---
title: "Parlementaire vraag 16686 · De nieuwe belastingverhoging op bedrijfswagens en lichte vrachtauto’s"
description: "De nieuwe belastingverhoging op bedrijfswagens en lichte vrachtauto’s. Parlementaire vraag nr. 16686 van 17 april 2013 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/16686-nieuwe-belastingverhoging-bedrijfswagens-lichte-vrachtauto-f051"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/16686-nouvelle-augmentation-impot-vehicules-societe-876b"
---

# De nieuwe belastingverhoging op bedrijfswagens en lichte vrachtauto’s

**Nummer**

16686

**Datum**

17 april 2013

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

15 paragrafen

**Kamer, Integraal verslag - Commissie voor de Financiën, 2012-2013 CRIV 53 COM 719 d.d. 17.04.2013,**

**blz. 17**

*De nieuwe belastingverhoging op bedrijfswagens en lichte vrachtauto's*

## **VRAAG**

Mijnheer de staatssecretaris, vanaf 1 januari bedraagt de btw-aftrek voor bedrijfswagens niet langer 50 % maar nog slechts 35 %, tenzij de onderneming een zeer grote administratieve last wil dragen om het beroeps- en privématig gebruik te registreren. In De Tijd stond dat de bedrijfswagens voor een budgettaire meevaller zorgen waarmee het monitoringcomité geen rekening hield. Het addendum van 11 december 2012 zou volgens de bronnen van De Tijd 115 miljoen euro opbrengen. De vorige minister van Financiën antwoordde op mijn mondelinge vraag nr. 14459 van 5 februari - nog niet zolang geleden - nochtans dat volgens de ramingen van zijn administratie de budgettaire meeropbrengsten van deze regel zeer miniem zijn. Ondertussen begint het bij het bedrijfsleven te dagen dat het addendum van 11 december 2012 alweer een serieuze belastingverhoging op bedrijfsvoertuigen is. Bij personenwagens en de oneigenlijke lichte vrachtwagens valt de btw-aftrek terug van 50 % naar 35 %, maar ook de echte lichte vrachtwagens worden geviseerd door het addendum, waardoor de btw-aftrek van 100 % terugvalt naar 35 %. Voor de bouwsector, maar ook voor de koerierdiensten is deze beperking een serieuze financiële aderlating. Het minste wat we kunnen zeggen is dat de budgettaire ramingen van deze maatregel zeer uiteenlopend zijn. Mijnheer de staatssecretaris, hoe verklaart u dat volgens de administratie van de vorige minister van Financiën de opbrengst van deze maatregel miniem is, terwijl dat nu in het kader van de begrotingscontrole een forse belastingverhoging van 115 miljoen euro blijkt te zijn? Wat is de werkelijke budgettaire opbrengst van het addendum volgens uw administratie? Is er een andere administratie die dat nu anders heeft berekend of is het dezelfde administratie als die van de vorige minister van Financiën? Hoe komt men dan tot dat verschil? Welke administratie is wel in staat om de juiste begrotingsopbrengst van de budgettaire maatregelen te ramen? Als het addendum van 11 december 2012 115 miljoen euro moet opbrengen, waarom werd dit dan niet meegedeeld aan het monitoringcomité en in de begroting van 2013 ingeschreven? Waarom wordt de btw-aftrek voor echte lichte vrachtwagens ook onder die regel van 35 % gebracht? Ik kijk uit naar uw antwoorden.

## **ANTWOORD**

(van Staatssecretaris Hendrik Bogaert)

