---
title: "Parlementaire vraag 166 · Aanschrijving nr. 88. Recuperatiestoffen"
description: "Aanschrijving nr. 88. Recuperatiestoffen, recuperatiemateriaal. Parlementaire vraag nr. 166 van 23 juni 1971 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/166-aanschrijving-recuperatiestoffen-gheysen-recuperatiemateriaal-e133"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/166-matieres-recuperation-gheysen-matiere-9c36"
---

# Aanschrijving nr. 88. Recuperatiestoffen

**Nummer**

166

**Datum**

23 juni 1971

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

14 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer**

*Aanschrijving nr. 88 - Recuperatiestoffen*

## **VRAAG**

Zij die recuperatiestoffen of -produkten ophalen, conditioneren of commercialiseren, wordt vergunning verleend om op deze handelingen de verschuldigde BTW niet te voldoen. (Aanschrijving 88-15.12.70) (2).

Deze vergunning wordt verleend onder bepaalde modaliteiten.

Zo wordt onder 2° voorzien:

"De ontheffing van de verplichting de belasting te voldoen is niet alleen van toepassing op de leveringen door ophalers en groothandelaars - daaronder begrepen de verkoop aan een industrieel verbruiker - maar eveneens aan de verkopen die gedaan worden aan een ophaler, b.v. door diegene die de produkten verkregen heeft als afval of bijprodukt, enz."

Bij vergelijking van de teksten 2° en 3° veronderstel ik dat de ophaler, t.t.z. hij die de recuperatiestoffen verkrijgt, bij de aankoop van deze stoffen aan een niet-belastingplichtige, geen enkel inkoopborderel op te stellen heeft en derhalve ook niets in te schrijven zal hebben in zijn register van "inkomende facturen".

Hoe zal in dergelijke geval de ophaler de omvang van de door hem opgehaalde stoffen kunnen bewijzen? Zou het voor hem nuttig zijn een dagboek of register "contante aankopen" aan te leggen?

## **ANTWOORD**

De leveringen van recuperatieprodukten (schroot vodden, enz.) door een niet-belastingplichtige zijn niet onderworpen aan de belasting over de toegevoegde waarde; overeenkomstig de BTW-reglementering, moeten ze niet worden vastgesteld door facturen uitgereikt door de verkopers.

Op dat stuk heeft de aanschrijving van 15 december 1970, nr. 88, niets gewijzigd; meer bepaald legt zij aan de koper, wanneer hij belastingplichtige is, geen verplichting op inkoopborderellen uit te reiken aan zijn leveranciers.

De koper, die belastingplichtige is, heeft er evenwel belang bij zich een bewijs te verschaffen van de omvang van zijn inkopen bij niet-belastingplichtigen. Hij zou bijvoorbeeld, zoals het geacht Lid het voorstelt, deze inkopen kunnen inschrijven in een speciaal register.

Voor zoveel als nodig wordt opgemerkt dat, voor het geval de koper een jaaromzet heeft die vijf miljoen frank (BTW inbegrepen) overtreft, hij gehouden is een gedetailleerde boekhouding te voeren, overeenkomstig artikel 11, van het koninklijk besluit nr. 1, van 23 juli 1969. Een dergelijke gedetailleerde boekhouding moet noodzakelijk de aantekening bevatten van bovenbedoelde handelingen en van de betalingen die er op betrekking hebben.
