---
title: "Parlementaire vraag 16567 · De BBI-instructie in verband met de spontane rechtzettingen"
description: "De BBI-instructie in verband met de spontane rechtzettingen. Parlementaire vraag nr. 16567 van 22 februari 2017 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/16567-bbi-instructie-in-verband-spontane-c2c6"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/16567-instruction-isi-concernant-rectifications-spontanees-85a3"
---

# De BBI-instructie in verband met de spontane rechtzettingen

**Nummer**

16567

**Datum**

22 februari 2017

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

27 paragrafen

**Kamer, Integraal verslag - Commissie voor Financiën, 2016-2017, CRIV 54 COM 606 d.d. 22.02.2017, blz. 9**

*De BBI-instructie in verband met de spontane rechtzettingen*

**Peter Vanvelthoven**: Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, op 18 januari heb ik u gevraagd naar de toepassing van deze btw-instructie. U verklaarde toen dat het doel was om shopping te vermijden en zodoende tot een uniforme behandeling van de belastingplichtigen te komen. U was van oordeel dat dit doel werd bereikt.

Ik heb u toen gevraagd naar de gegevens per gewestelijke directie, om deze te kunnen beoordelen. Ik heb die toen niet gekregen en ik dring nu nogmaals aan om die gegevens te mogen ontvangen. Intussen circuleren de cijfers via een betrouwbare bron en weten wij dus ook dat ze bestaan.

Ik kreeg graag de volgende gegevens per gewestelijke directie in het kader van deze btw-instructie: het aantal ingediende dossiers, het

Ik heb ook al verschillende keren gevraagd naar de behandeling van het beginsaldo. Uw antwoord is dat daarover geen detailinfo bijgehouden wordt. Ook die eenvoudige vraag kunt u echter stellen aan elk van de gewestelijke directies. Het gaat voor elke directie waarschijnlijk om enkele honderden dossiers. De vraag is dus zonder meer te beantwoorden. Daarom stel ik ze opnieuw.

Ik kreeg graag de volgende gegevens per gewestelijke directie in het kader van deze btw-instructie: het aantal ingediende dossiers, het aantal afgehandelde dossiers, de totale verhoging van de belastbare basis, het totaal van de ingekohierde bedragen en het totaal van de effectief betaalde bedragen.

Werd in alle dossiers het niet-verrechtvaardigd beginsaldo meegenomen?

**Minister** **Johan Van Overtveldt:** Mijnheer de voorzitter, mijnheer Vanvelthoven, de globale stand van zaken op 9 februari 2017 voor de dossiers waarvoor de BBI onderzoeken heeft ingesteld conform de bepalingen van de zogenaamde BBI-instructie is de volgende. Het aantal ingediende dossiers is 1 862, het aantal afgehandelde dossiers is 1 841, de totale verhoging van de belastbare basis is 539,9 miljoen euro, het totale bedrag van de in te kohieren belasting is 162,7 miljoen euro en het totaal van de effectief betaalde bedragen is 160 miljoen euro. Wat het invorderingscijfer betreft, is het wel zo dat voor een aantal aanslagen de betaaltermijn nog niet verstreken is.

Zoals ik reeds meermaals heb meegedeeld in deze discussie, is de detailinformatie omtrent de in uw laatste vraag bedoelde gegevens noch voor deze dossiers, noch voor andere dossiers die de BBI behandelt, beschikbaar.

Ik acht het bovendien niet opportuun om de diensten van de BBI te gelasten met de zeer tijdrovende en arbeidsintensieve inzameling van deze informatie, zulks ten koste van hun corebusiness, met name fraudebestrijding.

**Peter Vanvelthoven**: Mijnheer de minister, ik dank u voor de cijfergegevens. Ik had echter gevraagd om de cijfers per gewestelijke directie te ontvangen. Uw argument is altijd geweest dat deze btw-instructie er moest komen, zodat wij de zaken overal op dezelfde manier zouden behandelen. Dat is de kern van mijn vraag en daar gaat u opnieuw omheen, tenzij u mij deze informatie alsnog kunt geven?

**Minister Johan Van Overtveldt:** Hoe gaat u aan de hand van die verdeling zien of er daaromtrent verschillen zijn?

**Peter Vanvelthoven**: Ik zou bijvoorbeeld de aantallen kunnen vergelijken. Als daaruit geen conclusie te trekken is, dan zal ik dat ook niet doen, maar u weigert blijkbaar die informatie te geven, zodat ik zelfs geen conclusie kan trekken.

**Minister Johan Van Overtveldt:** Zoals ik in het laatste deel van mijn antwoord al zei, men heeft het bij de BBI momenteel zeer druk. Men heeft daar andere zaken te doen. Dit zijn vragen die heel wat opzoekingswerk en verdelingswerk vergen.

**Peter Vanvelthoven**: Het gaat gewoon om een aantal, mijnheer de minister. Het aantal voor het hele land is samentellen wat de verschillende directies ontvangen.

Mijnheer de voorzitter, u toonde daarnet even uw parlementaire reflex. Hier weigert de minister om gegevens die beschikbaar zijn, voor te leggen aan het Parlement.

Dat is niet ernstig, mijnheer de minister. U hebt de gegevens. U geeft het totaal, dus de optelsom van de gewestelijke directies. Is dat nu zo’n groot geheim dat wij dat niet mogen weten?

De **voorzitter**: U moet dan maar een schriftelijke vraag of een andere vraag stellen, mijnheer Vanvelthoven.

**Peter Vanvelthoven**: Mijnheer de voorzitter, komaan, ik hoorde deze voormiddag een collega van deze commissie zeggen dat hij de cijfers per gewestelijke directie wel heeft gekregen, een partijgenoot van u. En hij zei dat ik deze namiddag de cijfers zou krijgen.

De **voorzitter**: De minister heeft geantwoord wat hij wil antwoorden.

**Peter Vanvelthoven**: En neemt het Parlement daar genoegen mee? Wij moeten de regering controleren, mijnheer de voorzitter. Dit is toch niet grappig!

De **voorzitter**: U moet mij niet beschuldigen.

**Peter Vanvelthoven**: U zou de vraag van een commissielid aan de minister kunnen ondersteunen, maar volgens u mag de minister hier zeggen wat hij wil; het interesseert u niet. Dat is uw antwoord.

De **voorzitter**: Ik sta boven de Parlementsleden en de ministers.

**Peter Vanvelthoven**: Dat is duidelijk. Ik vind dit niet ernstig.

*Het incident is gesloten.*
