---
title: "Parlementaire vraag 175 · Periodieke kwartaalaangifte. voorschot. geldboete"
description: "Periodieke kwartaalaangifte. voorschot. geldboete. Parlementaire vraag nr. 175 van 22 december 2009 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/175-periodieke-kwartaalaangifte-voorschot-geldboete-philippe-feb1"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/175-declaration-trimestrielle-acompte-amende-philippe-a468"
---

# Periodieke kwartaalaangifte. voorschot. geldboete

**Nummer**

175

**Datum**

22 december 2009

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

20 paragrafen

*Periodieke kwartaalaangifte*

*Voorschot*

*Geldboete*

## **VRAAG**

Op bepaalde voorwaarden mag een btw-plichtige een kwartaalaangifte doen.

Hij is in dat geval verplicht om op de twintigste dag van elke maand een bedrag te storten dat overeenstemt met een derde van het bedrag dat voor het vorige kwartaal werd gestort, het zogenaamde btw-voorschot.

Als hij het voorschot te laat betaalt, krijgt hij een boete opgelegd.

De betrokken belastingplichtige moet dus elk kwartaal twee btw-voorschotten storten waarvan het bedrag afhangt van het in het voorgaande kwartaal gestorte bedrag.

Het probleem is dat een belastingplichtige soms bedragen betaalt die niet overeenstemmen met het bedrag dat hij voor het lopende kwartaal werkelijk aan de belastingadministratie verschuldigd is.

Welke initiatieven zou men best nemen teneinde het te storten voorschot beter af te stemmen op de btw die op grond van het reële omzetcijfer moet worden betaald?

## **ANTWOORD**

[Artikel 19, § 1, van koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-19-cff0) van 29 december 1992 verplicht de belastingplichtigen die hun aangifte om de drie maanden mogen indienen, inderdaad tot het voldoen van een voorschot, uiterlijk op de 20ste dag van de 2de en 3de maand van elk kalenderkwartaal.

Dit systeem van voorschotten kan naar gelang van het geval voordelig of nadelig zijn voor de belastingplichtige.

Een belastingplichtige met een regelmatig stijgende omzet betaalt in de loop van de eerste twee maanden van het kwartaal bijvoorbeeld lagere bedragen dan hij zou moeten betalen als hij aan de regeling van maandaangiften onderworpen zou zijn.

Omgekeerd klopt het dat een belastingplichtige met een dalende omzet in een situatie van belastingkrediet kan verkeren omdat het totaal van de voorschotten hoger is dan de daadwerkelijk verschuldigde belasting op het einde van het kwartaal.

De enige oplossing om het bedrag van het voorschot te laten samenvallen met de belasting die de belastingplichtige maandelijks verschuldigd is, zou zijn dat hij dit bedrag maandelijks bij de administratie aangeeft, terwijl de regeling van kwartaalaangiften net tot doel heeft de aangifteverplichtingen van de belastingplichtige te verlichten.

In de praktijk zou het resultaat nagenoeg overeenkomen met de regeling van maandaangiften.

Bovendien zou dit voor onze kleine ondernemingen, die nu al zwaar door de crisis zijn getroffen, onvermijdelijk extra kosten meebrengen.

Belastingplichtigen die met deze problematiek te maken krijgen, kunnen steeds afzien van de regeling van kwartaalaangiften en hun aangiften maandelijks indienen om de negatieve gevolgen te vermijden.

Op die manier betaalt hij enkel het exacte bedrag van de voor die maand verschuldigde belasting.

## Aangehaalde teksten

1

[KB nr. 1 art. 19](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-19-cff0) 1 voorkomen
