De toepassing van het btw-tarief van 6 % op garages · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

187 25 april 2025

Zoeken

De toepassing van het btw-tarief van 6 % op garages

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/187-toepassing-btw-tarief-garages-klein-5f92

Nummer
187
Datum
25 april 2025

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

33 paragrafen

Parlementaire vraag nr. 187 van de heer Werner Somers d.d. 25 april 2025

Kamer, Beknopt verslag – Commissie voor Financiën en Begroting, 2024-2025, CRIV 56 COM 015 d.d. 02.06.2025 blz. 201

Vraag nr. 187 van De heer volksvertegenwoordiger Werner Somers van 25 april 2025 (N.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën en Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en de Federale Culturele Instellingen:

De toepassing van het btw-tarief van 6 % op garages die voor een klein deel worden gebruikt om tuingerief op te bergen.

VRAAG

Krachtens artikel 1, 1°, van koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven wordt de belasting over de toegevoegde waarde geheven tegen een tarief van 6 % voor de goederen en diensten die worden aangewezen in tabel A van de bijlage bij dat besluit.

In tabel A, rubriek XXXI, § 1, van voormelde bijlage is bepaald dat het werk in onroerende staat en de andere handelingen als bedoeld in § 3 van dezelfde rubriek worden onderworpen aan het verlaagde tarief van 6 % indien - onder meer - de volgende voorwaarden cumulatief vervuld zijn:

- de handelingen beogen de omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling of het onderhoud, met uitsluiting van de reiniging, van een woning;

- de handelingen hebben betrekking op een woning die, na de uitvoering ervan, uitsluitend of hoofdzakelijk wordt gebruikt als privéwoning;

- de handelingen worden verricht aan een woning waarvan de eerste ingebruikneming heeft plaatsgevonden in een kalenderjaar dat ten minste tien jaar voorafgaat aan de eerste factuur met betrekking tot die handelingen;

- de handelingen worden verstrekt en gefactureerd aan een eindverbruiker.

In afdeling 4, hoofdstuk 8 ("Werk in onroerende staat met betrekking tot privéwoningen"), C, onder d), van de Btw-Commentaar lezen we over "werken met betrekking tot garages" onder meer het volgende:

"Op zich zijn garages geen woningen die worden gebruikt als huisvesting. De eraan verrichte onroerende handelingen zijn derhalve principieel onderworpen aan het tarief van 21 %.

Dit is evenwel niet het geval wanneer een garage geïntegreerd is in een woning of wanneer, zelfs indien ze er niet aan grenst, ze deel uitmaakt van de woning door het onmiddellijke nut dat ze voor de eigenaar (of zijn huurder) meebrengt. In een dergelijk geval kan het btw-tarief van 6 % van toepassing zijn zelfs voor de oprichting van deze garage die beschouwd wordt als zijnde een verbetering aan de woning waarbij zij nauw samen hoort."

De Btw-Commentaar zegt niets over het geval waarin een bijgebouw, dat uitsluitend vergund is als garage en dat in principe voldoet aan de voorwaarden voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief van 6 %, voor een (klein) deel daadwerkelijk wordt gebruikt als bergruimte, namelijk voor het opbergen van tuingerief. Hieruit lijkt te mogen worden afgeleid dat in een dergelijk geval het verlaagde tarief wordt toegepast op het volledige bijgebouw, zonder dat het gedeelte wordt uitgesloten dat niet wordt gebruikt voor het stallen van voertuigen en fietsen, maar bijv. voor het opbergen van tuingerief.

In een concreet geval kreeg een eindverbruiker uit Ninove evenwel een regularisatieopgave toegezonden omdat volgens de bevoegde ambtenaar het verlaagde tarief van 6 % ten onrechte was toegepast op een uitsluitend als garage vergund bijgebouw in zijn geheel. De betrokken ambtenaar was van mening dat het tarief van 6 % niet had mogen worden toegepast op het gedeelte van het bijgebouw dat betrekking heeft op de opbergruimte. Omdat het bijgebouw niet alleen wordt gebruikt voor het opbergen van tuinmateriaal, maar ook voor het stallen van voertuigen en rijwielen, zal slechts één derde van de aan het bijgebouw verrichte werken onderworpen worden aan het normale btw-tarief van 21 %.

1. Bestaat er een wettelijke grondslag om een uitsluitend als garage vergund bijgebouw, dat slechts voor een (klein) deel wordt gebruikt voor het opbergen van tuingerief, aan het normale btw-tarief te onderwerpen voor wat betreft het gedeelte van de garage dat feitelijk wordt gebruikt als opbergruimte?

2. Speelt het voor de beantwoording van punt 1 een rol of het gedeelte van de garage dat als opbergruimte wordt gebruikt, al dan niet fysiek is afgescheiden van de rest van de garage? Speelt het met andere woorden een rol of de garage al dan niet fysiek is onderverdeeld of gecompartimenteerd naargelang van het beoogde gebruik?

3. Indien het antwoord op punt 1 bevestigend luidt, geldt dit dan ongeacht het procentuele aandeel van het gebruik van de garage als opbergruimte? Moet het gebruik van de garage als opbergruimte met andere woorden minstens een bepaald percentage bedragen?

4. Indien het antwoord op punt 1 bevestigend luidt, hoe bepaalt de btw-administratie dan het procentuele aandeel van het gebruik van de garage als opbergruimte met het oog op het onderwerpen van dit gedeelte aan het tarief van 21 %? Zullen daartoe opmetingen worden verricht? Zo ja, wanneer zullen die opmetingen worden verricht, in aanmerking genomen dat het feitelijke gebruik van een als garage vergund bijgebouw kan evolueren in de tijd en per definitie een momentopname is?

