BTW-aangiften ingevuld door derden. Indieningstermijn · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

15 7 februari 1972

Zoeken

BTW-aangiften ingevuld door derden. Indieningstermijn

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/15-btw-aangiften-ingevuld-derden-indieningstermijn-df45

Nummer
15
Datum
7 februari 1972

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

12 paragrafen

Vr. en Antw., Senaat

BTW-aangiften ingevuld door derden - Indieningstermijn

VRAAG

Het is onbetwistbaar dat inzake BTW-aangiften de fiscale raadgevers en organisaties die zich gelasten met de indiening van die aangiften voor hun kliënten gehouden zijn tot buitensporige prestaties inzonderheid bij het verstrijken van ieder kwartaal wanneer bovendien ook nog sociale formaliteiten te vervullen zijn.

Ik meen dat hier zonder bezwaar een redelijke verlenging van termijn zou kunnen overwogen worden in het voordeel van belastingplichtigen die bewijzen opdracht tot het indienen van die aangiften te hebben gegeven aan personen en diensten die aan de Administratie alle waarborgen bieden inzake korrekte samenwerking.

Kan de geachte Minister deze zienswijze delen?

ANTWOORD

De heffing van de BTW is verbonden aan periodieke aangiften welke de belastingplichtigen moeten indienen uiterlijk de 20e van de maand voor de handelingen van de vorige maand of, voor de ondernemingen met een jaaromzet die niet meer bedraagt dan vijf miljoen frank, uiterlijke de 20e van de maand na het verstrijken van ieder kalenderkwartaal. De betaling moet geschieden uiterlijk de 20e van iedere maand, zonder onderscheid of de belastingplichtige al of niet gehouden is tot het indienen van een maand- of kwartaalaangifte.

Deze voorschriften vloeien voort uit het koninklijk besluit nr. 1 van 23 juli 1969 ( Belgisch Staatsblad van 30 juli 1969). Zij werden vooraf grondig met de betrokken middens besproken.

Daarenboven worden de BTW-aangiften verwerkt door middel van een computer, volgens een vooraf opgesteld programma. Dit programma vereist dat de aangiften worden ingediend binnen de tijdsspanne vastgesteld voor de betaling.

Anders handelen zou de administratieve werking van het stelsel ten zeerste bemoeilijken, zowel in de Postgirodienst als in de BTW-diensten.

Tenslotte, uit oogpunt van de fiscale gelijkheid, schijnt het niet verantwoord dat aan belastingplichtigen die de hulp van derden inroepen (fiscale secretariaten, accountantskantoren, boekhouders,...) om hun BTW-aangiften in te vullen, uitstel van indiening wordt verleend, terwijl dit zou geweigerd worden aan hen die hun aangiften zelf opmaken.