Europese richtlijnen. culturele goederen. tarief · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

164 31 januari 2012

Zoeken

Europese richtlijnen. culturele goederen. tarief

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/164-europese-richtlijnen-culturele-goederen-tarief-68a4

Nummer
164
Datum
31 januari 2012

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

16 paragrafen

Vragen en Antwoorden, Kamer 2011-2012 nr. 55 d.d. 05.03.2012 blz. 127

Europese richtlijnen

Culturele goederen

Tarief

VRAAG

ln tegenstelling tot boeken op een papieren drager waarvoor een verlaagd btw-tarief geldt, wordt momenteel voor digitale boeken in België een btw-tarief van 21% gehanteerd. Dit omdat de verkoop hiervan als een "dienst" beschouwd wordt. Er wordt hier dus voor de toepassing van het btw-tarief een onderscheid gemaakt tussen de verschillende reproductiedragers. Op 15 november 2011 werd bij het Europees Parlement al een Ontwerpresolutie ingediend dat de Europese Commissie duidelijk vraagt om een verlaagd btw-tarief toe te passen voor alle culturele goederen en diensten, ongeacht de wijze waarop deze worden aangeleverd. Deze resolutie stelt onder andere dat de huidige formulering van de Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde een belemmering vormt voor de toegang tot cultuurgoederen voor de EU-inwoner en dat het onaanvaardbaar is dat voor hetzelfde werk verschillende btw-tarieven gelden, al naargelang deze online dan wel via de traditionele offline markt worden verkocht.

1. Bent u op de hoogte van deze problematiek?

2. a) Wat is uw standpunt omtrent een eventuele verlaging van de btw op digitale boeken?

b) Wat is de geschatte budgettaire kost?

3. Wat is uw standpunt omtrent een eventuele uitbreiding van de btw-verlaging voor alle culturele goederen en diensten?

ANTWOORD

(van de heer Vanackere, Vice-eersteminister en Minister van Financiën en Duurzame Ontwikkeling, belast met Ambtenarenzaken)

Op 15 november 2011 werd in het Europees Parlement een ontwerp van resolutie ingediend waarin aan de Commissie en de lidstaten wordt gevraagd een coherent fiscaal beleid toe te passen voor de culturele goederen, ongeacht of zij op papier dan wel onder digitale vorm worden aangeboden. Volgens deze resolutie zouden de lidstaten in staat moeten worden gesteld om een verlaagd btw-tarief toe te passen op alle culturele goederen, ongeacht de wijze waarop deze worden aangeboden. Van haar kant is de Commissie in haar mededeling van 6 december 2011 COM (2011)851 definitief aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité, over de toekomst van de btw, van oordeel dat er een aantal factoren zijn die een herziening van de huidige tariefstructuur van de btw rechtvaardigen. Hierin werd geopperd dat vergelijkbare goederen en diensten zouden moeten onderworpen zijn aan hetzelfde btw-tarief en dat de vooruitgang in techniek in dit opzicht mee zou moeten worden genomen zodat de convergentie tussen de online en de fysieke omgeving wordt verzekerd. Dit kan onder meer worden verwezenlijkt door de toepassing van een identiek en bij voorkeur hetzelfde verlaagd btw-tarief op gelijkaardige goederen en diensten, zoals boeken op zowel fysieke drager (papier, cd's, dvd's, usb-sleutels) als in een elektronische versie. In het licht hiervan zal de Commissie in 2012 bijgevolg een evaluatie opstarten van de huidige tariefstructuur van de btw en nadien voorstellen formuleren. In afwachting van deze nieuwe voorstellen die tegen eind 2013 worden verwacht, is het niet mogelijk om een verlaging van het btw-tarief voor elektronische culturele goederen nu al in overweging te nemen. Er mag tenslotte niet uit het oog worden verloren dat er reeds talrijke culturele goederen en diensten zijn die aan het verlaagd btw-tarief onderworpen zijn of zelfs de vrijstelling genieten :

- ingevolge artikel 44, § 1, 6° tot en met 9°, van het Btw-Wetboek zijn de diensten en leveringen van goederen die er nauw mee samenhangen, onder meer verstrekt door bibliotheken, musea, dierentuinen, voordrachtgevers, acteurs, muzikanten, de organisatie van toneel-, ballet, en dergelijke en tentoonstellingen, concerten, mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan, vrijgesteld van de belasting;

- ingevolge rubriek XXI van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 inzake btw-tarieven, zijn onder bepaalde voorwaarden de kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten onderworpen aan het verlaagd btw-tarief van 6 pct. In de andere gevallen is de bijzondere regeling van de belastingheffing over de winstmarge als bedoeld in artikel 58, § 4, van het Btw-Wetboek en het koninklijk besluit nr. 53 van 23 december 1994 met betrekking tot de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge voor gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten van toepassing;

- ingevolge rubriek XXVIII van deze tabel A, is het recht op toegang tot inrichtingen voor cultuur, sport of vermaak onderworpen aan het verlaagd btw-tarief van 6 pct.;

- ingevolge rubriek XXIX, 2 van diezelfde tabel A zijn de diensten die bestaan in het uitvoeren van concerten en voorstellingen onderworpen aan het verlaagd btw-tarief van 6 pct., met uitsluiting van de diensten die betrekking hebben op reclame. Wat tenslotte de budgettaire impact betreft, dient het volgende te worden aangestipt. Ondanks de toename van het gebruik van het digitale boek blijft de omzet nog steeds vrij bescheiden. Inderdaad, op basis van sectorale gegevens blijkt dat de omzet ter zake in 2010 slechts 1,3 procent vertegenwoordigde van de totale verkoop van boeken. Op basis van deze gegevens is dan ook de budgettaire impact geraamd die een btw-tariefverlaging voor de verkoop van digitale boeken zou teweegbrengen. Op jaarbasis zou een dergelijke tariefverlaging zowat 0,71 miljoen euro kosten.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 581 voorkomen