5. Indien het antwoord op punt 1 bevestigend luidt, zal de btw-administratie dan voortaan systematisch controleren hoe bijgebouwen die uitsluitend als garage vergund zijn, effectief worden gebruikt? Op welk tijdstip zal deze controle worden verricht, mede in aanmerking genomen dat het feitelijke gebruik van een als garage vergund bijgebouw kan evolueren in de tijd en per definitie een momentopname is? Hoe kan de btw-administratie op dat tijdstip het toekomstige effectieve gebruik voorspellen bij gebreke van elementen die wijzen op de intenties van de bouwheer op dit vlak?

6. Indien het antwoord op punt 1 ontkennend luidt, zult u dan maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de btw-administratie de toepassing van het verlaagde btw-tarief van 6 % op uitsluitend als garage vergunde bijgebouwen voortaan correct toepast?

ANTWOORD

van de vice-eersteminister en minister van Financiën en Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en de Federale Culturele Instellingen van 02 juni 2025, op de vraag nr. 187 van De heer volksvertegenwoordiger Werner Somers van 25 april 2025 (N.):

1 tot 4. Het voordeel van het verlaagd btw-tarief van 6 % voor verbouwingen is overeenkomstig de bepalingen van rubriek XXXI, van tabel A, van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 inzake btw-tarieven, strikt voorbehouden aan onroerende handelingen die betrekking hebben op de eigenlijke privéwoning.

Garages worden op zich niet beschouwd als woonruimtes. Ze kunnen echter wel worden aangemerkt als een bestanddeel van de eigenlijke privéwoning wanneer ze erin zijn geïntegreerd of wanneer, zelfs indien ze er niet aan grenzen, ze er deel van uitmaken door het onmiddellijke nut die zij voor de eigenaar of de huurder van de woning meebrengen. Het is slechts in die mate dat het tarief van 6 % van toepassing kan zijn op de onroerende handelingen met betrekking tot garages.

Tuinhuisjes daarentegen vormen een aanhorigheid van de tuin en hebben geen enkel rechtstreeks verband met het gebruik van de privéwoning. Onroerende handelingen met betrekking tot tuinhuisjes zijn daarom onderworpen aan het normale btw-tarief van 21 %.

Wanneer een gebouw zowel een garage-als tuinberging functie vervult, betreft het steeds een feitenkwestie die geval per geval moet worden beoordeeld.

In de veronderstelling dat handelingen die aan verschillende tarieven zijn onderworpen in rekening worden gebracht tegen een globale prijs is de dienstverrichter in de regel gehouden de prijs te splitsen voor de heffing van de belasting.

Dit is bijv. het geval bij renovatiewerken aan een gebouw waarbij de tuinberging een afzonderlijk functionele ruimte inneemt. Gebeurt die splitsing niet (bijv. op basis van een oppervlaktecriterium), dan is de heffing slechts regelmatig indien het geheel wordt belast tegen het hoogste toepasselijke tarief.

Indien het daarentegen bijv. zou gaan om een gebouw waarvan de ruimte bestemd en gebruikt wordt als garage, maar die ruimte daarnaast bijkomend dienst doet als opbergruimte voor tuingerief, is een opsplitsing niet vereist. In dat geval kan het verlaagd tarief van 6 % op het geheel van toepassing zijn, mits het hoofdzakelijk nut van de ruimte in verband staat met het privégebruik van de woning.

Aangezien het in uw vraag een concreet geval betreft en elk dossier op zich moet worden beoordeeld, ben ik vanzelfsprekend bereid dit te laten onderzoeken door de centrale administratie.

5 en 6. De voorwaarden voor de toepassing van het verlaagd btw-tarief moeten minstens voldaan zijn na uitvoering van de werken. Om te beoordelen of de aanwending van het gebouw het verlaagd btw-tarief op definitieve wijze rechtvaardigt dient men zich, in principe, te houden aan het eerste gebruik van het gebouw na de uitvoering van de werken. Nochtans, indien deze eerste aanwending toevallig, van korte duur en strijdig was met de normale bestemming van het gebouw, zoals dit werd ontworpen, is het niet uitgesloten dat, na onderzoek van ieder geval afzonderlijk, men rekening zal houden met de daaropvolgende meer betekenisvolle aanwending.

De administratie doet gerichte controles in uitvoering van het intern controlebeleid dat onder meer als doel heeft iedereen op fiscaal gebied gelijk te behandelen.

Aangehaalde teksten

1
KB nr. 20 art. 11 voorkomen

Administratieve doctrine

1

« … ze voor de eigenaar (of zijn huurder) meebrengt. In een dergelijk geval kan het btw-tarief van 6% van toepassing zijn zelfs voor de oprichting van deze garage die beschouwd wordt als zijnde een verbetering aan de woning waarbij zij nauw samen hoort (zie de schriftelijke parlementaire vraag nr. 187 van de heer Volksvertegenwoordiger Werner Somers van 25.04.2025 ). Ook de levering met plaatsing van een motor en geleidingsrail (aan het plafond) kunnen in aanmerking komen voor het verlaagde btw-tarief. De ter gelegenheid van dit werk in onroerende staat boven de poort gemonteerde radar en de meegeleverde zendapparaten … »

Tarieven van de belasting (01.11.2025)Administratieve commentaar12.11.2025

Bekijk het document