Koperskaarten · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

15 2 april 1979

Zoeken

Koperskaarten

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/15-koperskaarten-coppieters-koperskaart-9775

Nummer
15
Datum
2 april 1979

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

19 paragrafen

Vr. en Antw., Senaat

Koperskaarten

VRAAG

Aansluitend op de vraag nr. 3 van mijn geachte collega Caudron Z. Revue nr. 40, blz. 495, nr. 2.

, meen ik te moeten opmerken dat er in de praktijk naar mijn mening geen enkele controle is op de verkopen aan niet-belastingplichtigen bij Makro.

Het is immers zo dat de NV Makro geen jaarlijkse opgave voor leveringen aan belastingplichtigen moet doen voor afnemers die geen BTW-inschrijvingsnummer hebben.

De paspoorten van culturele en sociale instellingen gaan van de ene hand in de andere (al dan niet leden), zodat regelmatig grote aankopen via deze weg worden gedaan door particulieren en zelfs handelaars die mogelijk koopwaren verder verkopen. Deze personen ontsnappen aan elke fiscale controle.

Voorts zou blijken dat voor verkopen aan niet-belastingplichtigen geen duplicaten worden bewaard door de NV Makro (of aan de administratie worden voorgelegd). De bewijslast berust vanzelfsprekend op de administratie wanneer zij willen aantonen dat bepaalde belastingplichtigen winsten bij bovengenoemde handelingen hebben gehad.

Kan de geachte Minister mij antwoorden op de volgende vragen:

1. Moet de NV Makro facturen maken voor niet-belastingplichtigen en moet hij de dubbels hiervan bewaren?

2. Kan de administratie de NV Makro vragen opgave te doen van alle verkopen aan klanten niet-belastingplichtigen?

3. Dienen de winsten gedaan door aankoop in groothandel, door handelaars, voor producten die ze niet regelmatig in hun handelsactiviteit verkopen, te worden belast als een voordeel in natura?

4. Dienen alle aankoopfacturen afkomstig van de NV Makro door de belastingplichtige BTW te worden ingeschreven in het aankoopdagboek, zelfs wanneer het gaat om privé-aankopen (volledig of gedeeltelijk)?

ANTWOORD

1. Zoals reeds vermeld in mijn antwoord op de vraag gesteld door de heer volksvertegenwoordiger Caudron op 23 februari 1979 (zie bulletin van Vragen en Antwoorden Kamer van volksvertegenwoordigers, buitengewone zitting 1979, nr. 1 van 13 maart 1979) moeten voor de leveringen verricht in verkoopinrichtingen die normaal niet toegankelijk zijn voor particulieren of voor leveringen door voortbrengers- of grossiersbedrijven die niet bijzonder ingericht zijn voor de verkoop in het klein facturen worden uitgereikt aan niet-belastingplichtigen krachtens artikel 8, 5°, van het koninklijk besluit nr. 1 van 23 juli 1969. Deze bepaling is toepasselijk op de onderneming vermeld in uw vraag. Zoals elke onderneming moet zij de dubbels van deze uitgereikte facturen bewaren gedurende vijf jaar te rekenen vanaf de 1ste januari volgend op hun datum (zie art. 60 van het BTW-Wetboek).

2. Krachtens artikel 61, § 3, van het BTW-Wetboek zijn de belastingplichtigen gehouden, op ieder verzoek van de ambtenaren belast met de controle op de heffing van de belasting over de toegevoegde waarde, mondeling of schriftelijk alle inlichtingen te verschaffen die hen gevraagd worden om de voldoening van de door hen of door anderen verschuldigde belasting na te gaan.

De voor de toepassing van deze bepaling in acht te nemen regels zijn dezelfde als degene die gelden voor artikel 222 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen. Deze regels zijn uiteengezet in mijn antwoord op de vraag gesteld door de heer Geerinck op 12 september 1978, nr. 148, waarnaar ik het geachte lid verwijs (zie bulletin van Vragen en Antwoorden Senaat, zitting 1978-1979, nr. 2 van 17 oktober 1978).

3. De door handelaars buiten de werkingssfeer van hun beroepswerkzaamheid gedane verrichtingen komen uiteraard niet in aanmerking bij de vaststelling van het resultaat van de onderneming.

4. Luidens artikel 3 van de wet van 17 juli 1975 met betrekking tot de boekhouding en jaarrekeningen (zie Belgisch Staatsblad van 4 september 1975) moet de boekhouding van natuurlijke personen enkel de gegevens bevatten die betrekking hebben op hun handelsactiviteit. Er wordt evenwel aangestipt dat al de facturen, die in het door het geachte lid gesteld geval aan een belastingplichtige worden uitgereikt, moeten opgenomen worden in de jaarlijkse opgave opgemaakt door de vermelde distributieonderneming (zie art. 1 van het koninklijk besluit van 19 oktober 1970). De privé-aankopen kunnen dus op een betrekkelijk eenvoudige wijze worden vastgesteld, zodat alle nuttige inlichtingen dienaangaande kunnen gevraagd worden aan de betrokkene.

Aangehaalde teksten

2
WBTW art. 601 voorkomen
WBTW art. 611 voorkomen