Kamer, Vragen en Antwoorden, 2016-2017, QRVA 54/115 d.d. 24.04.2017, blz. 201
Strijd tegen financiële fraude.
VRAAG
Op 8 december 2016 vond er een belangrijke vergadering van de Raad van Europese ministers van Justitie plaats in het kader van de versterkte strijd tegen intracommunautaire financiële fraude.
1. a) Welke vorderingen heeft men gemaakt inzake de invoering van een Europese openbare aanklager voor deze zaken?
b) Hoe zit het met de onafhankelijkheid van deze openbare aanklager?
2. Welke wijzigingen werden er tijdens deze vergadering aangebracht aan het in 2013 door de Europese Commissie uitgewerkte schema?
3. Hoever staat men in het dossier om grensoverschrijdende btw-fraude ook onder de bevoegdheid van een Europese openbare aanklager te laten vallen?
4. Welk standpunt verdedigt ons land in dit dossier?
ANTWOORD
van de minister van Justitie van 19.04.2017,
1. a) Door de Europese Commissie werd op 17 juli 2013 het voorstel voor een verordening van de Raad tot instelling van het Europees Openbaar Ministerie neergelegd. Dit voorstel maakt deel uit van een ruimer pakket van wetgevende maatregelen om de institutionele aspecten te verbeteren ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie. Het voorstel wordt sinds september 2013 in de bevoegde EU Raadswerkgroep bediscussieerd.
Tijdens de Raad van de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken op 8 december 2016 verkreeg de ontwerpverordening grote steun van de delegaties. Het instrument is quasi gefinaliseerd. Verschillende delegaties zijn bereid verder te gaan in dit dossier en de volgende stap te nemen van de bijzondere wetgevingsprocedure. Artikel 86 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie bepaalt dat de Raad besluit met eenparigheid van stemmen. Aangezien het Zweedse Parlement zich negatief heeft uitgelaten over de goedkeuring van de ontwerpverordening lijkt het bereiken van eenparigheid in de Raad onwaarschijnlijk. Bij gebrek aan eenparigheid kan een groep van ten minste negen lidstaten verzoeken dat het ontwerp aan de Europese Raad wordt voorgelegd. Indien de Europese Raad er niet in slaagt consensus te bereiken kan een groep van ten minste negen lidstaten een nauwere samenwerking aangaan.
b) De ontwerpverordening bepaalt dat het Europees Openbaar Ministerie onafhankelijk is. De Europese hoofdaanklager, de plaatsvervangende Europese hoofdaanklagers, de Europese aanklagers, de gedelegeerde Europese aanklagers, de administratief directeur en het personeel van het Europees Openbaar Ministerie handelen in het belang van de gehele Unie en vragen noch aanvaarden, in de functie die zij krachtens de verordening uitoefenen, instructies van personen van buiten het Europees Openbaar Ministerie, een lidstaat of een instelling, orgaan of instantie van de Unie. De lidstaten en de instellingen, organen en instanties van de Unie dienen de onafhankelijkheid van het Europees Openbaar Ministerie te respecteren en trachten niet het te beïnvloeden bij het vervullen van zijn taken.
De onafhankelijkheid van het Europees Openbaar Ministerie van de lidstaten en de EU- instellingen wordt verder bepaald door de benoemings- en ontslagprocedure van de verschillende leden van het Europees Openbaar Ministerie. Eén van de benoemingsvereisten voor zowel de Europese hoofdaanklager, de Europese aanklagers als de gedelegeerde Europese aanklagers is dat de onafhankelijkheid van deze persoon niet ter discussie staat.
Er wordt een openbare sollicitatieoproep gedaan voor de benoeming van de Europese hoofdaanklager, dit om het Europees karakter van deze functie te verzekeren. De Europese openbare aanklagers, één per deelnemende lidstaat, worden benoemd door de Raad uit een lijst van drie kandidaten die voorgelegd worden door elke lidstaat. De gedelegeerde Europese aanklagers worden benoemd door het College, op voorstel van de Europese hoofdaanklager, zoals voorgedragen door de lidstaten.
Het Europees Hof van Justitie staat in voor het ontslag van de Europese hoofdaanklager en de Europese aanklagers, op verzoek van het Europees Parlement, de Raad of de Europese Commissie indien de persoon zijn/haar taken niet langer kan vervullen of ernstig tekort is geschoten. Het College staat in voor het ontslag van de gedelegeerde Europese aanklagers indien het van oordeel is dat de persoon niet langer aan de benoemingsvereisten voldoet of niet in staat is zijn/haar taken uit te oefenen, of dat hij/zij ernstig tekort is geschoten.
2. Er werden belangrijke wijzigingen aangebracht ten opzichte van het oorspronkelijke voorstel van de Europese Commissie. Tijdens de Raad van de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken van juni 2014 besliste men een collegiale structuur te voorzien, alsook een concurrerende en bijgevolg niet- exclusieve bevoegdheid waarbij de bevoegdheid gedeeld wordt tussen het Europees Openbaar Ministerie en de bevoegde nationale autoriteiten voor de opsporing en vervolging van misdrijven die raken aan de financiële belangen van de Unie. Andere wijzigingen betreffen onder meer de benoemingsprocedure van de leden van het Europees Openbaar Ministerie, het voorzien van zogenaamde Permanente Kamers op centraal niveau van het Europees Openbaar Ministerie, de procedure voor grensoverschrijdende onderzoeksmaatregelen, toelaatbaarheid van bewijs, rechterlijke controle op de procedurele handelingen van het Europees Openbaar Ministerie, procedurele waarborgen voor verdachte en betrokken personen en de samenwerking tussen het Europees Openbaar Ministerie en haar partners.
3. Het Europees Openbaar Ministerie is bevoegd voor strafbare feiten zoals voorzien in de ontwerprichtlijn betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt. Er werd in december 2016 een politiek akkoord bereikt tussen de Raad en het Europees Parlement over deze ontwerprichtlijn. Centraal element van dit akkoord betreft de inclusie van bepaalde vormen van BTW- fraude in het toepassingsgebied. Bijgevolg zal het Europees Openbaar Ministerie bevoegd zijn voor ernstige, grensoverschrijdende en georganiseerde BTW- fraude.
4. België is steeds principieel voorstander geweest van de oprichting van een Europees Openbaar Ministerie in de strijd tegen strafbare feiten die de financiële belangen van de EU schaden. Dit project strookt met de Europese constructie en de versterking van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, ook al is het duidelijk dat dit een werk van lange adem is waarbij vele vragen en obstakels overbrugd moeten worden om dit doel te bereiken. Dit domein is ook beleidsmatig prioritair gelet op de context van de economische crisis. België betreurt het lage ambitieniveau van verschillende belangrijke elementen en de complexiteit van het huidige voorstel. Niettemin is België er samen met andere ambitieuze lidstaten in geslaagd een tegenwicht te bieden en er over te waken dat het ambitieniveau niet verder daalde. België blijft overtuigd van de meerwaarde van de oprichting van het Europees Openbaar Ministerie.
Er is evenwel gebleken dat de eenparigheid, vereist door het verdrag, niet zal worden bereikt voor dat instrument. Nu rijst de vraag of het beroep op de nauwere samenwerking de oprichting van het Europees Openbaar Ministerie zal kunnen bewerkstelligen op adequate wijze en in het bijzonder met een voldoende brede basis in termen van Staten die zouden deelnemen aan die nauwere samenwerking.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.