Prestaties medisch toezicht en risicobeheersing. Tarief · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

1592 15 december 1998

Zoeken

Prestaties medisch toezicht en risicobeheersing. Tarief

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1592-prestaties-medisch-toezicht-risicobeheersing-tarief-2f17

Nummer
1592
Datum
15 december 1998

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

14 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 1998-1999, nr. 163, blz. 21970

Prestaties medisch toezicht en risicobeheersing - Tarief

VRAAG

De wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, evenals haar toepassingsbesluiten van 27 maart 1998, bepalen dat de externe diensten voor preventie en bescherming opgesplitst worden in twee afdelingen, namelijk enerzijds een afdeling belast met risicobeheersing en anderzijds een afdeling belast met het medisch toezicht van de werknemers.

Het door de interbedrijfsgeneeskundige diensten uitgevoerde medisch toezicht van de werknemers is niet onderworpen aan de BTW.

De preventieactiviteiten uitgevoerd door veiligheidsingenieurs, psychologen en ergonomen daarentegen, zijn wel onderworpen aan de BTW.

Kunnen de externe diensten voor preventie en bescherming, die deze verschillende activiteiten samenvoegen, toepassing maken van een uniek BTW-statuut, of krijgen zij daarentegen het statuut van gemengde belastingplichtigen en moeten bijgevolg een opsplitsing maken tussen de activiteiten die wel en de activiteiten die niet zijn onderworpen aan de BTW ?

ANTWOORD

De externe diensten voor preventie en bescherming op het werk (koninklijk besluit van 27 maart 1998 ter uitvoering van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk) bestaan uit twee afdelingen, namelijk een afdeling belast met risicobeheersing bestaande uit preventieadviseurs die deskundig zijn op het gebied van de arbeidsveiligheid, de arbeidsgeneeskunde, de ergonomie, de bedrijfshygiëne en de psychosociale aspecten van de arbeid en anderzijds een afdeling belast met het medisch toezicht bestaande uit preventieadviseurs-geneesheren die bijgestaan worden door paramedisch en administratief personeel (artikelen 19 tot 25 van bovengenoemd koninklijk besluit).

De prestaties van de afdeling belast met het medisch toezicht zijn bij toepassing van artikel 44, § 1, 2°, van het BTW-Wetboek van de BTW vrijgesteld. Op grond van die bepaling zijn namelijk van de belasting vrijgesteld de diensten die in de uitoefening van hun geregelde werkzaamheid worden verricht door artsen, tandartsen, kinesitherapeuten, vroedvrouwen, verplegers en verpleegsters, verzorgers en verzorgsters, ziekenoppassers en ziekenoppasters, masseurs en masseuses, van wie de diensten van persoonsverzorging zijn opgenomen in de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering.

Bovengenoemde vrijstelling geldt evenwel niet ten aanzien van de diensten die betrekking hebben op de afdeling belast met risicobeheersing. Deze diensten zijn volgens de normale regels aan de BTW onderworpen tegen het normale BTW-tarief dat thans 21 % bedraagt.

Aangezien de externe diensten voor preventie en bescherming die handelen onder de juridische vorm van een vereniging zonder winstoogmerk zowel handelingen verrichten die vrijgesteld zijn van de BTW (de afdeling medisch toezicht) als handelingen die aan de BTW zijn onderworpen (de afdeling risicobeheersing), hebben zij de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige met gedeeltelijk recht op aftrek.

De aftrek dient in principe te worden verricht volgens de regels van het algemeen verhoudingsgetal (zie BTW-Wetboek, artikel 46, § 1). Dit verhoudingsgetal is een breuk met als teller de omzet met betrekking tot de belastbare handelingen en als noemer het bedrag van de teller verhoogd met de omzet van de vrijgestelde handelingen.

Onder de in artikel 46, § 2, van het BTW-Wetboek gestelde voorwaarden kan, indien dat mogelijk is, de aftrekbare BTW worden bepaald volgens de in die bepaling bedoelde regeling van het werkelijk gebruik van goederen en diensten.

Aangehaalde teksten

2
WBTW art. 441 voorkomen
WBTW art. 461 voorkomen