---
title: "Parlementaire vraag 163 · Risico’s van vereenvoudigde EU-douaneprocedures op btw-fraude"
description: "Risico’s van vereenvoudigde EU-douaneprocedures op btw-fraude, vereenvoudigd tarief. Parlementaire vraag nr. 163 van 4 april 2025 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/163-risico-vereenvoudigde-eu-douaneprocedures-btw-dbbe"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/163-risques-fraude-tva-lies-simplification-0b2f"
---

# Risico’s van vereenvoudigde EU-douaneprocedures op btw-fraude

**Nummer**

163

**Datum**

4 april 2025

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

38 paragrafen

Parlementaire vraag nr. 163 van de heer Steven Matheï d.d. 4 april 2025

**Kamer, Vragen en Antwoorden, 2024-2025, QRVA 56/0014 d.d. 20.05.2025, blz. 136**

Vraag nr. 163 van De heer volksvertegenwoordiger Steven Matheï van 04 april 2025 (N.) aan de viceeersteminister en minister van Financiën en Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en de Federale Culturele Instellingen:

*Risico’s van vereenvoudigde EU-douaneprocedures op btw-fraude.*

## **VRAAG**

De vereenvoudigde douaneregels van de Europese Unie zijn ontworpen om de invoer van goederen uit derde landen eenvoudiger te maken. Echter, deze regels blijken een aanzienlijke opening te bieden voor btw-fraude.

Uit een recent rapport van de Europese Rekenkamer blijkt dat in 2022 Europese lidstaten, waaronder België, ongeveer 89 miljard euro aan btw-inkomsten zijn misgelopen door fraudeurs, mede dankzij deze vereenvoudigde procedures. Dit verlies vertegenwoordigt 7 % van de verwachte opbrengsten.

De Europese Commissie schiet volgens de Rekenkamer tekort in haar toezicht op het gebruik van deze procedures, en ook de samenwerking en controle op lidstaatniveau is onvoldoende. Hierbij zijn er twee belangrijke oorzaken:

\- de mogelijkheid om de btw te betalen, niet in het land van invoer, maar van bestemming en;

\- de one-stop-shop zoals een aantal jaren geleden ingevoerd, waardoor verkopers buiten de Europese Unie voor goederen die niet meer kosten dan 150 euro vooraf de btw kunnen innen van consumenten en eens per maand btwaangifte kunnen doen in de lidstaat waarin zij zich daarvoor hebben geregistreerd.

1\. a) Hoe beoordeelt u de bevindingen van de Europese Rekenkamer met betrekking tot de risico's van de huidige vereenvoudigde douaneregels op btw-fraude?

b) Welke specifieke maatregelen heeft of zal België nemen om het risico op bovenstaande btw-fraude te beperken?

2\. a) Is er recentelijk een evaluatie geweest van de Belgische controlemechanismen rondom de vereenvoudigde douaneregels? Zo ja, wat waren de resultaten en aanbevelingen?

b) Hoe kan de samenwerking tussen Belgische douaneen belastingdiensten en hun Europese tegenhangers verbeterd worden om fraude effectiever aan te pakken?

3\. a) Hoeveel registraties zijn er in België inzake het systeem van de one-stop-shop? Hoeveel euro verschuldigde btw was daaraan gekoppeld in 2022, 2023 en 2024?

b) Kunt u gedetailleerde cijfers verstrekken over de geschatte omvang van btw-fraude in België voor dezelfde jaren, indien mogelijk opgesplitst per provincie?

c) Zijn er specifieke sectoren of producten binnen België geïdentificeerd die bijzonder vatbaar zijn voor onderwaardering en andere vormen van fraude zoals in het verslag van de Rekenkamer?

4\. a) Welke stappen worden ondernomen om de aanbevelingen van de Europese Rekenkamer te integreren in de Belgische praktijk, en hoe wordt daarbij samengewerkt op EU-niveau?

b) In hoeverre is België betrokken bij de ontwikkeling van nieuwe Europese wetgeving of initiatieven die beogen de douane- en btw-fraude verder in te perken?

