---
title: "Parlementaire vraag 17 · BTW-eenheid. herziening van de aftrek. recht op aftrek"
description: "BTW-eenheid. herziening van de aftrek. recht op aftrek, recht op aftrek van Btw. Parlementaire vraag nr. 17 van 14 januari 2009 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/17-btw-eenheid-herziening-aftrek-recht-0142"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/17-unite-tva-revision-deduction-droit-8a12"
---

# BTW-eenheid. herziening van de aftrek. recht op aftrek

**Nummer**

17

**Datum**

14 januari 2009

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

7 paragrafen

*BTW-eenheid*

*Herziening van de aftrek*

*Recht op aftrek*

## **VRAAG**

Naar aanleiding van mijn mondelinge vraag nr. 14787 van 28 maart 2007 (Integraal Verslag, Kamer, 2006-2007, commissie voor de Financiën en de Begroting, 28 maart 2007, CRIV 51 COM 1259, blz. 16) en de schriftelijke vraag nr. 3-6890 van senator Nyssens (Vragen en Antwoorden, Senaat, 2006-2007, nr. 3-88, 9883) hebben de staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude en uzelf laten verstaan dat de belastingplichtige die toetreedt tot een btw-eenheid een herziening moet verrichten in het voordeel van de Schatkist van de oorspronkelijk in aftrek gebrachte btw met betrekking tot de investeringsgoederen die hij nog bezit op dat tijdstip, voor zover uiteraard het herzieningstijdsvak niet is verstreken. Anderzijds kan de btw-eenheid een herziening in haar voordeel verrichten van de belasting die door het toetredend lid wordt teruggestort, rekening houdend evenwel met het gebruik dat de btw-eenheid zal maken van die investeringsgoederen en van het stelsel van recht op aftrek dat op die btw-eenheid van toepassing is. Blijkbaar zou de administratie de herziening in het voordeel van de btw-eenheid niet langer beperken tot de belasting die door het toetredend lid wordt teruggestort. 1. Deelt u het administratieve standpunt of blijft u bij het eerder ingenomen standpunt? 2. Zal de btw die oorspronkelijk niet werd afgetrokken door een toetredend lid, door de btw-eenheid in haar voordeel kunnen worden herzien, rekening houdend met de nog niet verstreken herzieningstijdvakken en het gebruik dat de btw-eenheid zal maken van de investeringsgoederen en van het stelsel van recht op aftrek dat op die btw-eenheid van toepassing is? 3. Indien het ministerieel standpunt wijzigt, is de minister het nog steeds eens met de staatssecretaris dat de budgettaire impact van de invoering van de btw-eenheid een beperkt budgettair effect zal hebben? 4. a) Hoeveel aanvragen tot oprichting van een btw-eenheid werden er in 2007 ingediend? b) Hoeveel vennootschappen zijn daarbij betrokken? 5. Hoeveel btw-eenheden zijn momenteel reeds operationeel? 6. Wat is de budgettaire impact van de herziening van de btw door de invoering van de btw-eenheid in 2007? 7. Wat is de geraamde budgettaire kostprijs van de herziening van de btw door de invoering van de btw-eenheid in 2008?

## **ANTWOORD**

1\. en 2. Uit het samen lezen van artikel 10, § 1, 5° en § 2 (nieuw), tweede streepje, van het koninklijk besluit nr. 3 volgt dat de BTW-eenheid een herziening kan verrichten, in haar voordeel, van de belasting die werd geheven van de roerende en onroerende bedrijfsmiddelen toebehorend aan de belastingplichtige die lid wordt van die eenheid, rekening houdend uiteraard, met het gebruik dat zal worden gemaakt van die bedrijfsmiddelen in hoofde van de BTW-eenheid en de aftrekregeling van toepassing op die eenheid. De BTW-eenheid kan bijgevolg eveneens een herziening verrichten van de BTW die door het toetredend lid oorspronkelijk niet in aftrek werd gebracht. Het voorbeeld opgenomen onder punt 6.1.3. van de circulaire nr. AOIF 42/2007 van 9 november .2007 (zie www.fisconet.be) illustreert hetgeen voorafgaat. Bedoelde circulaire dient te worden aangemerkt als een definitieve commentaar ter zake. 3. De eventuele herziening in het voordeel van de BTW-eenheden zoals bedoeld in punt 1 en 2 hiervoor is slechts één gevolg van de invoering van de BTW-eenheid. Inderdaad, de BTW-eenheid impliceert ook dat er geen BTW wordt geheven op de transacties tussen de leden en dat de leden van de BTW-eenheid ten opzichte van de Staat hoofdelijk aansprakelijk zijn voor alle schulden van de BTW-eenheid. Dankzij de invoering van de BTW-eenheid zou ook het aantal terugbetalingen moeten dalen. Het lijkt me dan ook niet meer dan logisch dat de beslissing tot vorming van een BTW-eenheid op weloverwogen wijze gebeurt met aandacht voor alle gevolgen ervan en niet alleen voor het eventuele bijkomende recht op aftrek op de investeringsgoederen. Overigens kan deze herziening eveneens in omgekeerde zin plaatsvinden. 4. a) Voor het jaar 2007 is enkel het aantal geïdentificeerde BTW-eenheden met een datum van aanvang van activiteit vóór 1 januari 2008 bekend, namelijk 87. b) Deze 87 BTW-eenheden vertegenwoordigen in totaal 352 leden waarvan 348 vennootschappen. 5. Op 1 augustus 2008 zijn er 273 eenheden operationeel die in totaal 1.148 leden vertegenwoordigen waarvan 1.094 vennootschappen. 6. Uit de door de BTW-eenheden ingediende BTW-aangiften met betrekking tot de periode van 1.6.2007, datum waarop de eerste BTW-eenheden zijn gestart, tot 31.12.2007 blijkt dat het totaal bedrag aangegeven in rooster 62 (herzieningen in het voordeel van de belastingplichtige) ongeveer even groot is als het totaal bedrag aangegeven in rooster 61 (herzieningen in het voordeel van de Schatkist), namelijk respectievelijk 143,58 miljoen EUR en 143,88 miljoen EUR. Het zijn deze roosters die moeten worden gebruikt in geval van herziening van de BTW geheven van bedrijfsmiddelen. Deze cijfers tonen aan dat de budgettaire impact uitgaande van de herziening van de BTW als gevolg van de invoering van de BTW-eenheid nagenoeg verwaarloosbaar is voor het jaar 2007. 7. Voor het jaar 2008 tekent er zich een gelijkaardige situatie af. Uit de actueel beschikbare aangiftegegevens van de BTW-eenheden met betrekking tot het jaar 2008 blijkt dat het totaal bedrag aangegeven in rooster 62 (cf. supra) oploopt tot 726,69 miljoen EUR terwijl het totaal bedrag opgenomen in rooster 61 is geëvolueerd tot 729,10 miljoen EUR. Het verschil is eveneens weinig significant.
