---
title: "Parlementaire vraag 146 · Aanvraag om teruggaaf van de inschrijvingstaks op nieuwe personenauto&#x27;s. Bewaren en voorleggen"
description: "Aanvraag om teruggaaf van de inschrijvingstaks op nieuwe personenauto's. Parlementaire vraag nr. 146 van 23 maart 1990 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/146-aanvraag-teruggaaf-inschrijvingstaks-nieuwe-personenauto-77c6"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/146-demande-restitution-taxe-immatriculation-vehicules-ca6c"
---

# Aanvraag om teruggaaf van de inschrijvingstaks op nieuwe personenauto's. Bewaren en voorleggen · Aanvraag om teruggaaf van de inschrijvingstaks op nieuwe personenauto's. Bewaren en voorleggen van de nodige bewijsstukken

**Nummer**

146

**Datum**

23 maart 1990

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

23 paragrafen

**Vr. en Antw., Senaat**

*Aanvraag om teruggaaf van de inschrijvingstaks op nieuwe personenauto's - Bewaren en voorleggen van de nodige bewijsstukken*

## **VRAAG**

De controlediensten van de BTW ontvangen de formulieren waarbij belastingplichtigen verzoeken om terugbetaling van de inschrijvingsbelasting, die onwettig verklaard werd bij arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.

Het bestuur vereist het gelijktijdig voorleggen van het origineel van de aankooprekening van het voertuig.

Mag ik u in dat verband twee vragen stellen?

1\. Wanneer de aanvrager onderworpen is aan de toepassing van de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding van de ondernemingen moet hij de aankooprekening van zijn investering bewaren.

Door te eisen dat hij dat origineel uit handen geeft, neemt het bestuur een houding aan die strijdig is met de boekhoudwet.

Zal het origineel automatisch worden teruggestuurd wanneer de procedure voltooid is?

2\. Wanneer de aanvrager niet wettelijk verplicht was, het origineel bij te houden, beschikt hij er vaak niet meer over, vooral wanneer het voertuig niet meer in zijn bezit is.

Kan het bestuur hem verwijten dat hij dat stuk niet kan voorleggen, aangezien het verdwijnen ervan niet strijdig is met een wetsbepaling en het nut ervan hem onbekend was voor de afkondiging van de wet van 7 januari 1990? **ANTWOORD**

De vraag van het geachte Lid noopt tot de volgende overwegingen.

1\. Het is juist dat elke aanvraag om teruggaaf van de inschrijvingstaks geheven van nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik, tussen 10 april 1984 en 3 februari 1988, dient vergezeld te zijn, hetzij van het origineel van de voor voldaan getekende aankoopfactuur, in geval van betaling van de inschrijvingstaks door tussenkomst van de in België gevestigde constructeur of handelaar in personenauto's, hetzij door het origineel van de voor voldaan getekende aankoopfactuur en van luik A van de aangifte bedoeld in artikel 10, § 2, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, in het geval van betaling van de inschrijvingstaks door middel van fiscale zegels of door overschrijving op de postrekening van een BTW-ontvangkantoor.

De aandacht van het geachte Lid wordt echter gevestigd op het feit dat deze verplichting voortvloeit uit de tekst zelf van artikel 6 van het koninklijk besluit van 24 januari 1990 Z. Revue nr. 89, blz. 58.

, ( Belgisch Staatsblad van 6 februari 1990), tot wijziging van de Algemene Verordening op de met het zegel gelijkgestelde taksen en tot organisatie van de terugbetaling van de inschrijvingstaks geïnd op nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik, genomen in uitvoering van artikel 4, derde lid, van de wet van 17 januari 1990 Z. Revue nr. 89, blz. 56.

( Belgisch Staatsblad van 6 februari 1990) tot wijziging van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen. Door het bedoelde document te vorderen past de Administratie van de BTW, registratie en domeinen bijgevolg slechts de wettelijke en reglementaire bepalingen toe waarvan de uitvoering haar werd toevertrouwd.

In dit opzicht kan ik het geachte Lid verzekeren dat de richtlijnen aan de controlekantoren om de teruggaafprocedure van de inschrijvingstaks te organiseren, de onmiddellijke terugzending van de originele documenten voorschrijven, van zodra de behandelende ambtenaar de geldigheid van de aanvraag heeft nagegaan. Indien voor het overige een aanvrager om teruggaaf snel over de originele factuur moet kunnen beschikken om aan de een of andere wettelijke, reglementaire of administratieve verplichting te kunnen voldoen, spreekt het vanzelf dat de administratie de aanvraag bij voorrang behandelt, zodat aan betrokkene geen nadeel wordt berokkend.

2\. Krachtens [artikel 60 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-60), dienen de stukken waarvan dit wetboek of de ter uitvoering ervan gegeven regelen het opmaken of het uitreiken voorschrijven, bewaard te worden gedurende vijf jaar te rekenen vanaf de eerste januari volgend op hun datum door de personen - ongeacht hun hoedanigheid : belastingplichtige, niet-belastingplichtige, vennootschappen of particulieren - die ze hebben ontvangen. Deze bepaling is bijgevolg van toepassing op particulieren die een nieuwe personenauto of een nieuwe auto voor dubbel gebruik gekocht hebben, en waarbij de verkoper een factuur heeft uitgereikt, overeenkomstig artikel 8, 1°, a, van het koninklijk besluit nr. 1 van 23 juli 1969 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde.

Anderzijds, overeenkomstig [artikel 13, § 4, eerste lid](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-13), van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen moet eenieder die gebruik maakt van een goed onderworpen aan de inschrijvingstaks op ieder ogenblik kunnen bewijzen dat de wettelijke bepalingen inzake deze taks ten aanzien van dat goed werden nageleefd. De aankoopfactuur van de personenauto - met vermelding van de betaling van de BTW en eventueel van de inschrijvingstaks - vormt in dit opzicht een bewijsstuk dat gedurende de periode van gebruik van het voertuig moet worden bewaard.

Uit voorafgaande bepalingen blijkt dat een groot gedeelte van de rechthebbenden op de teruggaaf van de inschrijvingstaks op dit ogenblik nog gehouden is tot de bewaring van de originele factuur die hen werd uitgereikt voor de levering van een nieuwe personenauto of een nieuwe auto voor dubbel gebruik.

Teneinde de rechthebbenden die niet meer in het bezit zijn van de originele factuur, hetzij omdat zij hiertoe wettelijk niet meer verplicht waren, hetzij om reden dat de bedoelde factuur verloren is gegaan of vernietigd is, niet te benadelen aanvaardt de administratie, onder bepaalde voorwaarden, dat de teruggaaf van de inschrijvingstaks gebeurt op basis van een dubbel van de factuur, of in het geval de aanvrager om teruggaaf zich in de onmogelijkheid bevindt een dubbel van de factuur te verkrijgen, op basis van een geheel van factoren en bewijsstukken waaruit de betaling van de taks blijkt. Hieromtrent kan ik slechts verwijzen naar de nummers 28 tot 30 van de aanschrijving nr. 13 van 15 januari 1990 Z. Revue nr. 89, blz. 39.

, die een toelichting geeft van de modaliteiten van de teruggaaf van de inschrijvingstaks geheven van nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik.

Een exemplaar van deze aanschrijving zal rechtstreeks worden toegezonden aan het geachte Lid.

## Aangehaalde teksten

2

[WBTW art. 13](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-13) 1 voorkomen

[WBTW art. 60](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-60) 1 voorkomen