## **ANTWOORD**

van de vice-eersteminister en minister van Financiën en Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en de Federale Culturele Instellingen van 13 mei 2025, op de vraag nr. 163 van De heer volksvertegenwoordiger Steven Matheï van 04 april 2025 (N.):

1\. a) Zoals het verslag vermeldt, zijn er inderdaad risico's op btw-fraude bij gebruik van de huidige vereenvoudigde douaneregels. Echter (zie verder) worden er reeds initiatieven genomen, op Belgisch en Europees niveau, om deze fraude aan te pakken.

b) In het voornoemd rapport van de Europese Rekenkamer werden een aantal aanbevelingen geformuleerd aan de Europese Commissie. Indien goederen in het vrij verkeer worden gebracht via douane-regeling 42 voorziet het Btwwetboek in een vrijstelling van btw in België wanneer de btw-geadresseerde bij invoer diezelfde goederen doorverkoopt of overbrengt vanuit België naar een andere lidstaat. De invoer moet dus gevolgd worden door een intracommunautaire levering door de btw-geadresseerde. In het geval van een controle door de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen (AA D en A) wordt nagegaan of de vrijstelling bij invoer terecht toegepast wordt, en [artikel 143 van de btw-richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-143) gerespecteerd wordt. De Algemene Administratie van de Fiscaliteit (AAFisc) is vervolgens bevoegd voor de controle op de verkoop, en aldus voor het nagaan of de btw betaald werd.

2\. a) Er is recentelijk geen specifieke evaluatie geweest van de controlemechanismen op het gebruik van de vereenvoudigde douaneregels. Echter, de geïdentificeerde risico's zijn niet nieuw. De Belgische douane heeft dan ook geruime tijd risicoprofielen lopen die op basis van de controle- en feedbackgegevens, alsook de wetgevende kaders, continu geëvalueerd en bijgestuurd worden.

b) Dit maakt het voorwerp uit van de hervorming van het Europese douanewetboek, die momenteel besproken wordt. Hiernaast heeft de Europese Commissie een voorstel geformuleerd om Import One-Stop Shop (IOSS) beter te beveiligen. Verder zou het opzetten van een communicatienetwerk op EU-niveau voor deze specifieke regelingen bijdragen aan een snellere communicatie van vaststellingen tussen douane- en btw-collega's in de betrokken lidstaten.

3\. a) Een overzicht van de in België geregistreerde partijen inzake het systeem van de one-stop-shop (OSS):

De daaraan gekoppelde verschuldigde btw in de jaren 2022, 2023 en 2024 is als volgt:

(\*) Dit zijn de leveranciers geregistreerd in het Belgische OSS-systeem die ook in België btw- aangiftes hebben gedaan.

(\*\*) Dit zijn de leveranciers geregistreerd in het OSSsysteem van een andere lidstaat die in België btw-aangiftes hebben gedaan.

b) De gevraagde cijfers kunnen niet aangeleverd worden.

c) Onderwaardering is een fraudemechanisme dat gebruikt wordt om enerzijds onder een waarde van 150 euro te blijven en een H7-aangifte (in het kader van e-commerce) te kunnen indienen met vrijstelling van douanerechten, en anderzijds om de douanerechten en andere belastingen te beperken. Uit analyses en controles uitgevoerd door de AAD en A blijkt dat vooral textiel en schoenen, net als stockverplaatsingen, uit Azië het voorwerp uitmaken van onderwaardering.

4\. De zogenaamde ViDA-richtlijn (2025/516) die werd gepubliceerd in het PB-EU op 25 maart 2025 bevat een aantal substantiële verbeteringen aan het huidige proces van de invoer-one-stop-shop (I-OSS). Deze voorgestelde verbeteringen zijn bedoeld om de capaciteit van de lidstaten te vergroten om I-OSS-gerelateerde btw-fraude aan te pakken.

