---
title: "Parlementaire vraag 1580 · Werk in onroerende staat Conserveringswerken"
description: "Werk in onroerende staat Conserveringswerken. Parlementaire vraag nr. 1580 van 2 december 1998 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1580-werk-in-onroerende-staat-conserveringswerken-e63a"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/1580-taux-travail-immobilier-reduit-logement-7edd"
---

# Werk in onroerende staat Conserveringswerken

**Nummer**

1580

**Datum**

2 december 1998

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

16 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, 1998-1999, nr. 162, blz. 21832**

*Werk in onroerende staat - Conserveringswerken*

## **VRAAG**

Werkzaamheden aan privé-woningen zijn in beginsel onderworpen aan het normale BTW-tarief, zijnde 21 %. Gaat het hier om privé-woningen die ten minste 15 jaar in gebruik zijn dan geldt onder bepaalde voorwaarden voor een aantal werken in onroerende staat het verlaagde tarief van 6 %. De voorwaarden worden opgesomd in de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven met name in tabel A, rubriek XXXI ("Werk in onroerende staat met betrekking tot privé-woningen"). Voor bepaalde werken is echter niet onmiddellijk duidelijk of zij hieronder vallen. Vandaar de vraag naar verduidelijking voor hieronder bedoelde werken.

Nadat een woning getroffen wordt door een ramp (brand, ontploffing, enz.) worden (niet zelden door een gespecialiseerde onderneming) vaak beredderingswerken of conserveringswerkzaamheden aan deze woning uitgevoerd. Het gaat om het afdekken van daken met zeildoek, het dichttimmeren van ramen en deuren, het stutten van muren, enz. Deze werkzaamheden ter voorkoming van groter onheil hebben een tijdelijk karakter, want ze worden afgebroken en/of weggenomen bij de definitieve herstelling of heropbouw.

1\. Kunnen de bedoelde werken uitgevoerd aan een uit zijn aard onroerend goed beschouwd worden als werken in onroerende staat zoals beschreven in [artikel 19 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19)?

2\. Indien de beredderingswerken beschouwd worden als werken in onroerende staat, komen ze dan ook in aanmerking voor het verlaagd BTW-tarief, zoals bepaald in de tabel A, XXXI, van de bijlagen bij het bovengenoemde koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970?

3\. Hoe moet deze materie benaderd worden wanneer de beredderingswerken uitgevoerd aan een uit zijn aard onroerend goed, deel uitmaken van een globale aannemingsovereenkomst, waarbij deze beredderingswerken al dan niet afzonderlijk gefactureerd worden?

4\. In de veronderstelling dat u deze beredderingswerken niet als werken in onroerende staat beschouwt, wat dienen in heropbouw gespecialiseerde ondernemingen dan te doen teneinde hun situatie op BTW-vlak te regulariseren, daar zij bij voortduur en te goeder trouw het verkeerde BTW-tarief hebben toegepast?

## **ANTWOORD**

De door het geachte lid beoogde werkzaamheden met betrekking tot een door brand of ontploffing beschadigde woning, bestaan in het afdekken van het dak met een zeildoek, het stutten van muren en het dichttimmeren van ramen en deuren (aanbrengen van voorlopig timmerwerk dat achteraf, bij de herstelling, wordt verwijderd).

De goederen die ter gelegenheid van die voorlopige werkzaamheden worden gebruikt (zeildoek, stutten of hout) worden na plaatsing niet onroerend van aard zodat betreffende handelingen niet kunnen worden aangemerkt als werk in onroerende staat in de zin van [artikel 19, § 2, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19).

Wanneer die prestaties worden verstrekt aan de eigenaar van de woning door een andere firma (bijvoorbeeld een gespecialiseerde onderneming) dan de aannemer die de herstellingswerken factureert aan de eigenaar, is ter zake steeds het normale BTW-tarief (thans 21 %) van toepassing.

Indien evenwel het afdekken, stutten of dichttimmeren gefactureerd wordt in uitvoering van een globale aanneming van herstelling van de woning, hetgeen impliceert dat die voorlopige werkzaamheden en de eigenlijke herstelling gefactureerd worden aan de eigenaar door dezelfde firma, kan het verlaagd BTW-tarief van 6 % toegepast worden voor het geheel voor zover uiteraard alle voorwaarden vermeld in rubriek XXXI, van tabel A, van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 inzake BTW-tarieven, vervuld zijn. Die zijn overigens niet vervuld bij heropbouw van het grootste deel van de woning.

De belastingplichtige die ter zake verkeerdelijk het verlaagd BTW-tarief van 6 % in plaats van het normale BTW-tarief heeft toegepast moet de ontoereikende heffing in de regel regulariseren in de aangifte die betrekking heeft op de periode waarin de oorspronkelijke belasting is verschuldigd geworden. Die herziening geeft normaal aanleiding tot een boete. Indien de herziening niet tijdig geschiedt, met andere woorden ingeval van herziening door de belastingplichtige in een latere aangifte of bij regularisatie ingevolge een controle door de administratie, zijn in principe ook interesten verschuldigd.

Er wordt opgemerkt dat voormelde boete niet moet worden opgenomen in de herziening die de belastingplichtige spontaan verricht in zijn periodieke aangifte. De administratie behoudt zich evenwel het recht voor nadien de boete te vorderen, meer bepaald wanneer de betrokkene de mogelijkheid van spontane herziening misbruikt heeft (bijvoorbeeld wanneer de herziening verricht is nadat een controle is aangekondigd).

## Aangehaalde teksten

1

[WBTW art. 19](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19) 2 voorkomens
