---
title: "Parlementaire vraag 17861 · De fiscale controles van erkende en niet-erkende moskeeën"
description: "De fiscale controles van erkende en niet-erkende moskeeën, appelrechter. Parlementaire vraag nr. 17861 van 10 mei 2017 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/17861-fiscale-controles-erkende-moskeeen-mondelinge-238f"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/17861-controles-fiscaux-mosquees-agreees-non-b3f3"
---

# De fiscale controles van erkende en niet-erkende moskeeën

**Nummer**

17861

**Datum**

10 mei 2017

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

13 paragrafen

**Kamer, Integraal verslag - Commissie voor Financiën, 2016-2017, CRIV 54 COM 659 dd. 10.05.2017, blz. 7**

*De fiscale controles van erkende en niet-erkende moskeeën*

Dat is een delicaat onderwerp.

**Carina Van Cauter**: Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, zoals u weet, is niet alleen het financieren van ieder terroristisch misdrijf strafbaar. Sedert kort is ook het financieren van een terrorist op zich een strafbaar feit geworden.

U weet ook dat onze aandacht en bezorgdheid de voorbije jaren en maanden is uitgegaan naar de financiering van gebedshuizen door een aantal derde landen. Die bezorgdheid heeft absoluut niets te maken met godsdienstvrijheid of het beleven van de eigen geloofsovertuiging. Ze is echter ingegeven door radicalisering en het eventueel via de gebedshuizen onrechtstreeks financieren van terroristische activiteiten.

Mijnheer de minister, tijdens een van de hoorzittingen met open deuren van de parlementaire onderzoekscommissie naar de aanslagen van 22 maart 2016 werd de directeur van de Grote Moskee gehoord. Op de vraag of de Grote Moskee aan fiscale controles werd onderworpen, antwoordde de betrokkene mij dat hij een Belgische boekhouder had. Het gegeven van fiscale controles was hem blijkbaar onbekend.

Daarom heb ik de volgende vragen. Mijnheer de minister, zijn de uitspraken van de directeur van de Grote Moskee in overeenstemming met de werkelijkheid? Zijn er nooit fiscale controles voor de Grote Moskee geweest? Worden bij erkende en niet-erkende moskeeën fiscale controles uitgevoerd? Is er een verschil in aanpak? Over hoeveel controles spreken wij desgevallend? Werden daarbij misdrijven vastgesteld? Hoe verloopt de opvolging daarvan? Mag ik aannemen dat ze desgevallend aan het parket worden gemeld?

**Minister** **Johan Van Overtveldt**: Mevrouw Van Cauter, de bepalingen inzake het beroepsgeheim verbieden mijn administratie om te verduidelijken of de Grote Moskee het voorwerp heeft uitgemaakt van een specifieke fiscale controle. Mijn administratie bevestigt mij dat er geen specifieke controleactie gericht op moskeeën heeft plaatsgevonden, wat niet wil zeggen dat er geen mogelijke controles hebben plaatsgevonden.

Iedere ambtenaar die in de uitvoering van zijn ambt kennis krijgt van een misdaad of van een wanbedrijf moet de bevoegde procureur des Konings daarvan in kennis stellen en aan die magistraat alle desbetreffende inlichtingen, processen-verbaal en akten bezorgen.

Gaat het om feiten die strafrechtelijk zijn op basis van de fiscale wetten en uitvoeringsbesluiten, dan kan die kennisgeving door de ambtenaren van de Algemene Administratie van de Fiscaliteit, van de Inning en invordering, van de Patrimoniumdocumentatie en van de BBI niet gebeuren zonder de machtiging van hun adviseur-generaal. In dat geval zal de fiscale administratie het dossier verder opvolgen met het oog op het vestigen of invorderen van de verschuldigde belasting. De fiscale administratie kan daartoe de toelating vragen aan het openbaar ministerie om het gerechtelijk dossier in te zien en zelfs kopieën ervan te nemen. Gaat het daarentegen niet om een fiscaal misdrijf, dan is de machtiging van de adviseur-generaal voor kennisgeving aan de procureur des Konings niet vereist. De ambtenaren van het openbaar ministerie moeten de minister van Financiën onmiddellijk inlichten wanneer het onderzoek indiciën van ontduiking inzake directe of indirecte belastingen aan het licht brengt. Voorts dient in dat kader ook gewezen te worden op de rol van de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI). De ambtenaren van de FOD Financiën die feiten vaststellen waarvan zij weten of vermoeden dat zij verband houden met het witwassen van geld of met de financiering van terrorisme, moeten de CFI daarvan op de hoogte brengen volgens de daartoe voorgeschreven procedures. Wanneer uit de analyse van de CFI blijkt dat er ernstige aanwijzingen zijn van het witwassen van geld of van de financiering van terrorisme, dan stuurt zij die inlichtingen naar de bevoegde procureur des Konings of naar de federale procureur.

**Carina Van Cauter**: Mijnheer de minister, ik begrijp dat u geen nadere gegevens kunt verstrekken over een individueel dossier. De algemene procedure zoals bepaald in artikel 29, de administratieve procedure en de werking van de CFI zijn mij bekend, maar ik dank u om ze nog eens te bevestigen en in herinnering te brengen. Ik noteer dat er mogelijkerwijze controles zijn geweest bij de geloofsgemeenschappen. Ik moet het misschien veralgemenen, maar u zegt dat er tot op heden geen specifieke acties zijn ondernomen. Mijnheer de minister, cijfers kunt u mij niet geven? Of moet ik daarvoor een schriftelijke vraag stellen? Tot slot, gelet op de problematiek van de bestrijding van terrorisme, die ons allemaal zeer na aan het hart ligt, zou ik u toch willen vragen om eens na te denken over specifieke acties op het vlak van de financiering van terrorisme. Misschien moet dat breder worden bekeken dan alleen de geloofsgemeenschappen? Ik heb het misschien te eng geformuleerd.

Ik meen dat het beperkte instrument, zoals we dat tot voor kort kenden, op ons voorstel terecht en noodzakelijk werd uitgebreid. Alle misdrijven zijn strafbaar, ook het onderhouden van een terrorist is een strafbaar feit. Fiscale controles kunnen rechtstreeks of onrechtstreeks bijdragen tot het opsporen van dergelijke laakbare feiten. Misschien moet dan ook eens worden nagedacht over het opzetten van een dergelijke actie? .

**Minister** **Johan Van Overtveldt**: Mevrouw Van Cauter, ik wil toch nog even vermelden dat wij komende zondag een bijzondere Ministerraad hebben rond een aantal veiligheidsaspecten. Deze problematiek zal daar zeker aan bod komen. Ik kan natuurlijk nog niet vooruitlopen op de uitkomst, maar dit staat in elk geval op de agenda.
