Afronding. eindfactuur. facturatie. levering van goederen · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

168 14 januari 2009

Zoeken

Afronding. eindfactuur. facturatie. levering van goederen

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/168-afronding-eindfactuur-facturatie-levering-goederen-9a69

Nummer
168
Datum
14 januari 2009

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

8 paragrafen

Afronding

Eindfactuur

Facturatie

Levering van goederen

VRAAG

In het geval doorlopende leveringen van goederen die aanleiding geven tot opeenvolgende afrekeningen of betalingen, wordt de levering geacht plaats te vinden bij het verstrijken van elke periode waarop een afrekening of betaling betrekking heeft en wordt op dat tijdstip de btw opeisbaar (artikel 16, § 1, derde lid, 1° en artikel 18 W.BTW). Eenmaal per jaar worden de tussentijdse facturen verrekend met een eindfactuur. Artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 8 van 12 maart 1970 bepaalt de afrondingsregels vervolgens voor de btw. In de praktijk rijzen volgende interpretatieverschillen inzake afronding. Ter verduidelijking illustreer ik de vraagstelling aan de hand van volgend voorbeeld. De maatstaf van heffing van een tussentijdse factuur bedraagt 47,23 euro. De btw berekend aan het tarief van 21% bedraagt: - 9,9183 euro niet afgerond (voor negen facturen is dit 89,2647 euro) afgerond op het tweede decimaal naargelang het derde decimaal 5 bereikt of 5 niet bereikt 89,26 euro); - 9,92 euro afgerond op het tweede decimaal (voor negen facturen is dit 89,28 euro); - 9,91 euro afgekapt na het tweede decimaal (voor negen facturen is dit 89,19 euro). 1. Heeft de belastingplichtige de vrije keuzemogelijkheid om de gefactureerde btw op de tussentijdse facturen af te ronden op het eerste decimaal (bijvoorbeeld tussentijdse factuur 9,90 euro)? 2. Heeft de belastingplichtige de vrije keuzemogelijkheid om de gefactureerde btw op de tussentijdse facturen af te ronden op het derde decimaal of af te kappen na het tweede decimaal (bijvoorbeeld tussentijdse factuur respectievelijk 9,92 euro of 9,91 euro)? 3. Of dient de btw per factuur altijd te worden afgerond op de cent (tweede decimaal) naargelang het derde decimaal 5 bereikt of 5 niet bereikt (bijvoorbeeld tussentijdse factuur 9,92 euro)? 4. Geldt hetzelfde antwoord op vragen 1 tot 3 maar dan met betrekking tot de eindfactuur? 5. Als de belastingplichtige een eindfactuur opmaakt voor de voorbije periode waarop hij de tussentijds gefactureerde maatstaven van heffing en btw in mindering brengt: a) dient op de eindfactuur de totale btw verschuldigd over de gehele periode, afgerond overeenkomstig uw antwoord op vraag 4, te worden verminderd met de som van de effectief vermelde (en betaalde) tussentijdse gefactureerde btw (al dan niet correct afgerond) of; b) dient op de eindfactuur de totale btw verschuldigd over de gehele periode, afgerond overeenkomstig uw antwoord op vraag 4, te worden verminderd met het aantal tussentijdse facturen vermenigvuldigd met de btw afgekapt na het tweede deciel berekend op de tussentijdse gefactureerde maatstaf van heffing, (bijvoorbeeld 9,91 euro of 89,19 euro) of; c) dient op de eindfactuur de totale btw over de gehele periode, afgerond overeenkomstig uw antwoord op vraag 4, te worden verminderd met het aantal tussentijdse facturen vermenigvuldigd met de btw afgerond na het tweede decimaal berekend op de tussentijdse gefactureerde maatstaf van heffing (bijvoorbeeld 9,92 euro of 89,28 euro) of; d) dient op de eindfactuur de totale maatstaf van heffing en de btw over de gehele periode, afgerond overeenkomstig uw antwoord op vraag 4, te worden verminderd met de som van de gefactureerde maatstaf van heffing en de btw berekend op die som, afgerond na het tweede decimaal (bijvoorbeeld 9,9183 euro of 89,26 euro)? e) dient hij dezelfde afrondingsregel voor de btw toe te passen met betrekking tot de btw geheven van de tussentijdse facturen en de btw van de tussentijdse facturen verrekend op de eindfactuur? 6) Hoe dient een verkeerde afronding van de btw op tussentijdse facturen en eindfacturen te worden geregulariseerd? a) De eindfactuur is nog niet opgemaakt. b) De eindfactuur is opgemaakt. 7) Dienen de facturen eveneens te worden geregulariseerd indien ze bestemd zijn voor natuurlijke personen die de leveringen of diensten bestemmen voor privégebruik? 8) Welke administratieve geldboeten kan de administratie opleggen: a) vóór een spontane regularisatie; b) ná een spontane regularisatie? 9) Zijn de afrondingsregels inzake btw van openbare orde?

