---
title: "Parlementaire vraag 179 · VZW. Rechtspersoonlijkheid. Voorwaarden. Bijkomstige handelsactiviteiten"
description: "VZW. Rechtspersoonlijkheid. Voorwaarden. Bijkomstige handelsactiviteiten. Parlementaire vraag nr. 179 van 20 oktober 1992 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/179-vzw-rechtspersoonlijkheid-voorwaarden-bijkomstige-handelsactiviteiten-9f63"
lang: "nl"
---

# VZW. Rechtspersoonlijkheid. Voorwaarden. Bijkomstige handelsactiviteiten · VZW. Rechtspersoonlijkheid. Voorwaarden. Bijkomstige handelsactiviteiten.

**Nummer**

179

**Datum**

20 oktober 1992

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

25 paragrafen

**Vr. en Antw., Senaat, 1992-1993, nr. 61, blz. 3038-3040**

*VZW - Rechtspersoonlijkheid - Voorwaarden - Bijkomstige handelsactiviteiten.*

## **VRAAG**

Ik stel vast dat zuivere bedrijfsactiviteiten in de particuliere sector onder de juridische vorm van de VZW beheerd worden, bijvoorbeeld aannemersbedrijf, herberg-restaurant, enz.

Ik zou het zeer op prijs stellen een antwoord te mogen vernemen op de volgende vragen.

1\. Hoe verklaart men de VZW-vorm voor het beheer van bedrijfsactiviteiten met een winstgevend doel ?

2\. In welke activiteitssectoren vindt men die VZW's en hoeveel per sector, in België, respectievelijk Vlaanderen, Brussel en Wallonië ?

## **ANTWOORD**

In antwoord op zijn vraag kan ik aan het geachte Lid de volgende gegevens mededelen.

1\. In verband met het eerste punt van zijn vraag bepaalt artikel 1, tweede lid, van de wet van 27 juni 1921 waarbij aan de verenigingen zonder winstgevend doel en aan de instellingen van openbaar nut rechtspersoonlijkheid wordt verleend, dat de vereniging zonder winstgevend doel die is, welke niet nijverheids- of handelszaken drijft of welke niet tracht een stoffelijk voordeel aan haar leden te verschaffen.

De toekenning van rechtspersoonlijkheid aan een dergelijke vereniging wordt bij de wet aan twee voorwaarden onderworpen :

•ten eerste mag de VZW in tegenstelling tot de vennootschap omschreven in artikel 1832 van het Burgerlijk Wetboek, niet de verrijking van haar leden nastreven, noch pogen deze laatsten voordeel te bezorgen;

•ten tweede mag de VZW, in tegenstelling tot de handelsvennootschap omschreven in artikel 1 van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen, geen daden van koophandel stellen.

Zowel in de rechtsleer als in de rechtspraak wordt de opvatting gehuldigd dat deze twee onderling afhankelijke voorwaarden beide vervuld moeten zijn.

De VZW's kunnen evenwel op bijkomstige wijze regelmatig nijverheids- of handelsactiviteiten uitoefenen (verslag van de centrale afdeling van de Kamer, Pas., 1921, blz. 367 en 368; verslag van de commissie voor de Justitie van de Senaat, Pas., blz. 386 tot 388).

Hoewel wordt erkend dat de VZW's op bijkomstige wijze een handelsactiviteit mogen uitoefenen, bestaan omtrent de feitelijke aard van een dergelijke activiteit zowel in de rechtspraak als in de rechtsleer verschillende uitleggingen en geven ook de voorbereidende werkzaamheden van de wet daarover geen uitsluitsel.

Onder voorbehoud van de door de hoven en rechtbanken gegeven uitlegging wordt, naar het mij voorkomt, algemeen aangenomen dat de uitoefening van een handelsactiviteit door een VZW van bijkomstige aard is indien aan de volgende twee voorwaarden is voldaan :

•er moet een verband bestaan met de niet-winstgevende hoofdactiviteit van de vereniging;

•de winst moet worden aangewend ten bate van het eigenlijke doel van de vereniging, dat per definitie niet van commerciële aard kan zijn en evenmin gericht kan zijn op de verrijking van de vereniging of van de leden ervan.

Bij niet-naleving van voornoemde beginselen kan aan de VZW in tweeërlei vorm, afhankelijk van de hierna omschreven omstandigheden, een sanctie worden opgelegd.

a) In de statuten van de VZW is een winstgevend doel bepaald (ten onrechte als VZW gekwalificeerd) : aan een dergelijke vereniging kan de rechter een andere kwalificatie geven volgens de werkelijke aard ervan. Meestal zal zij worden gekwalificeerd als een vennootschap onder firma, wat inhoudt dat de leden onbeperkt en hoofdelijk aansprakelijk zijn (en, in voorkomend geval, ook een faillietverklaring kan meebrengen). Alle belanghebbende personen, zowel leden als derden, alsmede het openbaar ministerie kunnen in beginsel ter zake vorderingen instellen.

b) De VZW oefent met overtreding van haar statuten een activiteit uit die strijdig is met de vereisten van artikel 1, tweede lid, van voornoemde wet van 27 juni 1921 (onrechtmatig gebruik van de benaming VZW) : op grond van artikel 18 van de wet kan op verzoek van een lid, van een belanghebbende derde of van het openbaar ministerie bij rechterlijke beslissing de ontbinding van de vereniging worden uitgesproken. De ontbinding brengt de liquidatie van de VZW mee.

Voor een meer grondige studie van deze problematiek, kan het geachte Lid zich inzonderheid wenden tot volgende rechtsleer : M. Coipel, "Le rôle économique des ASBL au regard du droit des sociétés et de la commercialité" in Les ASBL) - Evaluation critique d'un succès, Story- Scientia, 1985, nrs; 219 e.v.; P. van Ommeslaghe et X. Dieux, "Examen de jurisprudence 1979-1980, les sociétés commerciales", in RCJB, quatrième trimestre 1992, blz. 573 e.v. en de in het nr. 1 vermelde rechtsleer; J. 'tKint, "Associations sans but lucratif", in Répertoire notarial, deel XVI, 1987.

2\. Het departement beschikt in verband met punt 2 van de vraag niet over de gevraagde gegevens.

Gelet op het thans beschikbare personeel kan het verzamelen en verwerken van gegevens ter zake - in de veronderstelling dat betrouwbare statistieken kunnen worden uitgewerkt - niet in overweging worden genomen.
