Parlementaire vraag nr. 169 van de heer Benoît Piedboeuf d.d. 07.04.2025
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2024-2025, QRVA 56/14 d.d. 20.05.2025, blz. 147
Vrijstelling van belasting voor de overdracht van de huur.
VRAAG
Bij artikel 5 van de wet van 14 oktober 2018, dat artikel 44, § 3, 2°, van het Btw-Wetboek vervangt, werd de overdracht van de huur van een uit zijn aard onroerend goed uitgesloten van de vrijstelling van de in die bepaling bedoelde belasting, en dit met ingang van 1 januari 2019. Die vrijstelling wordt voortaan inderdaad beperkt tot de verpachting en de verhuur van uit hun aard onroerende goederen.
De administratie heeft daaruit afgeleid dat de overdracht van de huur voortaan verplicht aan de btw onderworpen moet worden, althans wanneer ze onder bezwarende titel verricht wordt (Btw-commentaar, FOD Financiën, Boekwerk VI, Hoofdstuk 16 (Specifieke topics), Afdeling 2, 2022, nr. 4, D, a, www.fisconetplus.be).
De overdracht van de huur, die doorgaans door de huurder verricht wordt, is echter een overdracht van schuldvordering: de huurder draagt de vordering die hij op grond van de huurovereenkomst jegens de verhuurder heeft over aan een derde (dit wil zeggen de rechten, maar niet de verplichtingen) (Rép. not., Le bail en général (Y. MERCHIERS), t. VIII, l. I, éd. 2014, nr. 440, blz. 282; F. WERDEFROY, Droits d'enregistrement, Bruxelles, Kluwer, 2002-2003, nr. 148, blz. 106; F. WERDEFROY, Registratierechten, Mechelen, Kluwer, 2006-2007, nr. 148, blz. 113; H. DE PAGE, Traité élémentaire de droit civil belge, T. IV, nr. 717).
Moet men er derhalve niet van uitgaan dat de vrijstelling van belasting voor de overdracht van de huur toegekend moet worden op grond van artikel 44, § 3, 7°, van het Btw-Wetboek, dat voorziet in de vrijstelling van handelingen betreffende schuldvorderingen, met inbegrip van de overdracht van schuldvorderingen (zie in die zin, V. BIDOUL, Location immobilière et institutions voisines: une analyse T.V.A., coll. Études pratiques de droit fiscal, Bruxelles, Kluwer, 2005, blz. 85)?
ANTWOORD
d.d. 13.05.2025 (van de vice-eersteminister en minister van Financiën en Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en de Federale Culturele Instellingen)
De bij artikel 5 van de wet van 14 oktober 2018 ingevoerde wijziging had tot doel artikel 135, lid 1, onder l), van Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde, dat alleen voorziet in een vrijstelling voor de verpachting en verhuur van onroerende goederen, getrouwer om te zetten in Belgisch recht.
Artikel 44, § 3, 7°, van het Btw-Wetboek bepaalt dat vrijgesteld zijn van btw, de handelingen, bemiddeling daaronder begrepen, betreffende deposito's, rekening-courantverkeer, schuldvorderingen, cheques en andere handelspapieren, met uitzondering van de invordering van schuldvorderingen.
Deze vrijstelling is van toepassing op bancaire en financiële handelingen en heeft dus alleen betrekking op schuldvorderingen die in monetaire eenheden kunnen worden uitgedrukt. Deze vrijstelling strekt zich dus niet uit tot de overdracht van een huurovereenkomst, en algemener, tot elke overdracht van een recht dat een persoon, de schuldeiser genaamd, zou hebben om van een andere persoon, de schuldenaar genaamd, te eisen dat hij een verplichting nakomt.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.