---
title: "Parlementaire vraag 182 · Verkoop van tweedehandse personenauto&#x27;s. Maatstaf van heffing"
description: "Verkoop van tweedehandse personenauto's. Maatstaf van heffing. Parlementaire vraag nr. 182 van 20 juni 1975 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/182-verkoop-tweedehandse-personenauto-maatstaf-heffing-c6d0"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/182-vente-voitures-occasion-base-perception-a397"
---

# Verkoop van tweedehandse personenauto's. Maatstaf van heffing

**Nummer**

182

**Datum**

20 juni 1975

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

14 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer**

*Verkoop van tweedehandse personenauto's - Maatstaf van heffing*

## **VRAAG**

Het koninklijk besluit nr. 17 van 20 juli 1970, artikel 3, § 1, bepaalt de maatstaf van BTW-heffing bij verkoop van tweedehandse personenauto's.

Krachtens § 2 van dit artikel 3 komt als catalogusprijs in aanmerking "de laatste catalogusprijs die vastgesteld werd voor het stopzetten van de verkoop van nieuwe personenauto's van hetzelfde type of voor het vaststellen van een liquidatieprijs".

Zeker in de huidige omstandigheden lijkt mij dit onlogisch, vermits het niet alleen mogelijk is maar zelfs vrij zeker dat de laatste catalogusprijs hoger ligt dan die welke voor de eerste BTW-berekening in aanmerking kwam.

Als voorbeeld: Iemand koopt een wagen tegen 100.000 fr. catalogusprijs. Na verloop van één jaar wordt de wagen verkocht en krachtens artikel 3, § 1, moet de BTW berekend worden op 50% van de catalogusprijs, zijnde in dit geval op 50.000 fr.

Nochtans, indien ondertussen het zelfde type van wagen in prijs gestegen is, en de laatste catalogusprijs bv. 110.000 fr. beloopt, dan is krachtens artikel 3, § 2, de BTW verschuldigd op 50% van 110.000 fr., zijnde in dit geval op 55.000 fr. i.p.v. 50.000 fr.

Het komt mij voor dat de overheid door deze maatregel als het ware de inflatie voorziet.

Meent de heer Minister niet dat derhalve de juiste objectieve en billijke maatstaf de catalogusprijs is die op de oorspronkelijke faktuur als basis gold voor de BTW-heffing?

## **ANTWOORD**

De maatstaf van heffing waarover bij de verkoop van een tweedehandse personenwagen de verschuldigde BTW dient te worden berekend, is gelijk aan de prijs verhoogd met de lasten die door de verkoper aan de koper worden opgelegd.

Bij verkoop aan een gebruiker mag de aldus vastgestelde maatstaf niet lager zijn dan een fractie van de catalogusprijs van de verkochte wagen.

Voor het berekenen van deze minimummaatstaf van heffing dient inderdaad die catalogusprijs in aanmerking te worden genomen welke van kracht was op de datum van de verkoop van de tweedehandswagen en niet die welke gold op datum van de eerste verkoop van dezelfde wagen. Door de BTW-Administratie wordt thans opnieuw onderzocht of het al dan niet aangewezen is deze voorkeur te behouden.

## Administratieve doctrine

1

[Parlementaire vragen 1](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/182-verkoop-tweedehandse-personenauto-maatstaf-heffing-c6d0/documenten?type=parlementaire-vragen)

« VRAAG 76/139 Vr. en Antw., Senaat Verkoop van tweedehandse personenauto's - Maatstaf van heffing VRAAG Als antwoord op een parlementaire vraag nr. 182 d.d. 20 juni 1975 Z. Revue nr. 22, blz. 337, nr. 6, art. 35, B.T.W.-Wetboek. van de geachte volksvertegenwoordiger De Vidts , heeft de geachte Minister geantwoord dat de administratie de kwestie van de te gebruiken catalogusprijs aan een nieuw onderzoek zou onderwerpen. Mag … »

[Verkoop van tweedehandse personenauto's. Maatstaf van heffing](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/139-verkoop-tweedehandse-personenauto-maatstaf-heffing-586c) Parlementaire vraag 18.06.1976

[Bekijk het document](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/182-verkoop-tweedehandse-personenauto-maatstaf-heffing-c6d0/documenten)
