Kamer, Integraal verslag - Commissie voor de Financiën, 2012-2013, CRIV 53 COM 656 d.d. 29.01.2013, blz. 31
overgangsregeling voor de btw op voorschotfacturen
VRAAG
Mijnheer de minister, in de beslissing E.T. 123.563 van 19 december 2012 voorziet de administratie in een overgangsregeling voor de nieuwe regels inzake opeisbaarheid van de btw en de voorschotfacturatie, zoals aangekondigd door staatssecretaris Bogaert tijdens de bespreking in de commissie.
Tijdens deze periode van één jaar mogen de oude regels nog worden toegepast tussen btw-plichtigen. Bijgevolg mag nog gedurende een jaar de btw op een voorschotfactuur met betrekking tot binnenlandse leveringen of diensten worden vermeld. Alleen voegt uw administratie daar nu aan toe dat de vermelde btw op de voorschotfactuur op spontane wijze onmiddellijk moet worden betaald door de leverancier of dienstverrichter. In het andere geval zal de administratie systematisch de toepassing eisen van artikel 51, § 1, 3° van het Btw- Wetboek.
Tijdens de bespreking in de commissie hield staatssecretaris Bogaert voor dat artikel 51, § 1, 3° van het Btw-Wetboek voornamelijk een maatregel is in de strijd tegen de fraude. Uzelf hebt mij erop gewezen in de plenaire vergadering dat ik in mijn argumentatie niet mocht vergeten dat de fraudemaatregel enkel door de administratie wordt ingeroepen bij een vermoeden van valse facturen. Aangezien ik deze antwoorden, zowel van staatssecretaris Bogaert als van u, niet ben vergeten, ben ik verbaasd over de bewoordingen die in deze administratieve beslissing worden aangehaald. Mijnheer de minister, mijn vragen zijn de volgende.
Wat is nu de juiste draagwijdte van artikel 51, § 1, 3° van het Btw- Wetboek? Geeft deze bepaling inderdaad de bevoegdheid aan de administratie om de btw ook te doen betalen wanneer er geen sprake is van valse voorschotfacturen, dus wanneer het niet gaat om opzet of fraude?
Wat moet er dan worden verstaan onder het woord "onmiddellijk"? Maakt uw administratie de oude regeling nu niet onmogelijk wanneer tussen de contractanten een betaaltermijn van een maand of een week werd overeengekomen?
Welk bedrag van de voorschotfactuur moet worden betaald? De beslissing van 19 december 2012 doet uitschijnen dat een medecontractant enkel de btw kan betalen. Is dat mogelijk? Zo ja, mogen wij deze beslissing zo interpreteren dat indien een leverancier of dienstverrichter failliet gaat, de btw-plichtige medecontractant het betaalde gedeelte volledig als btw van de Staat mag terugvorderen? Of moet hij dan nog steeds die betaling evenredig omdelen over het totaal bedrag van de factuur en de btw? Als een btw-plichtige het nieuwe stelsel wil toepassen, wordt hij nu reeds verplicht om eerst een ander document dan een factuur te versturen, zeg maar een "uitnodiging tot betaling", en na ontvangst een btw-factuur. Hij zal dus een dubbele stroom aan documenten moeten beheren. Hoe legt u deze nieuwe werkwijze uit als een vereenvoudiging?
Wat zijn de knelpunten in de nieuwe wetgeving waardoor later een nieuwe administratieve beslissing zal volgen over het definitieve stelsel inzake opeisbaarheid?
ANTWOORD
( de heer Steven Vanackere , vice-eersteminister en minister van Financiën en
Duurzame Ontwikkeling, belast met Ambtenarenzaken)
Met ingang van 1 januari 2013 is de uitreiking van de factuur, vooraleer het belastbaar feit zich heeft voorgedaan, geen oorzaak van opeisbaarheid meer. Ik herinner er opnieuw aan dat dit het gevolg is van het invoeren van iets wat op basis van Europese regelgeving verplicht is. In samenlezing met een aantal Europese arresten is dit een realiteit die, meen ik, niemand in deze Kamer zal ontkennen.
Gelet op de praktische moeilijkheden die de belastingplichtigen ondervinden door het feit dat de btw niet meer opeisbaar is op voorschotfacturen uitgereikt vóór het ontvangen van de betaling of vóór het belastbaar feit, voorziet de administratie na overleg met de verschillende betrokken sectoren in een overgangsregeling die in E.T.123.563 van 19 december 2012 is opgenomen.
In deze regeling krijgt de belastingplichtige de keuze tussen het verder toepassen van de oude regeling inzake voorschotfacturen of het toepassen van de nieuwe regels inzake de opeisbaarheid. Als er gekozen wordt om de oude regels toe te passen, dienen zowel de leverancier of de dienstverrichter als de klant alle juridische gevolgen van de oude regeling te dragen.
De op de voorschotfactuur vermelde btw dient onmiddellijk te worden betaald. Dat wil zeggen dat deze btw aan de schatkist dient te worden voldaan door de leverancier of de dienstverrichter via de btw-aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin de voorschotfactuur werd uitgereikt. De betaling tussen de contractanten en de overeengekomen betaaltermijn speelt daarbij geen rol. Wanneer evenwel de btw niet aan de schatkist wordt voldaan, zal toepassing worden gemaakt van artikel 51, § 1, 3° van het Btw-Wetboek.
De administratie aanvaardt bij toepassing van de oude regels eveneens dat de belastingplichtige klant deze btw onmiddellijk in aftrek brengt. Dit wil zeggen dat hij de btw in aftrek brengt in de btw-aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin de voorschotfactuur werd ontvangen. Wanneer gekozen wordt om de nieuwe regels inzake opeisbaarheid te volgen, mag op het document dat zou uitgereikt worden om het voorschot te vragen, de uitnodiging tot betaling, de btw niet afzonderlijk vermeld worden. Dan dient nadien, bij het ontvangen van de betaling of het belastbaar feit, gefactureerd te worden. De administratie bestudeert in overleg met de betrokken sectoren de praktische modaliteiten die vanaf 1 januari 2014 van toepassing zullen zijn. Daarbij is het belangrijk dat men ook in het definitieve stelsel de administratieve lasten zo laag mogelijk houdt.
CONCLUSIE
(mevrouw Veerle Wouters)
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Het gaat inderdaad over Europese regelgeving, maar de regeltjes aanpassen in het kader van de opeisbaarheid is een probleem van jaren en hoefde niet onmiddellijk te worden opgelost. Ik heb in de commissie gevraagd om de boekhouders de tijd te geven om zich hieraan aan te passen. Ik vind het jammer dat wanneer wij als wetgever zien dat er problemen zijn en voorstellen om het uit te stellen, daarmee geen rekening wordt gehouden, terwijl nu de administratie dit tegen de wet in laat doorlopen. Ik ben heel blij dat de administratie nu voorziet in een overgangsperiode van zelfs een jaar, des te beter. Als ik het goed heb begrepen, zegt u dat in het oude stelsel de huidige regels gewoon worden toegepast: de voorschotfactuur wordt uitgereikt, de btw wordt onmiddellijk betaald en de andere kan het onmiddellijk terug aftrekken. U zei echter dat op de nieuwe factuur de btw niet mag worden vermeld. Als ik het mij goed herinner uit de commissie, heeft de heer Bogaert gezegd dat op toekomstige voorschotfacturen de btw nog apart mag worden vermeld, maar niet onmiddellijk in rekening mag worden gebracht. Wanneer dergelijke uitspraken worden gedaan ontstaat er natuurlijk twijfel bij burgers en fiscalisten.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.