---
title: "Parlementaire vraag 177 · Gemeentelijke regies"
description: "Gemeentelijke regies, gemeentebedrijf. Parlementaire vraag nr. 177 van 5 december 2003 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/177-gemeentelijke-regies-chabot-gemeentebedrijf-b101"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/177-regies-communales-chabot-regie-communale-b9d8"
---

# Gemeentelijke regies

**Nummer**

177

**Datum**

5 december 2003

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

21 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, 2003-2004, nr. 018, blz. 2521-2523**

*Gemeentelijke regies*

## **VRAAG**

In België bestaan er verschillende gemeentelijke regies.

Om organisatorische redenen of om de kosten te beperken besliste de gemeenteraad in sommige gemeenten van de regie als beheersvorm af te stappen en deze eenvoudigweg in de gemeentediensten op te nemen.

Ik verneem dat de terugvordering van de BTW in voormelde gevallen op verschillende manieren wordt geïnterpreteerd.

1\. Is de BTW nog terugvorderbaar wanneer de regie integraal deel uitmaakt van de gemeentediensten ?

2\. Klopt het dat er in voormelde gevallen overgangsbepalingen bestaan en zo ja, welke?

3\. Welke wettelijke en reglementaire bepalingen bestaan er terzake?

## **ANTWOORD**

(minister van Financiën, 30.01.2004)

1\. Zoals overigens de gemeentelijke diensten zijn de gemeenteregieën, met uitzondering van deze waarvan de activiteiten uitdrukkelijk zijn opgenomen in het koninklijk besluit nr. 26 van 2 december 1970 met betrekking tot het onderwerpen van de openbare instellingen aan de belasting over de toegevoegde waarde, geen BTW-belastingplichtigen bij toepassing van [artikel 6 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6).

In dit opzicht dient het begrip gemeenteregie echter limitatief begrepen te worden. Het omvat slechts de bij artikel 261 van de gemeentewet omschreven gemeentelijke inrichtingen of diensten die worden georganiseerd als regieën en beheerd buiten de algemene diensten van de gemeente om.

Daarentegen vallen de autonome gemeentebedrijven met rechtspersoonlijkheid, die zijn bedoeld in artikel 263bis van de gemeentewet, niet onder de bepalingen van [artikel 6 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6) en worden derhalve aangemerkt als belastingplichtigen in de zin van [artikel 4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-4) van dit wetboek, als ze handelingen verrichten die kaderen in het toepassingsgebied van de BTW-.

Ik neem derhalve aan dat de vraag van het geachte lid het geval van de autonome gemeentebedrijven beoogt.

Hieruit volgt dat wanneer een autonoom gemeentebedrijf enkel en alleen wordt gereïntegreerd in de gemeentelijke diensten, het van belang is na te gaan of de door deze diensten overgenomen activiteit al dan niet uitdrukkelijk is opgenomen in voornoemd koninklijk besluit nr. 26 van 2 december 1970.

Indien de door de gemeentelijke diensten overgenomen activiteit beoogd wordt in dit koninklijk besluit nr. 26 van 2 december 1970, heeft deze overdracht geen enkel bijzonder gevolg op het vlak van de BTW-. Inderdaad, vermits de gemeentelijke diensten voor de betrokken activiteit de hoedanigheid hebben van BTW-belastingplichtige, valt de met deze overname gepaard gaande overdracht van al de activa en passiva van het autonoom gemeentebedrijf niet onder de toepassing van de BTW krachtens de artikelen [11](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) en [18, § 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18), van het wetboek. Er dient geen herziening te worden verricht in hoofde van het autonoom gemeentebedrijf, vermits de gemeentelijke diensten geacht worden voor de toepassing van de BTW de persoon voort te zetten. Deze gemeentelijke diensten kunnen overigens na de overname de belasting geheven van goederen en diensten verricht voor de behoeften van de belaste activiteit volgens de normale regels aftrekken.

Wanneer daarentegen de overgenomen activiteit niet expliciet wordt vermeld in het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 26 van 2 december 1970 zullen, overeenkomstig [artikel 6](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6) van het Wetboek, de gemeentelijke diensten voor de uitoefening van deze activiteit niet de hoedanigheid hebben van belastingplichtige. In tegenstelling tot het autonoom gemeentebedrijf genieten ze bijgevolg geen recht op aftrek van de belasting geheven van de leveringen van goederen en diensten die worden gebruikt voor de uitoefening van de betrokken activiteit.

Anderzijds moet krachtens [artikel 5, 4°, van het koninklijk besluit nr. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb#ar3-art5) van 10 december 1969 het autonoom gemeentebedrijf, dat, gezien de beëindiging van zijn activiteit ieder recht op aftrek verliest, een herziening in het voordeel van de Schatkist verrichten van alle nog niet vervreemde lichamelijk roerende goederen en nog niet gebruikte diensten op het tijdstip van dat verlies.

Overigens is, voor de belasting geheven van de bedrijfsmiddelen en overeenkomstig de artikelen 9 en 10, 5°, van voornoemd koninklijk besluit nr. 3 van 10 december 1969, de aftrek die oorspronkelijk door het autonoom gemeentebedrijf werd verricht, onderworpen aan herziening gedurende een tijdvak van vijf jaar te rekenen vanaf 1 januari van het jaar waarin het recht op aftrek ontstaat. Ten aanzien van de belasting geheven van handelingen die strekken of bijdragen tot de oprichting of de verkrijging, met voldoening van de belasting, van een gebouw of tot de verkrijging met voldoening van de belasting van een in [artikel 9, tweede lid, 2°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-9), van het wetboek bedoeld zekelijk recht op een gebouw, bedraagt dat tijdvak evenwel vijftien jaar.

2\. Er geldt geen enkele overgangsbepaling in de door het geachte lid beoogde gevallen.

3\. Er bestaan geen bijzondere bepalingen met betrekking tot de autonome gemeentebedrijven en -regieën. De normale regels inzake BTW-, aangehaald in het bovengenoemd punt 1, zijn van toepassing.

## Aangehaalde teksten

6

[WBTW art. 6](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6) 3 voorkomens

[KB nr. 3 art. 5](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb) 1 voorkomen

[WBTW art. 11](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) 1 voorkomen

[WBTW art. 18](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) 1 voorkomen

[WBTW art. 4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-4) 1 voorkomen

[WBTW art. 9](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-9) 1 voorkomen
