---
title: "Parlementaire vraag 173 · Timing maatregelen groene fiscaliteit in regeerakkoord en in budgettair-structureel plan"
description: "Timing maatregelen groene fiscaliteit in regeerakkoord. Parlementaire vraag nr. 173 van 10 april 2025 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/173-timing-maatregelen-groene-fiscaliteit-in-a685"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/173-calendrier-mesures-fiscalite-environnementale-accord-3330"
---

# Timing maatregelen groene fiscaliteit in regeerakkoord en in budgettair-structureel plan

**Nummer**

173

**Datum**

10 april 2025

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

30 paragrafen

Parlementaire vraag nr. 173 van de heer Dieter Vanbesien d.d. 10 april 2025

**Kamer, Vragen en Antwoorden, 2024-2025, QRVA 56/0014 d.d. 20.05.2025, blz. 152**

Vraag nr. 173 van De heer volksvertegenwoordiger Dieter Vanbesien van 10 april 2025 (N.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën en Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en de Federale Culturele Instellingen:

*Timing maatregelen groene fiscaliteit in regeerakkoord en in budgettair-structureel plan voor de middellange termijn*

## **VRAAG**

De maatregelen met betrekking tot de ecologische transitie die zijn opgenomen in het Belgische budgettair-structureel plan voor de middellange termijn, dat u ondertussen bij de Europese Commissie hebt ingediend, beperken zich vooral tot een aantal maatregelen onder "Vergroening van de fiscaliteit" die onder "Overige hervormingen en investeringen" geclassificeerd staan, en niet onder "Hervormingen en investeringen ter ondersteuning van een verlenging van de aanpassingsperiode".

In tegenstelling tot de maatregelen in deze laatste categorie, werd voor de maatregelen ter vergroening van de fiscaliteit geen implementatiedatum voorzien. Dit is zeer opmerkelijk. Immers: artikel 14 van verordening (EU) 2024/1263 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2024 betreffende de doeltreffende coördinatie van het economisch beleid en betreffende het multilaterale begrotingstoezicht maakt heel duidelijk wat de criteria voor verlenging van de aanpassingsperiode zijn.

De betrokken lidstaat moet zich voor het verkrijgen van een verlenging van de aanpassingsperiode van vier naar zeven jaar engageren tot een relevante reeks hervormingen en investeringen, waaronder het verwezenlijken van een eerlijke groene en digitale transitie, met inbegrip van de klimaatdoelstellingen zoals vastgelegd in verordening (EU) 2021/1119, alsook tegemoetkomen aan de tot de betrokken lidstaat gerichte relevante landspecifieke aanbevelingen, met inbegrip van, indien van toepassing, aanbevelingen die zijn gedaan in het kader van de procedure voor macro-economische onevenwichtigheden.

Punt 1 van meest recente landspecifieke aanbeveling aan België bevatte volgende zeer concrete aanbeveling: De Europese Commissie beveelt aan dat België stappen onderneemt om subsidies voor fossiele brandstoffen geleidelijk af te schaffen, onder meer door accijnzen te verschuiven van elektriciteit naar fossiele brandstoffen. Nog volgens deze aanbevelingen werden in 2021 de directe subsidies voor fossiele brandstoffen van België geraamd op 12 miljard EUR (2,4 % van het bbp) en de indirecte subsidies op meer dan 2,6 miljard EUR. Deze subsidies druisen in tegen de toezeggingen van België om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen en de luchtkwaliteit te verbeteren en zijn in heel wat gevallen "bijzonder duur en schadelijk voor het milieu".

1\. Waarom werd er voor geopteerd om de maatregelen voor een "groener belastingstelsel" niet op te nemen onder de hervormingen en investeringen ter ondersteuning van een verlenging van de aanpassingsperiode?

2\. Graag had ik de exacte timing van de volgende in uw beleidsverklaring opgenomen of aan Europa beloofde hervormingen, op het kwartaal van implementatiedatum nauwkeurig. Waar relevant, zowel de verwachte data van studies of relevante wetteksten en besluiten, als het moment waarop deze volgens de huidige planning feitelijk in werking zullen treden, als de verschillende momenten waarop een wijziging wordt voorzien indien er voor een trapsgewijze of geleidelijke invoering wordt geopteerd:

a) de invoering van een tijdelijke verlaging van de btw op warmtepompen;

b) de vereenvoudiging en versterking van de groene investeringsaftrek;

c) het in opdracht geven van het onderzoek naar de accijnsshift op energieproducten;

d) het afronden van het onderzoek naar de accijnsshift op energieproducten;

e) de uitvoering van een accijnsshift op energieproducten;

f) de verhoging van de btw op bepaalde fossiele brandstoffen;

g) de verlaging van de accijnsrestituties op commerciële wegdiesel;

h) het in opdracht geven van het onderzoek naar welke fossiele subsidies afgebouwd kunnen worden;

i) de uitvoering van de afbouw van deze subsidies voor fossiele brandstoffen.

## **ANTWOORD**

van de vice-eersteminister en minister van Financiën en Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en de Federale Culturele Instellingen van 20 mei 2025, op de vraag nr. 173 van De heer volksvertegenwoordiger Dieter Vanbesien van 10 april 2025 (N.):

De regering bevestigt in het regeerakkoord via een fiscale hervorming haar inzet voor de strijd tegen klimaatverandering en de transitie naar een koolstof-neutrale economie.

Om deze overgang te stimuleren, worden met name verlaagde btw-tarieven geschrapt voor bepaalde klimaatonvriendelijke producten, in het bijzonder de levering van bepaalde fossiele brandstoffen (steenkool en steenkoolderivaten) en de installatie van bepaalde apparaten die functioneren op grond van de verbranding van fossiele brandstoffen (met name de installatie van verwarmingsketels op gas, stookolie of steenkool).

Deze maatregelen zouden in werking treden op 1 juli 2025.

Daarnaast zal voorzien worden in de heractivering van de tarifaire gunstmaatregel voor warmtepompen.

Om redenen van onder meer praktische en juridische aard wordt de invoering van deze laatste maatregel vooropgesteld vanaf 1 januari 2026, en dit gedurende een periode van vijf jaar. We onderzoeken of een vroegere inwerkingtreding mogelijk is

Wat de accijnsverlaging betreft wordt er gestreefd naar een meer doordachte en toekomstgerichte benadering van de energiefiscaliteit.

Er wordt werk gemaakt van een geleidelijke herschikking van de accijnzen, waarbij de nadruk komt te liggen op een verschuiving van de belastingdruk van elektriciteit naar meer emissie-intensieve energiebronnen. Vooraleer deze hervorming concreet wordt doorgevoerd, is een grondig onderzoek vereist om de impact en haalbaarheid te evalueren. Dit onderzoek werd inmiddels opgestart, maar een exacte einddatum is momenteel nog niet vastgelegd.

Deze oefening gebeurt met oog voor evenwicht, sociale rechtvaardigheid en economische haalbaarheid. We zetten daarbij in op een brede afstemming met alle betrokken belanghebbende partijen om te komen tot een gedragen hervorming die coherent is met andere beleidslijnen.

Het blijft onze ambitie om het energiesysteem veerkrachtiger en duurzamer te maken, via een aangepaste fiscaliteit die de juiste signalen geeft zonder onnodige verstoringen te veroorzaken.

## Aangehaalde teksten

1

verordening 2024/1263 art. 14 1 voorkomen
