Verlaagd btw-tarief enige en eigen woning, Inbreng huwelijksgemeenschap · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

1798 5 december 2023

Zoeken

Verlaagd btw-tarief enige en eigen woning, Inbreng huwelijksgemeenschap

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1798-verlaagd-btw-tarief-enige-eigen-0d43

Nummer
1798
Datum
5 december 2023

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

16 paragrafen

Parlementaire vraag nr. 1798 van de heer Wouter Beke d.d. 05.12.2023

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2023-2024, QRVA 55/134 d.d. 24.05.2024, blz. 167

Vraag nr. 1798 van De heer volksvertegenwoordiger Wouter Beke van 05 december 2023 (N.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding:

Verlaagd btw-tarief enige en eigen woning. - Inbreng huwelijksgemeenschap.

VRAAG

Volgens artikel 1quater, § 3 van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 genieten belastingplichtigen bij de aankoop van de enige en eigen woning een verlaagd btw-tarief. Momenteel bereiken ons berichten van gehuwde koppels wiens casus als volgt valt samen te vatten.

Voorafgaand aan het huwelijk doet één van de echtgenoten een aankoop van een enige en eigen woning onder voornoemd verlaagd btw-tarief. Een paar jaar later wordt dit onroerend goed, ter gelegenheid van het huwelijk, in een huwelijksgemeenschap ingebracht. Hierop oordeelt de fiscus dat niet langer voldaan is aan de voorwaarden van het verlaagd btw-tarief en wordt de btw-korting teruggevorderd.

1. Hoe beoordeelt u dit handelen van de administratie?

2. Bent u van oordeel dat de administratie enige tolerantie aan de dag zou kunnen leggen indien men door het huwelijk met inbreng van een andere woning in de gemeenschap mede-eigenaar wordt van een andere woning, om zo nog onder het verlaagde btw-tarief te kunnen vallen?

ANTWOORD

van de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding van 08.05.2024:

Naar aanleiding van de tijdelijke relancemaatregel inzake afbraak en heropbouw werd op de website van de FOD Financiën "Praktische toepassingsgevallen met betrekking tot het tijdelijke verlaagd btw-tarief voor afbraak en heropbouw van woningen op het hele Belgische grondgebied en de levering ervan' gepubliceerd. Een van de FAQ's, namelijk FAQ 7.3. betreft de door u geviseerde situatie, de overdracht van een deel van het eigendomsrecht van de heropgebouwde woning aan zijn partner.

Om het verlaagd btw-tarief te kunnen genieten, vereist het artikel 1quater, § 3, van het koninklijk besluit nr. 20 onder meer dat de woning op het ogenblik van de eerste ingebruikneming of eerste inbezitneming als enige woning en hoofdzakelijk als eigen woning wordt gebruikt door de verkrijger-natuurlijke persoon die er zonder uitstel zijn domicilie zal vestigen. Het begrip eigen woning dient te worden geïnterpreteerd in de zin van artikel 5/5, § 4, tweede tot achtste lid, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten.

Deze toepassingsvoorwaarden moeten gedurende een bepaalde termijn na de eerste ingebruikneming of de eerste inbezitneming van de woning worden nageleefd. Dit regularisatietijdvak loopt tot 31 december van het vijfde jaar volgend op het jaar van de eerste ingebruikneming of de eerste inbezitneming door de verkrijger-natuurlijke persoon.

Indien de verkrijger zijn eigendomsrecht met betrekking tot de woning waarvoor hij het fiscaal voordeel heeft genoten, geheel of gedeeltelijk vervreemdt, dan kan hij ertoe gehouden zijn het genoten belastingvoordeel (deels) terug te storten.

Indien de verkrijger-natuurlijke persoon bij aankoop van de volle eigendom van de woning het voordeel van deze maatregel over de volledige maatstaf van heffing heeft genoten, moet hij in het geval van een inbreng in de huwgemeenschap tijdens dit tijdvak van vijf jaar een regularisatie verrichten van het genoten belastingvoordeel tot beloop van het aandeel dat de partner zal verwerven (in principe de helft), rekening houdend met de resterende looptijd van het regularisatietijdvak.

De inbreng van de woning in de huwgemeenschap heeft immers het vervreemden van een deel van de eigendomsrechten met betrekking tot dat goed tot gevolg en kan niet worden aangemerkt als een geval van overmacht. Overmacht is een onvoorzienbare en onvermijdbare gebeurtenis die onafhankelijk is van de wil van de schuldenaar en die een onoverkomelijk beletsel uitmaakt voor de nakoming van de verbintenis.

Aangehaalde teksten

1

Administratieve doctrine

1

« … principe de helft), rekening houdend met de resterende looptijd van het regularisatietijdvak. Het genoten belastingvoordeel dient ook (deels) terug te worden gestort in geval de bouwheer zijn eigendomsrecht geheel of gedeeltelijk vervreemd (naar analogie met Parlementaire vraag nr. 1798 van de heer Wouter Beke van 05.12.2023 ). Opmerking De (her)oprichting van een assistentiewoning wordt aanvaard voor zover uiteraard alle voorwaarden zijn vervuld. In verband met de bestemming van de assistentiewoning voor eigen bewoning betekent dit dat de bouwheer de assistentiewoning bij de … »

Circulaire 2024/C/73 betreffende het verlaagd btw-tarief voor afbraak en heropbouw van woningenOmzendbrief27.11.2024

Bekijk het document