VRAAG 99/017
Vraag nr. 17 van mevrouw Van de Casteele dd. 02.09.1999
Vr. en Antw., Kamer, 1999-2000, nr. 4, blz. 363
Bull. nr. 801, pag. 438
Huurinkomsten. - Belastbaar tijdstip.
VRAAG
Naar verluidt is de Administratie der Directe Belastingen zinnens voor te schrijven dat huurinkomsten, in strijd met wat in Com.IB 92, 7/8, is gesteld, voortaan pas belastbaar zullen zijn nadat zij effectief ontvangen zijn.
1. Is desbetreffende circulaire reeds verschenen en zo ja, in welk Bulletin der Belastingen?
2. Is de nieuwe regel ook van toepassing wanneer een onderneming conform de boekhoudvoorschriften vooruit ontvangen huur (door middel van een overlopende rekening) als inkomsten boekt van het volgende jaar?
ANTWOORD
Vooreerst wordt de aandacht van het geachte lid erop gevestigd dat het nummer 7/8 van de administratieve commentaar op het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (Com.IB 92) betrekking heeft op de grondbeginselen voor het belasten van inkomsten uit verhuurde onroerende goederen in België, namelijk het belasten van de "ontvangen netto-huur" (en niet alleen het kadastraal inkomen), telkens wanneer die huur is geboekt of moet worden geboekt (als beroepskost, als uitgave van een openbare overheid, van een VZW, enz.).
Voormeld nummer bepaalt dus niet alleen dat het moet gaan om geboekte (of te boeken) huur, maar bovendien om "door de belastingplichtige ontvangen nettohuur". Er mag bijgevolg geenszins uit worden afgeleid dat het belastbaar tijdstip bij de eigenaar samenvalt met het ogenblik waarop de huurder het huurgeld als kost boekt.
In dat verband wordt in de voetnoot bij het nummer 7/19 Com.IB 92 nog uitdrukkelijk gesteld dat "alleen de tijdens het belastbaar tijdperk verkregen of ontvangen huurgelden d.w.z. de huurgelden die door de huurder daadwerkelijk zijn betaald, in aanmerking worden genomen". Die voetnoot was reeds opgenomen in de basisversie van de administratieve commentaar op het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992.
Wat de vooruit ontvangen huur betreft (tweede vraag), kan een onderneming, die haar boekhouding voert overeenkomstig de boekhoudwetgeving, het gedeelte van de vooruit ontvangen huur dat betrekking heeft op een later boekjaar prorata temporis overdragen als een over te dragen opbrengst naar dat (die) later(e) boekja(a)r(en). Terzake heeft de Administratie zich, wat het fiscaal regime van de over te dragen opbrengsten betreft, aangesloten bij de rechtspraak als bedoeld in de vraag nr. 1-1087 van 10 augustus 1998, gesteld door senator Hatry (Vragen en Antwoorden, Senaat, 1998-1999, nr. 1-85 van 3 november 1998, blz. 4525) die de voormelde boekhoudvoorschriften op fiscaal vlak van toepassing verklaarde.