Vr. en Antw., Kamer, 1989, nr. 050 , blz. 3664
BTW - Inschrijving van de belastingplichtige
VRAAG
Verplichtingen ontstaan tengevolge van een vervreemding of hypotheekstelling van een onroerend goed van een belastingplichtige die zijn beroepswerkzaamheid heeft stopgezet (art. 61, § 6, en 93ter, § 1, van het BTW-Wetboek).
Paragraaf 1 van artikel 93ter van het Wetboek van de BTW luidt als volgt: «De notaris die wordt verzocht een akte op te maken met betrekking tot het vervreemden of het bewaren met een hypotheek van een voor hypotheek vatbaar goed, is gehouden aan de eigenaar of vruchtgebruiker van dat goed of van een gedeelte ervan te vragen of deze een belastingplichtige is voor de toepassing van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde.»
In de tekst staat dus wel degelijk belastingplichtige is op het ogenblik dat de akte wordt opgemaakt. Sommige ambtenaren van de BTW-diensten trachten in dit verband het werkwoord «is»te interpreteren als «is geweest».
Wat is het standpunt van de Minister in dit verband? Indien «is geweest» in aanmerking wordt genomen, zou dat expliciet in de wettekst moeten worden vermeld net zoals de termijn die is verstreken sinds de schrapping als BTW-plichtige.
Ik kreeg op die vraag gaarne een duidelijk en precies antwoord.
Zodra een BTW-plichtige zijn schrapping heeft aangevraagd, maakt de controledienst zijn rekening. Indien de betrokkene nog belastingen verschuldigd is, heeft de ontvanger het recht, zo de belangen van de Schatkist bedreigd zijn, hetzij een bevel tot betaling te doen overschrijven, alvorens tot beslag wordt overgegaan, hetzij beslag te laten leggen of een hypothecaire inschrijving te nemen voor de onroerende goederen die aan de BTW-plichtige toebehoren.
ANTWOORD
Luidens artikel 61, § 6, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde is iedere belastingplichtige, eigenaar of vruchtgebruiker van een onroerend goed of van een gedeelte ervan, gehouden, op verzoek van de notaris die belast is met het opmaken van de akte houdende vervreemding of hypotheekstelling betreffende dat goed, aan deze laatste zijn hoedanigheid van belastingplichtige kenbaar te maken.
Artikel 93ter, § 1, van hetzelfde wetboek bepaalt dat de notaris die wordt verzocht een akte op te maken met betrekking tot het vervreemden of het bezwaren met een hypotheek van een voor hypotheek vatbaar goed, gehouden is aan de eigenaar of vruchtgebruiker van dat goed of van een gedeelte ervan te vragen of deze een belastingplichtige is voor de toepassing van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde en, indien het antwoord bevestigend luidt, het hoofd van het ontvangkantoor van de belasting over de toegevoegde waarde waaronder de belastingplichtige ressorteert daarover in te lichten.
Zoals reeds werd geantwoord op een vorige vraag (z. bulletin van Vragen en Antwoorden, 1980-1981, Senaat, nr. 41 van 21 juli 1981, bladzijde 1662 Z. Revue nr. 51, blz. 658.
) zijn de verplichtingen die uit de bovengenoemde wetsbepalingen voortvloeien toepasselijk in geval van vervreemding of hypotheekstelling van een onroerend goed dat toebehoort aan een persoon die zijn beroepswerkzaamheid heeft stopgezet maar schuldenaar blijft van belastingen bij toepassing van het BTW-Wetboek.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.