---
title: "Parlementaire vraag 1522 · Nieuwe btw-regeling"
description: "Nieuwe btw-regeling, opeisbaarheid van de belasting, voorschotfactuur. Parlementaire vraag nr. 1522 van 23 februari 2017 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1522-nieuwe-btw-regeling-leen-dierick-73b1"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/1522-nouvelle-reglementation-matiere-tva-leen-3584"
---

# Nieuwe btw-regeling

**Nummer**

1522

**Datum**

23 februari 2017

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

17 paragrafen

**Kamer, Vragen en Antwoorden, 2016-2017, QRVA 54/131 d.d. 20.09.2017, blz. 212**

*Nieuwe btw-regeling.*

## **VRAAG**

De federale regering heeft groen licht gegeven voor nieuwe btw-regels die in werking traden vanaf 1 januari 2016. Voor transacties tussen bedrijven zal de factuur bepalen wanneer de btw moet worden doorgestort aan de staat.

Ondernemingen zullen ook niet langer de btw van laat betalende overheidsinstanties moeten voorschieten. Sedert 2016 moet de btw pas worden doorgestort op het moment dat de overheidsinstelling effectief betaalt.

**1.** Hoe verloopt deze nieuwe wetgeving? Deze aanpassingen hadden tot doel een aanzienlijke administratieve vereenvoudiging voor zowat alle bedrijven te realiseren. Is dit verwezenlijkt? Zijn er nog knelpunten of verbeterpunten? Zo ja, welke?

**2.** Wat zijn de reacties uit de bedrijfswereld sinds de invoering van de nieuwe regels tussen ondernemingen onderling?

**3.** Hoeveel ondernemingen stortten hun btw door vanaf het moment dat de overheidsinstelling de factuur betaalde? Voor welk bedrag werd er reeds aan btw gestort?

## **ANTWOORD**

**van de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude van 12.09.2017:**

**1.** en **2.** Enerzijds bepaalt de uitreikingsdatum van de factuur, zoals u vermeldt, sinds 1 januari 2016 in de regel het tijdstip van opeisbaarheid van de belasting bij handelingen verricht tussen ondernemingen (B2B).

Er dient te worden opgemerkt dat de afschaffing van de uitreiking van de voorschotfactuur als subsidiaire oorzaak van opeisbaarheid van de belasting per 1 januari 2013, met veel bezorgdheid werd onthaald vermits dat document, dat toelaat om een handeling in de (btw-) boekhouding van een onderneming in te schrijven, een essentieel commercieel stuk vormt in het handelsverkeer. Overleg met de verschillende beroepsverenigingen van de cijferberoepen en de vertegenwoordigers van de ondernemingen heeft aan het licht gebracht dat de belastingplichtigen met heel wat praktische moeilijkheden werden geconfronteerd bij de toepassing van die reglementering die van kracht was van 2013 tot en met 2015.

Teneinde die problemen op te lossen en de administratieve lasten van de ondernemingen op dat vlak te verminderen, heeft de regering op mijn voorstel beslist om van de factuur het belangrijkste aanknopingspunt te maken inzake de opeisbaarheid van de belasting. Dit is niet alleen het geval wanneer er een voorschotfactuur wordt uitgereikt, maar ook wanneer de factuur na de levering van goederen of het verrichten van de dienstprestatie wordt uitgereikt.

Anderzijds streven de ter zake, per 1 januari2016, ingevoerde bepalingen betreffende de publiekrechtelijke lichamen beoogd in [artikel 6 van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6) (B2G) een ander doel na, met name op het vlak van de kasmiddelen van hun leveranciers. Teneinde de financiële lasten die zij dragen te verminderen, wordt de belasting opeisbaar naargelang de ontvangst van de betaling, tot beloop van het ontvangen bedrag, indien die leveranciers schuldenaar zijn van de btw. Het doel is de voorfinanciering van de belasting met de bijhorende nadelige gevolgen in hun hoofde te vermijden.

Voordien was de opeisbaarheid van de belasting, ingevolge een administratieve regeling, uitgesteld tot het tijdstip van de goedkeuring door het publiekrechtelijk lichaam van het gevorderde bedrag. De praktijk heeft steeds aangetoond dat die administratieve maatregel geen optimale oplossing bood voor desbetreffende problematiek. De goedkeuring van het gefactureerde bedrag betekende niet altijd noodzakelijk dat het verschuldigde bedrag door het publiekrechtelijk lichaam op tijd zou worden betaald, hetgeen problemen kon veroorzaken inzake de tijdige betaling aan de Schatkist van de door de betrokken leveranciers verschuldigde belasting. Die laatsten hebben de toepassing van het incasseringssysteem op het merendeel van de leveringen van goederen en diensten verricht aan de betrokken publiekrechtelijke lichamen bijgevolg positief onthaald.

Er dient tevens te worden opgemerkt dat overheidsinstanties die krachtens artikel 6, tweede en derde lid, van het btw-Wetboek beschikken over de hoedanigheid van belastingplichtige, eveneens beoogd zijn door deze nieuwe regeling. Het ontstaan van het recht op aftrek valt samen met de datum van opeisbaarheid. Dit betekent bijgevolg dat de belastingplichtige overheidsinstelling haar recht op aftrek (geheel of gedeeltelijk) ten vroegste kan uitoefenen in de aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin zij de btw heeft betaald, zelfs indien zij van haar leverancier de factuur, die het ontstaan van het belastbaar feit vaststelt, tijdens een voorafgaand tijdvak heeft ontvangen.

Bij wijze van conclusie kan worden gesteld dat de nieuwe regels inzake opeisbaarheid voor de ondernemingen ontegensprekelijk een belangrijke vereenvoudiging vormen ten opzichte van de wetgeving die van kracht was vóór 2016 en een oplossing bieden voor het probleem van voorfinanciering van de belasting in geval van laattijdige betaling door de overheid.

**3.** De btw-belastingplichtigen dienen een periodieke aangifte in waarbij de globale handelingen verricht gedurende een bepaalde periode zijn opgenomen. Er wordt dus geen opdeling gemaakt naar aard van de betrokken debiteuren of crediteuren waarmee deze handelingen verricht zijn. Het is dan ook niet mogelijk om de door u gevraagde cijfers aan te leveren.

## Aangehaalde teksten

1

[WBTW art. 6](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6) 1 voorkomen

## Administratieve doctrine

2

[Fiches van de administratieve commentaar 2](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1522-nieuwe-btw-regeling-leen-dierick-73b1/documenten?type=commentaar)

« … afwijking van toepassing is, in casu de ontvangst van de betaling (zie rubriek B, van deze titel) (artikel 22bis, § 1, eerste lid, van het Btw-Wetboek, dat zich baseert op artikel 66, eerste alinea, punt a), van de richtlijn 2006/112/EG, voornoemd en de schriftelijke parlementaire vraag nr. 1.522 van mevrouw de Volksvertegenwoordiger Leen Dierick van 23.02.2017 ). Indien de factuur niet of laattijdig is uitgereikt, hoewel het een verplichting betreft, heeft de wetgever een deadline voorzien: de belasting wordt opeisbaar op de vijftiende dag van de maand volgend op de maand waarin het belastbare feit heeft … »

[Diensten (01.09.2022)](https://juriel.be/nl/btw-commentaar/diensten-c6e6) Administratieve commentaar 19.09.2022

[Bekijk de 2 documenten](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1522-nieuwe-btw-regeling-leen-dierick-73b1/documenten)
