---
title: "Parlementaire vraag 16 · Fiscale boekhouding"
description: "Fiscale boekhouding. Parlementaire vraag nr. 16 van 7 februari 1972 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/16-fiscale-boekhouding-verbist-c846"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/16-comptabilite-fiscale-verbist-a07e"
---

# Fiscale boekhouding

**Nummer**

16

**Datum**

7 februari 1972

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

33 paragrafen

**Vr. en Antw., Senaat**

*Fiscale boekhouding*

## **VRAAG**

Het ware mij aangenaam van de geachte Minister nadere toelichting te ontvangen in verband met de verplichting tot het houden van financiële dagboeken (kasboek voor de kontante verrichtingen, Bank of Postcheckverrichtingen, enz.) en het voorleggen ervan aan de bevoegde agenten der fiskale besturen.

Hoe is de regeling zowel inzake BTW als inzake directe belastingen:

a) voor de vennootschappen en natuurlijke personen - belastingenplichtigen - met een jaaromzet van meer dan 5 miljoen;

b) voor de natuurlijke personen en de vennootschappen - belastingplichtigen - met een jaaromzet die niet meer bedraagt dan 5 miljoen?

Is er onderscheid tussen natuurlijke personen en vennootschappen?

Is hier een afwijking voor de periode die 1 januari 1971 voorafgaat en kan eventueel genoegen genomen worden met de uittreksels der bank- of postrekeningen waarbij de bewijsstukken der gedane verrichtingen gevoegd zijn?

## **ANTWOORD**

1\. Belasting over de toegevoegde waarde

Het koninklijk besluit nr. 1, van 23 juli 1969 ( Belgisch Staatsblad van 30 juli 1969), genomen in uitvoering van het BTW-wetboek, bepaalt de voornaamste administratieve verplichtingen van de BTW-belastingplichtigen en maakt hierbij een onderscheid volgens de omzet van de ondernemingen.

De ondernemingen van wie de jaaromzet meer dan vijf miljoen frank bedraagt, moeten een boekhouding voeren die voldoende gedetailleerd is om de heffing van de belasting en de controle over de juiste heffing ervan mogelijk te maken (zie art. 11 van het besluit). Deze boekhouding moet de inschrijving bevatten van alle door de onderneming verrichte handelingen en meer bepaald de inschrijving van de ontvangsten en uitgaven, hetzij in het gebruikelijk dagboek, hetzij, wanneer de boekhouding is gevoerd volgens de zogenaamde centralisatiemethode, in een of meer financiële dagboeken (kas, bank, postrekening, enz.).

Daarentegen moeten de ondernemingen van wie de jaaromzet niet meer bedraagt dan vijf miljoen frank, slechts de volgende boeken houden: een boek voor inkomende facturen, een boek voor uitgaande facturen en een dagboek bestemd tot de inschrijving van de ontvangsten met betrekking tot handelingen met particulieren, zonder uitreiking van facturen (zie art. 12 van het besluit ). Het houden van een dagboek van ontvangsten is echter niet opgelegd aan belastingplichtigen die onderworpen zijn aan de forfaitaire regeling of aan deze van de egalisatiebelasting (zie art. 13 van het besluit).

Voor de toepassing van evenbedoelde regels wordt geen onderscheid gemaakt tussen fysieke personen en vennootschappen. Het is evenwel duidelijk dat de bepalingen inzake BTW geen afbreuk doen aan de verplichtingen met betrekking tot het voeren van de boekhouding, opgelegd aan handelaars en vennootschappen, door andere wettelijke of reglementaire bepalingen, onder meer door de artikelen 16 en 17 van het Wetboek van Koophandel.

Anderzijds zijn, krachtens [artikel 61, § 1, van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-61), de belastingplichtigen gehouden, hun handelsboeken en boekingsstukken, en meer bepaald de door het geacht lid bedoelde financiële boeken en stukken ter plaatse waar ze berusten, ter inzage voor te leggen op ieder verzoek van de ambtenaren belast met de controle op de heffing van de BTW (zie onder meer Memorie van Toelichting bij het ontwerp van wet tot invoering van het BTW-Wetboek. blz. 57, in fine; Parl. besch., K. Volksv., buitengewone zitting 1968, nr. 88/1, van 15 oktober 1968).

\*

\* \*

Wat de periode voor 1 januari 1971 betreft, datum van inwerkingtreding van de BTW, legde het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen aan de handelaars de verplichting op een boek voor inkomende facturen en een boek voor uitgaande facturen te houden (zie [art. 28](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-28) van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen), maar het bevatte geen verplichting met betrekking tot de financiële dagboeken.

Evenwel had de aan de ondernemingen opgelegde verplichting tot inzageverlening reeds dezelfde draagwijdte als op het stuk van de BTW (zie [art. 44](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) van dat Wetboek).

2\. Directe belastingen. - Voeren van een boekhouding - Personen die een vrij beroep uitoefenen

Het model van het dagboek en van het ontvangstbewijsboekje die voorgeschreven zijn door artikel 226 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen is vastgesteld bij:

\- de ministeriële besluiten van 23 september 1966 (Belgisch Staatsblad van 30 dito), 10 januari 1968 (Belgisch Staatsblad van 24 dito) en 9 september 1971 (Belgisch Staatsblad van 30 oktober 1971), wat betreft de beoefenaars van medische en paramedische beroepen;

\- het ministerieel besluit van 4 februari 1971 (Belgisch Staatsblad van 19 dito), wat betreft de personen die een vrij beroep uitoefenen en die, wegens dat beroep, belastingplichtigen inzake belasting over de toegevoegde waarde zijn;

\- het ministerieel besluit van 24 december 1962 (Belgisch Staatsblad van 29 dito), wat betreft de andere personen die vrije beroepen, ambten of posten uitoefenen.

Inrichtingen voor gezondheidszorgen

Op grond van de artikelen 226 en 226bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen werd, bij de ministeriële besluiten van 10 oktober 1967 ( Belgisch Staatsblad van 20 dito) en 9 september 1971 ( Belgisch Staatsblad van 30 oktober 1971), het mode\] vastgelegd van de getuigschriften voor verstrekte hulp en van de overeenstemmingsstrook die moeten worden gebruikt door de inrichtingen voor gezondheidszorgen.

Andere belastingplichtigen

Het Wetboek van de inkomstenbelastingen schrijft voor die belastingplichtigen geen bepaalde vorm van boekhouding voor.

Ter zake wordt elke boekhouding aanvaard voor zover zij toegankelijk en gemakkelijk te controleren is, de boeken gestaafd zijn door rechtvaardigende bescheiden en het geheel oprecht en nauwkeurig is en de inkomsten op een juiste wijze bepaalt.

Voorleggen van de boeken en bescheiden.

Volgens artikel 221 van voormeld Wetboek is iedere belastingplichtige verplicht op verzoek van de administratie van de directe belastingen, zonder verplaatsing, met het oog op het nazien ervan, alle boeken en bescheiden voor te leggen die noodzakelijk zijn om het bedrag van zijn belastbare inkomsten te bepalen.

Die boeken en bescheiden moeten ter beschikking van de administratie worden bewaard, tot het verstrijken van het vijfde jaar of het vijfde boekjaar dat volgt op het belastbaar tijdperk.

## Aangehaalde teksten

3

[WBTW art. 28](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-28) 1 voorkomen

[WBTW art. 44](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) 1 voorkomen

[WBTW art. 61](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-61) 1 voorkomen
