---
title: "Parlementaire vraag 154 · Maatstaf van heffing voor tweedehandse personenauto&#x27;s van meer dan tien jaar oud"
description: "Maatstaf van heffing voor tweedehandse personenauto's van meer dan tien jaar oud. Parlementaire vraag nr. 154 van 12 mei 1982 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/154-maatstaf-heffing-tweedehandse-personenauto-meer-ec93"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/154-base-imposition-voitures-occasion-plus-72d5"
---

# Maatstaf van heffing voor tweedehandse personenauto's van meer dan tien jaar oud

**Nummer**

154

**Datum**

12 mei 1982

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

18 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer**

*Maatstaf van heffing voor tweedehandse personenauto's van meer dan tien jaar oud*

## **VRAAG**

Ingevolge de bestaande wettelijke regelingen in verband met de toepassing van de BTW-aanslagvoet op voertuigen, welke meer dan 10 jaar oud zijn, mag de verkoper de prijs naar eigen goeddunken bedingen.

Nochtans wordt vastgesteld dat in bepaalde gevallen de controleurs van de BTW-kantoren, inzonderheid in West-Vlaanderen, er een andere mening op na houden en de aanslag zelf bepalen en dit volgens hun eigen mening.

Dit heeft tot resultaat dat de koper soms meer aan BTW dient te betalen dan de prijs die overeengekomen was tussen de koper en verkoper.

Kan de heer Minister mij een klaar antwoord geven in verband met de juiste toepassing van deze BTW-aanslagvoeten welke van toepassing is over het ganse grondgebied?

1\. Bestaat er wettelijk een regeling die bepaalt hoeveel de BTW-aanslagvoet moet zijn op wagens ouder dan 10 jaar, gelijk welk type, hetzij groot of klein?

2\. Gaat men bij de ontvangers van de BTW-West-Vlaanderen het wettelijke niet te buiten door onderling een maatstaf van BTW-heffing te bepalen wat in andere provincies niet gebeurt?

3\. Indien het toegelaten wordt, waarom wordt er dan van het Ministerie van Financiën geen prijzenlijst gepubliceerd voor de personenwagens ouder dan 10 jaar?

4\. Bestaat de mogelijkheid van aanvraag tot teruggave voor de belastingplichtige welke door de BTW hoger werd belast dan de werkelijke waarde van het voertuig?

5\. Kunnen de ambtenaren van de BTW een hogere aanslagvoet rekenen dan de waarde welke de verzekeringsmaatschappij zou uitbetalen bij een volledige vernieling van het voertuig?

## **ANTWOORD**

Noch de wetgeving inzake belasting over de toegevoegde waarde, noch deze inzake inschrijvingstaks voorziet in een minimummaatstaf van heffing voor de door het geacht Lid bedoelde gevallen.

Wanneer de BTW verschuldigd is voor een personenwagen geleverd na het verstrijken van het tiende jaar na dat waarin hij voor het eerst in het verkeer werd gebracht geldt als maatstaf van heffing de tussen partijen overeengekomen prijs.

Wanneer de inschrijvingstaks verschuldigd is voor een personenwagen waarvoor de inschrijving wordt gevraagd na het verstrijken van het tiende jaar na dat waarin hij voor het eerst in het verkeer werd gebracht geldt als enige maatstaf van heffing de normale waarde van het voertuig. Deze normale waarde moet, geval per geval, worden bepaald rekening houdend met alle elementen die de economische waarde van het voertuig op de dag van de uitreiking van het inschrijvingsbewijs kunnen beïnvloeden. Het geacht Lid zal dienaangaande niet uit het oog verliezen dat de voertuigen, waarvoor een inschrijving wordt gevraagd, uiteraard een zekere economische waarde moeten hebben aangezien het rijwaardige voertuigen zijn.

Hoe dan ook, indien mocht blijken dat de vastgestelde waarde een te hoge maatstaf van heffing vormt, kan teruggave worden verleend van de te veel betaalde taks.

Tenslotte, wat punt 5 van de vraag betreft, kan de waarde welke de verzekeringsmaatschappij zou toekennen in geval van volledige vernieling van het betrokken voertuig op de dag van de inschrijving ervan, wat op zichzelf zuiver hypothetisch is, zeker niet in het algemeen gelden als basis voor de te schatten waarde.
