met betrekking tot de btw. Gemeenten maken zo onder meer gebruik van huur- en leasingconstructies, waardoor voor de bouw van een project de hele voorbelasting in aftrek wordt gebracht, terwijl aan de andere kant een slechts zeer beperkt bedrag aan belastingen zal worden geheven, gespreid over een vijftiental jaren.

Bij de invoering van het begrip "misbruik in de btw-wetgeving" werd expliciet verwezen naar het opzetten van autonome gemeentebedrijven als een vorm van misbruik. Zie daarvoor ook de parlementaire stukken van de Kamer 2005-2006 51/2517 op bladzijde 14. Omdat die huurconstructies een beetje moeilijker worden, gaan sommige gemeenten over tot het oprichten van bedrijvencentra, waarbij het te bouwen project vergroot wordt met een aantal vierkante meters en het niet door de gemeente benutte deel op de markt wordt aangeboden als bedrijvencentrum. Volgens mij kunnen opnieuw ernstige vragen gesteld worden bij de aard van dit soort operaties. Mijnheer de minister, bevestigt u de zojuist beschreven gedachtegang in verband met het te huur stellen van gebouwen door een autonoom gemeentebedrijf? Is dit te beschouwen als misbruik? Wat is de visie van de minister op deze nieuwe soort van constructie met bedrijvencentra die her en der worden opgezet? Is dit te beschouwen als een misbruik ten opzichte van de btw-wetgeving? Is de administratie, met name de rulingdienst, grondig op de hoogte van de zienswijze van de minister dienaangaande? Op welke wijze is hij hiervan op de hoogte gebracht?

## **ANTWOORD**

( de heer Koen Geens, minister van Financiën, belast met ambtenarenzaken)

Mevrouw de voorzitter, mijnheer Vandeput, de eerste situatie die u beschrijft, is deze waarin een gemeente als leasinggever met een autonoom gemeentebedrijf een overeenkomst van onroerende financiering sluit waarbij het autonoom gemeentebedrijf het gebouw onmiddellijk terug in huur geeft aan de gemeente. Het kwam in het verleden inderdaad voor dat er een wanverhouding ontstond tussen de btw die de gemeente in aftrek bracht en de btw die het AGB betaalde op de periodieke leasevergoedingen. Deze wanverhouding werd echter vanaf 2005 aangepakt door een aanpassing van het KB nr. 30 inzake onroerende leasing. Dit koninklijk besluit bepaalt sindsdien dat de som van de periodieke huurprijzen binnen de vijftien jaar de leasinggever moet toelaten het door hem geïnvesteerde kapitaal opnieuw samen te stellen. In de situatie waarbij een AGB de onbenutte gebouwen of delen van gebouwen ter beschikking van derden stelt, is de vraag vooral of de handeling moet worden aangemerkt als een vrijgesteld onroerend verhuur waarvoor geen recht op aftrek ontstaat of daarentegen als een belaste terbeschikkingstelling. Om te beoordelen wanneer de activiteit als de activiteit van een bedrijvencentrum, met name een belaste terbeschikkingstelling, kan worden aangemerkt, dient de administratieve circulaire van 27 september 2005 als leidraad te worden gebruikt. Bij de beoordeling van het al dan niet aanwezig zijn van fiscaal misbruik houden de Dienst Voorafgaande Beslissingen en de fiscale administratie, zoals door de rechtspraak van het Europees Hof van Justitie inzake de toepassing van de antimisbruikbepalingen is voorgeschreven, steeds rekening met de feitelijke omstandigheden in ieder dossier. Een algemeen antwoord strookt dan ook niet met de rechtspraak van het Europees Hof. Indien u evenwel een specifiek geval beoogt, nodig ik u uit het aan mijn administratie voor te leggen.

## **CONCLUSIE**

( de heer Steven Vandeput )

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord, dat evenwel niet erg verhelderend is. Ik zal u echter aan uw laatste opmerking houden. Ik zal het specifieke geval dan ook met uw diensten bespreken.