Aldus zal de lidstaat van de uiteindelijke bestemming van de goederen worden opgenomen in de maandelijkse IOSS-listing met betrekking tot de invoeren gedaan in het kader van afstandsverkopen. Op die manier zullen de betrokken gegevens kunnen worden uitgesplitst per lidstaat van consumptie om per maand de totale maatstaf van heffing van in het kader van I-OSS ingevoerde goederen per IOSS-identificatienummer en per lidstaat van consumptie op te nemen. Ingevolge deze verbetering zal de lidstaat die bedragen kunnen vergelijken met de maatstaf van heffing van afstandsverkopen die in de I-OSS-aangifte voor die lidstaat is aangegeven.

Er zal tevens aan douaneautoriteiten, die momenteel alleen beperkte toegang hebben tot de I-OSS-identificatienummers, toegang worden verleend tot aanvullende IOSS-registratiegegevens, waaronder de naam, post- en elektronisch adres van de I-OSS-geregistreerde handelaar. Dit zal de douaneautoriteiten helpen om het gebruik van het I-OSS-identificatienummer beter te controleren.

Tot slot zullen de elektronische interfaces die afstandsverkopen faciliteren en die overeenkomstig de richtlijnbepalingen geacht worden op te treden als leverancier, de naam en het adres van onderliggende leveranciers bijkomend in hun boekhouding moeten opnemen.

Naast de voormelde verbeteringen voorziet de ViDArichtlijn ook dat een uitvoeringsakte zal moeten worden uitgewerkt om bijzondere maatregelen in te voeren om bepaalde vormen van belastingontduiking of -ontwijking te voorkomen, onder meer door het unieke verzendingsnummer te koppelen aan het overeenkomstige IOSS-identificatienummer. De diensten van de Europese Commissie hebben ondertussen de voorbereidende werkzaamheden voor die uitvoeringsakte al opgestart op grond van verkennende gesprekken met de douaneautoriteiten van de lidstaten.

Lidstaten zullen aldus meer gegevens tot hun beschikking hebben om effectieve controles uit te voeren. Met behulp van de maandelijkse I-OSS-listing kunnen de lidstaten de totale maatstaf van heffing van de invoeren die in het kader van de toepassing van de I-OSS-regeling zijn vrijgesteld vergelijken met de totale waarde van de daarmee overeenstemmende afstandsverkopen die in hun IOSS-btw-aangifte als lidstaat van consumptie zijn aangegeven. In geval van een discrepantie kunnen de lidstaten de boekhouding controleren met betrekking tot afstandsverkopen door individuele leveranciers. Die boekhouding moet tien jaar worden bewaard vanaf het einde van het jaar waarin de levering heeft plaatsgevonden en moet elektronisch beschikbaar worden gesteld op verzoek van de lidstaten.

Wat meer in het bijzonder de opvolging van de zogenaamde CP42-procedure bij invoer betreft, wordt erop gewezen dat die procedure één van de formele werkvelden vormt van het Eurofisc-netwerk. Dat Europese netwerk vormt een netwerk van versnelde informatie-uitwisseling tussen alle EU-lidstaten waarbij een multilateraal early warning-systeem werd opgezet om btw-fraude te bestrijden in het kader van de formele werkterreinen waarin Eurofisc actief is.

Op het vlak van douanematerie vormt e-commerce één van de grootste aspecten die het onderwerp zijn van een grondige herziening van het Douanewetboek van de Unie. In eerste instantie beogen de betrokken e-commerce artikels in de zogenaamde UCC Reform, de nieuwe basiswettekst die wordt voorzien te worden afgeklopt in de loop van 2025, wijzigingen om misbruik op vlak van douanerechten tegen te gaan. Tegelijkertijd echter laten de discussies de ruimte om ook in te spelen op de gekende btwproblematieken. De Belgische douane heeft, als belangrijke e-commerce speler binnen de EU, in deze context steeds een actieve houding aangenomen in het overleg om bij te dragen aan werkbare oplossingen.

## Aangehaalde teksten

1

[btw-richtlijn 2006/112 art. 143](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-143) 1 voorkomen
