---
title: "Parlementaire vraag 154 · Inkomstenbelasting. BTW. Verhuring roerende goederen door natuurlijke persoon"
description: "Inkomstenbelasting. BTW. Verhuring roerende goederen door natuurlijke persoon. Parlementaire vraag nr. 154 van 18 maart 1991 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/154-inkomstenbelasting-btw-verhuring-roerende-goederen-74b2"
lang: "nl"
---

# Inkomstenbelasting. BTW. Verhuring roerende goederen door natuurlijke persoon

**Nummer**

154

**Datum**

18 maart 1991

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

13 paragrafen

**Vr. en Antw., nr. 28, Senaat, blz. 1226**

*Inkomstenbelasting - BTW - Verhuring roerende goederen door natuurlijke persoon*

## **VRAAG**

Een natuurlijke persoon is eigenaar van meubilair, materieel, een wagen, die hij verhuurt aan een onderneming (individuele exploitatie of vennootschap).

Volgens het bestuur zijn die verrichtingen aan de BTW onderworpen, als dienstverstrekking ([artikel 18, § 1, 4°, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18)).

Anderzijds bepalen de artikelen [2](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-2) en [4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-4) van dat wetboek dat de diensten belastbaar zijn als ze verstrekt worden bij de uitoefening van een bedrijvigheid en dat hij, wiens bedrijvigheid erin bestaat, diensten te verstrekken, belastbaar is.

Artikel 11, 5°, WIB, deelt de opbrengst van verhuring, verpachting, gebruik en concessie van roerende goederen bij de belastbare roerende inkomsten in.

De administratieve commentaar heeft het onder meer over de verhuring van meubilair van villa's, huizen ... zonder blijvende verplichting voor hen die de inkomsten geniet om voor het huiselijk onderhoud te zorgen.

De commentaar vermeldt ook de verhuring van materieel en gereedschap, maar maakt er in het algemeen op attent dat krachtens artikel 33 van het WIB de opbrengst van de verhuring van roerende goederen niet als dusdanig belastbaar is, maar wel als bedrijfsinkomsten wanneer de begunstigde die goederen aanwendt voor zijn beroepsactiviteit.

Het gebruik van de gehuurde goederen voor de beroepsactiviteit van de huurder is dus van essentieel belang. Als ze daartoe niet gebruikt worden, dan is de opbrengst van de verhuring een roerend inkomen, wat de inkomstenbelasting betreft.

Moet het BTW-bestuur dezelfde criteria niet hanteren om te beslissen of de verhuring van roerende goederen aan de BTW onderworpen is ?

## **ANTWOORD**

[Artikel 2 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-2), waarnaar het geachte lid verwijst, moet in feite begrepen worden in het kader van artikel 2.1 van de zesde richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting op grond waarvan de toepassing van de BTW inzake diensten gebonden is aan de omstandigheid dat die diensten onder bezwarende titel in het binnenland worden verricht door een als zodanig handelende belastingplichtige.

## Aangehaalde teksten

3

[WBTW art. 2](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-2) 2 voorkomens

[WBTW art. 18](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) 1 voorkomen

[WBTW art. 4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-4) 1 voorkomen