Collega Wouters, het addendum inzake de btw- aftrek voor bedrijfsmiddelen waarnaar u verwijst, is in eerste instantie een verduidelijking van de wetswijziging die per 1 januari 2011 reeds in werking is getreden. Het is dus geen nieuwe fiscale maatregel. Daarover zijn we het eens. Op basis van die wet moet een systeem van rittenadministratie worden bijgehouden. Dit systeem kan nog steeds worden gebruikt. Alleen heeft de administratie nu in het addendum twee alternatieve methodes ontwikkeld om de ondernemingen de grote administratieve lasten te besparen die zo'n rittenadministratie met zich brengt. Daar proberen we elkaar te vinden. Uiteraard is de administratie nog steeds dezelfde als deze van mijn voorganger. Zij heeft ondertussen een grondige berekening gemaakt van de budgettaire impact van deze wetswijziging. Het gaat daarbij nog steeds om een raming. Met de assumpties die zij maakt, onder meer van het aantal voertuigen die onder de maatregel vallen en de gemiddelde vervangratio, komt zij uit op een bedrag van 105,3 miljoen euro voor de bedrijfswagens. Als daar ook de andere bedrijfsmiddelen dan wagens worden bij gerekend, wordt de totale opbrengst geraamd op 115,1 miljoen euro. Dit bedrag is ook aanvaard in de recente begrotingsbesprekingen. Ik kan natuurlijk niet instaan voor bedragen die in de media circuleren en helemaal niet gebaseerd zijn op de gegevens van Financiën. In een bijkomende publicatie - dat is toch belangrijk - die de administratie in samenspraak met de sector zal maken, zal de administratie verduidelijken dat de echte lichte vrachtwagens niet onder de regel van 35 % vallen.

## WEDERVRAAG

Mijnheer de staatssecretaris, ik dank u voor uw antwoord. Het verheugt mij dat u toegeeft dat zo'n rittenadministratie een zeer grote administratieve last betekent. Ook de vorige minister heeft dat aangekaart. Het bedrag van 105 miljoen wordt, als men alles bij elkaar optelt, uiteindelijk 115,1 miljoen. Zo veel zou het moeten opbrengen. Ik vind dat vreemd, want de vorige minister zei dat de opbrengst miniem zou zijn. Ik weet niet sedert wanneer 115 miljoen euro miniem is, maar u zei wel dat men nu een grondige berekening heeft gemaakt. Betekent dit dat men anders gewoon geen grondige berekeningen maakt? Daarop komt het in principe neer. Nu komt men ineens wel tot een exact bedrag, terwijl het een dikke maand geleden heette dat het niets zou opbrengen. Men is er in dit land in geslaagd om via een circulaire toch een belastingverhoging door te voeren. Ik ben wel blij dat u nu zegt dat de echte lichte vrachtwagens niet onder dat systeem van 35 % vallen. Voor de bouwsector en de koerierdiensten zal het al een verademing zijn dat zij niet onder dat systeem zullen vallen. Ik hoop dat dit zeer spoedig aan deze sectoren zal meegedeeld worden, zodat daarover geen misverstanden bestaan.

**WEDERANTWOORD** (van Staatssecretaris Hendrik Bogaert)

Wat die ramingen betreft, dat is een oud zeer. Wat men echt nodig heeft, is een managementinformatiesysteem waardoor bij begrotingsbesprekingen correcte ramingen kunnen worden gemaakt van maatregelen die kunnen worden genomen. We zijn nu bezig die systemen te implementeren. Dat zal niet van vandaag op morgen het geval zijn. Op die onderlaag van bijvoorbeeld FEDCOM moet een Business Intelligence of BI komen die de zaken kan retrieven of naar boven brengen zodat de berekeningen correct kunnen gebeuren. Dat is niet alleen voor dit departement zo, het geldt voor de verschillende departementen. Het idee is dat we eerst de onderlaag leggen om een normale boekhouding te hebben en dat er dan een laag bovenop komt met een managementinformatiesysteem, zodat we concreet kunnen zien wat iets al dan niet zal opbrengen.

## **CONCLUSIE**

(van mevrouw Veerle Wouters)

Mijnheer de staatssecretaris, ik dank u voor de bijkomende informatie. U moet echter toch toegeven dat het eigenlijk intriest is dat een land als België daarmee nu pas komt, terwijl dat soort van systemen al lang bestaat bij bedrijven en in de verschillende sectoren. Dat betekent eigenlijk dat de beslissingen van de afgelopen jaren vaak nattevingerwerk was. Dat vind ik intriest.

## **CONCLUSIE**

(van Staatssecretaris Hendrik Bogaert)

We hebben een achterstand, maar we zijn die snel aan het inhalen op veel vlakken. Ook op dit vlak zetten we alle zeilen bij om dat zo snel mogelijk op de benchmark van de privésector te enten.
