---
title: "Parlementaire vraag 1617 · Nieuwe procedure btw-aftrek volgens werkelijk gebruik bij occasionele handelingen"
description: "Nieuwe procedure btw-aftrek volgens werkelijk gebruik bij occasionele. Parlementaire vraag nr. 1617 van 1 augustus 2023 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1617-nieuwe-procedure-btw-aftrek-volgens-0a92"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/1617-nouvelle-procedure-deduction-tva-base-0a8c"
---

# Nieuwe procedure btw-aftrek volgens werkelijk gebruik bij occasionele handelingen

**Nummer**

1617

**Datum**

1 augustus 2023

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

19 paragrafen

Parlementaire vraag nr. 1617 van de heer Wouter Vermeersch d.d. 01.08.2023

**Kamer, Vragen en Antwoorden, 2022-2023, QRVA 55/119 d.d. 27.09.2023, blz. 145**

Vraag nr. 1617 van De heer volksvertegenwoordiger Wouter Vermeersch van 01 augustus 2023 (N.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding:

*Nieuwe procedure btw-aftrek volgens werkelijk gebruik bij occasionele handelingen.*

## **VRAAG**

In uw antwoord op [vraag nr. 1431 van 6 april 2023](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1431-toepassing-nieuwe-procedure-btw-aftrek-2a5d) (Vragen en Antwoorden, Kamer, 2022-2023, nr. 112) stelt u dat de problematiek nog verder onderzocht wordt en dat het niet uitgesloten is dat de regelgeving nog bijkomende wijzigingen ondergaat.

In dit kader wens ik te bemerken dat de deadline voor de bestaande gemengde btw-belastingplichtigen die op 31 december 2022 al het werkelijk gebruik toepasten hun melding moeten doen uiterlijk 30 juni 2023.

Bovendien stelt u dat de gemengde btw-belastingplichtigen die occasioneel handelingen stellen inzake het verhuren van onroerende goederen, zich niet moeten melden via het nieuw systeem aangezien zij verplicht het systeem van het werkelijk gebruik moeten toepassen.

**1.** Kunt u meer duiding geven over de term "van occasionele aard" aangezien het voor vele belastingplichtigen (en diens accountants) niet altijd duidelijk is waar de grens te trekken? U stelt dat dit geval per geval onderzocht dient te worden, maar het lijkt niet de insteek van de wetgever om voor elk van deze gevallen een individueel akkoord te vragen aan het lokaal bevoegd btw-kantoor.

**2.** Wat zullen de consequenties zijn als de meldingsplicht niet of niet-tijdig werd verricht in 2023 gelet op (i) de grijze zone over "van occasionele aard" en (ii) de wijzigingen die de regelgeving op dit moment nog steeds ondergaat?

## **ANTWOORD**

**van de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding van 26.09.2023**:

**1.** Met betrekking tot uw eerste vraag bepaalt [artikel 13, 2°, koninklijk besluit nr. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb#ar3-art13), dat, voor de berekening van het algemeen verhoudingsgetal, niet in aanmerking wordt genomen, de opbrengsten van en de inkomsten uit onroerende en uit financiële verrichtingen, tenzij die verrichtingen behoren tot een specifieke economische activiteit van dien aard.

Uit de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie volgt dat verrichtingen als onderdeel van de specifieke economische activiteit van de belastingplichtige moeten worden aanzien wanneer zij het rechtstreekse, duurzame en noodzakelijke verlengstuk van de belastbare activiteit van die belastingplichtige vormen. Eveneens kan rekening gehouden worden met de mate waarin deze verrichtingen slechts een zeer beperkt gebruik maken van goederen of diensten waarvoor belasting over de toegevoegde waarde verschuldigd is, om te bepalen of er al dan niet sprake is van een specifieke economische activiteit (zie onder meer arresten van 11 juli 1996, [C-306/94](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-306-94-arrest) Régie Daphinoise en 29 april 2004, [C-77/01](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-77-01-arrest), EDM).

Uit de feitelijke omstandigheden zal moeten blijken in welke mate aan deze criteria is voldaan opdat deze als onderdeel van de specifieke economische activiteit van de belastingplichtige moeten worden aanzien, dan wel of deze handelingen eerder bijkomstig/occasioneel van aard zijn.

Wat de inkomsten uit onroerende verrichtingen betreft, is er in principe sprake van een specifieke economische activiteit wanneer een belastingplichtige een onroerend goed aanschaft met de bedoeling om dit goed te verhuren. De aanschaf van het gebouw als bedrijfsmiddel, vaak gepaard gaande met het sluiten van een lening ter financiering van de aanschaf, heeft tot doel het uitoefenen van een specifieke economische activiteit teneinde er duurzaam opbrengsten uit te verkrijgen.

Daarentegen is er, bij wijze van voorbeeld, hiervan geen sprake wanneer een belastingplichtige slechts op occasionele wijze inkomsten behaalt uit de verhuur van onroerende goederen welke hij niet specifiek voor doeleinden van verhuur heeft aangeschaft (bv. een belastingplichtige die tijdens de coronacrisis een bedrijfsruimte verhuurde als vaccinatiecentrum omdat hij ingevolge de geldende maatregelen deze bedrijfsruimte tijdelijk niet kon gebruiken voor de eigen economische activiteit).

**2.** Overeenkomstig de bijlage, Afdeling 1, III, A, van het koninklijk besluit nr. 44 van 9 juli 2012 tot vaststelling van het bedrag van de niet-proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde, genomen in uitvoering van [artikel 70, § 4, eerste lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70), wordt voor het niet indienen van de kennisgeving bedoeld in [artikel 18bis, § 1, van het koninklijk besluit nr. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-18bis-7238) (via een aangifte van wijziging van activiteit (formulier E604B)), een geldboete van 500 euro opgelegd. Voor het laattijdig indienen ervan wordt een geldboete van 100 euro per maand vertraging, met een maximum van 500 euro, opgelegd (zie de bijlage, Afdeling 1, III, B, van voormeld koninklijk besluit nr. 44).

Het spreekt voor zich dat de gemengde belastingplichtige die de betrokken kennisgeving niet of laattijdig heeft ingediend en daarvoor bestraft werd met een niet-proportionele fiscale geldboete, steeds een verzoek tot vermindering of kwijtschelding van de hem opgelegde geldboete kan indienen overeenkomstig artikel 9 van het Regentsbesluit van 18 maart 1831, althans mits hij daarvoor gegronde redenen kan inroepen.

Gelet op de omstandigheden zal de administratie zich evenwel soepel opstellen in geval van spontane laattijdige indiening van deze kennisgeving.

## Aangehaalde teksten

5

[KB nr. 3 art. 13](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb) 1 voorkomen

[KB nr. 3 art. 18bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-18bis-7238) 1 voorkomen

[WBTW art. 70](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) 1 voorkomen

[C-306/94, arrest van 11 juli 1996](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-306-94-arrest) 1 voorkomen

[C-77/01, arrest van 29 april 2004](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-77-01-arrest) 1 voorkomen
