Kamer, Vragen en Antwoorden, 2016-2017, QRVA 54/105 d.d. 10.02.2017, blz. 262
Het verlaagd btw-tarief voor sociale huisvesting
VRAAG
De regering wil het tekort aan sociale woningen wegwerken. Om het privé-initiatief in de sociale woningbouw aan te moedigen, wordt het btw-tarief sedert 1 januari 2017 verlaagd tot 12 %. De woningen moeten dan wel voor minstens 15 jaar worden verhuurd aan één van de daartoe aangewezen instellingen.
Al enige tijd is sociale huisvesting onderworpen aan een verlaagd btw-tarief. Oorspronkelijk was er maar één tarief, namelijk 12 %. In 2007 is het verder verlaagd tot 6 % bij de bouw van woningen voor erkende sociale huisvestingsmaatschappijen. De sociale huisvesting georganiseerd door andere openbare instellingen (OCMW's, intercommunales, enz.) blijft nog steeds onderworpen aan het tarief van 12 %.
De toepassing van deze regelingen was wel beperkt tot de instellingen die in het koninklijk besluit nr. 20 zijn opgesomd. Dit had tot gevolg dat woningen die worden verhuurd door sociale verhuurkantoren (SVK's) niet in aanmerking kwamen voor een verlaagd tarief.
Voorts kwamen ook privé-investeerders momenteel niet in aanmerking wanneer zij een woning of appartement (lieten) oprichten, om dat vervolgens te verhuren aan één van de beoogde instellingen. Het verlaagd tarief was tot op heden immers alleen van toepassing wanneer de facturen werden gericht aan de instelling. De nieuwe regeling wil deze beperkingen echter opheffen om het tekort aan sociale woningen op te vangen.
Niettegenstaande de goede bedoelingen van de wetgever is het wel opvallend dat in sommige gevallen een samenloop van verlaagde btw-tarieven niet uitgesloten is. In de gespecialiseerde pers wordt het volgende voorbeeld gegeven:
"De renovatie van rusthuizen die ouder zijn dan tien of vijftien jaar vallen onder het verlaagd tarief van 6 %. De Rulingcommissie heeft in het verleden aanvaard dat dit tarief ook "onrechtstreeks" kan worden toegepast, met name wanneer de renovatie niet gebeurt in opdracht van de beheerder van het rusthuis, maar wel in opdracht van de eigenaar die het rusthuis verhuurt aan de beheerder ervan. De Rulingcommissie rechtvaardigde haar beslissing op basis van de overweging dat de lagere btw-kost uiteindelijk ten goede komt aan de instelling vermits de eigenaar zijn btw-kost verrekent in de huurprijs.".
Het is dus zo dat de nieuwe regeling het 12 %-tarief ook invoert ten aanzien van renovatiewerken die een privéinvesteerder uitvoert aan rusthuizen die hij verhuurt aan de beheerder ervan. Het is dan ook niet meteen duidelijk of deze nieuwe regeling de voormelde onrechtstreekse toepassing van het btw-tarief van 6 % al dan niet buitenspel zet.
Kan u bevestigen of de bestaande rulingpraktijk ten aanzien van renovatiewerken, die een privé-investeerder uitvoert aan rusthuizen die hij verhuurt aan de beheerder ervan, overeind blijft? Zo neen, waarom niet?
ANTWOORD
van de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude van 07.02.2017,
De nieuwe wetgeving inzake de invoering van het btw tarief van 12 % voor privé-initiatieven die betrekking hebben op de huisvesting in het kader van het sociaal beleid heeft hoofdzakelijk tot doel om investeringen in de sociale huisvesting aantrekkelijker te maken.
Het is niet de bedoeling om de bestaande toepassingen van het verlaagd btw-tarief van 6 % of 12 % in die sector te beperken of te verstrengen. De invoering van de nieuwe regeling heeft in principe geen gevolgen voor de reeds bestaande wetgeving inzake de toepassing van het btw tarief van 6 % of 12 % en ook niet op de administratieve richtlijnen hieromtrent. Mijn administratie bereidt momenteel een commentaar voor waarin de nieuwe bepaling wordt toegelicht.