ANTWOORD

1 tot 4. Overeenkomstig artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 8 van 12 maart 1970 tot vaststelling van de wijze van afronding van de verschuldigde, aftrekbare of de voor teruggaaf vatbare belasting over de toegevoegde waarde moet wanneer het bedrag van de verschuldigde belasting een fractie van een euro met meer dan twee decimalen bevat, die fractie op de hogere of lagere cent worden afgerond naargelang de derde decimaal 5 bereikt of 5 niet bereikt. Die afronding wordt verricht, per factuur, op het totaalbedrag van de verschuldigde btw. Het maakt geen verschil of het om een voorschotfactuur, een tussentijdse of een eindfactuur gaat. In uw concreet geval wordt bijgevolg het bedrag van de verschuldigde btw onmiddellijk uitgedrukt met 2 decimalen, bekomen na toepassing van de afrondingsregels, zijnde 9,92 euro. 5. Op de eindfactuur dient de btw te worden berekend over het saldo. Dit bedrag aan verschuldigde btw moet eveneens onmiddellijk worden afgerond op voornoemde wijze. Overeenkomstig hetgeen voorafgaat is het duidelijk dat de btw op het saldo geenszins beïnvloed wordt door het afronden van de btw op de voorschotfactuur of op de tussentijdse factuur, aangezien de berekening van de verschuldigde btw over het saldo wordt toegepast op een bedrag exclusief btw. 6. Als de afronding van het bedrag aan verschuldigde btw niet overeenkomstig de bepalingen van artikel 1 van voornoemd koninklijk besluit is gebeurd, kan het betrokken verschil worden geregulariseerd op de eerstvolgende factuur. Het spreekt voor zich dat in de relatie tussen de contracterende partijen mag worden afgezien van de regularisatie wanneer het bedrag onbeduidend is. 7. Voorgaand lid geldt ongeacht of de factuur werd uitgereikt in toepassing van de factureringsverplichting van artikel 53, § 2, van het Btw-Wetboek en artikel 1, § 1, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, dan wel het om vrijwillige facturering gaat. 8. Afrondingen die niet overeenkomstig de genoemde regels zijn gebeurd en die leiden tot een te laag bedrag aan verschuldigde btw worden in principe bestraft overeenkomstig artikel 70, § 1, van het Btw-Wetboek met een geldboete gelijk aan tweemaal de verschuldigde btw, die overeenkomstig tabel G, punt IV, van het koninklijk besluit nr. 41 van 30 januari 1987 tot vaststelling van het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde wordt verminderd tot 5 of 10 pct. van de verschuldigde belasting. Deze geldboete is evenwel niet van toepassing in het geval van een spontane regularisatie. 9. De in genoemd koninklijk besluit nr. 8 vermelde afrondingsregels zijn genomen ter uitvoering van de artikelen 49, 54 en 80 van het Btw-Wetboek en maken deel uit van de fiscale reglementering die van openbare orde is.

Aangehaalde teksten

7
KB nr. 8 art. 12 voorkomens
KB nr. 1 art. 11 voorkomen
WBTW art. 491 voorkomen
WBTW art. 531 voorkomen
WBTW art. 541 voorkomen
WBTW art. 701 voorkomen
WBTW art. 801 voorkomen