Vrijstelling art. 41, § 1, 8°, W.B.T.W. In andere Lidstaat voor BTW · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

1426 17 februari 1995

Zoeken

Vrijstelling art. 41, § 1, 8°, W.B.T.W. In andere Lidstaat voor BTWVrijstelling art. 41, § 1, 8°, W.B.T.W. In andere Lidstaat voor BTW geïdentificeerd.

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1426-vrijstelling-art-41-in-andere-d3ec

Nummer
1426
Datum
17 februari 1995

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

15 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer 1994 - 1995, nr. 147, blz. 15.784 - 15785

Vrijstelling art. 41, § 1, 8°, W.B.T.W. - In andere Lidstaat voor BTW geïdentificeerd.

VRAAG

Bij administratieve beslissing nr. ET 78.314 van 19 mei 1993, stond de BTW-administratie een afwijking toe op de definitie van "maakloonwerk", zodat herstellingen, bewerkingen, verwerkingen of aanpassingen ... uitgevoerd aan roerende zaken die toebehoren aan in andere lidstaten van de Europese Unie gevestigde belastingplichtigen, het voordeel van de regeling van het maakloonwerk konden genieten en, mits een welbepaalde procedure werd toegepast, werden gelijkgesteld met een intracommunautaire levering, zonder toepassing van de Belgische BTW.

Het koninklijk besluit van 7 maart 1994, dat op 1 januari 1994 in werking trad, wijzigde artikel 41, § 1, van het BTW-Wetboek. Het nieuwe artikel 41, § 1, 8°, bepaalt dat van de belasting zijn vrijgesteld wanneer ze worden verstrekt aan een in een andere lidstaat voor de belasting over de toegevoegde waarde geïdentificeerde belastingplichtige die zou kunnen genieten, overeenkomstig artikel 76, § 2, van de teruggaaf van de belasting die verschuldigd zou zijn indien deze diensten waren belast : a) de expertises met betrekking tot roerende lichamelijke zaken; b) de werkzaamheden die betrekking hebben op roerende lichamelijke zaken.

Een administratieve beslissing nr. ET 82.086 preciseerde onlangs de toepassing van die vrijstelling. Zij bepaalt dat die vrijstelling onder meer wordt beperkt door de toepassing van artikel 45, § 2, lid 1, van het BTW-Wetboek, met betrekking tot de herstellingen van voertuigen bestemd voor personenvervoer : vrijstelling van de belasting naar rato van 50 % van het gefactureerde bedrag en toepassing van de Belgische BTW op de resterende 50 %, wat overeenstemt met het BTW-gedeelte dat een belastingplichtige in België voor gelijkaardige operaties niet kan aftrekken. Die beperking van de in artikel 41, § 1, 8°, bepaalde vrijstelling heeft tot gevolg dat onze garagehouders - en vooral die in de grensstreken - veel klanten verliezen.

Blijft de oorspronkelijke beslissing om een herstellingswerk gelijk te stellen met een maakloonwerk, zoals bepaald in de beslissing ET 78.314 van 19 mei 1993, nog altijd van toepassing ?

ANTWOORD

Zoals het geacht lid opmerkt, voorziet artikel 41, § 1, 8°, van het wetboek, in de vrijstelling van belasting voor bepaalde diensten waaronder de werkzaamheden die betrekking hebben op lichamelijke roerende goederen verricht voor belastingplichtigen die in een andere lidstaat voor de BTW zijn geïdentificeerd en die op grond van de achtste (79/1072/EEG) en dertiende (86/560/EEG) richtlijn in aanmerking zouden komen voor de teruggaaf van de belasting die verschuldigd zou zijn indien die op die diensten was geheven.

De algemene regel voor deze vrijstelling is uiteengezet in de aanschrijving nr. 9 van 13 april 1994 (zie BTW Rev. nr. 109/606).

De aanschrijving nr. 3 van 1 februari 1995 preciseert de draagwijdte van deze vrijstelling voor wat betreft haar toepassingsperiode en omvang.

Enerzijds bepaalt zij namelijk dat, gelet op het feit dat de wijziging van de zesde richtlijn (77/388/EEG) niet tot stand kwam binnen de gestelde termijn, bovengenoemde vrijstelling tot nader order van toepassing blijft na 31 december 1994.

Anderzijds wordt eraan herinnerd dat deze vrijstelling slechts kan worden toegestaan in de mate dat de BTW zou kunnen worden afgetrokken overeenkomstig de artikelen 45 tot 48, van het wetboek, indien zij in rekening werd gebracht aan een in België gevestigde belastingplichtige en preciseert met name, door op dit gebied de door het geacht lid aangehaalde beslissing ET 82.086 te hernemen voor wat betreft de diensten met betrekking tot automobielen voor personenvervoer, dat het de dienstverrichters toegelaten is hun diensten te factureren waarbij uitsluitend en op stelselmatige wijze de beperking gesteld door artikel 45, § 2, eerste lid, van het wetboek, wordt toegepast : vrijstelling van belasting tot 50 % van het gefactureerde bedrag en toepassing van de Belgische BTW op de resterende 50 %, wat overeenkomt met het gedeelte niet-aftrekbare BTW voor een belastingplichtige in België bij gelijkaardige handelingen (cf. artikel 76, § 2, en 45, § 2, van het Wetboek).

Daarenboven kan ik het geacht lid mededelen dat de bovengenoemde aanschrijving nr. 3 geen afbreuk doet aan de administratieve beslissing nr. ET 78.314 van 19 mei 1993, die aan de partijen toelaat als maakloonwerk te beschouwen de in artikel 40, § 1, 3°, van het wetboek, opgesomde handelingen (herstellingen, bewerkingen, aanpassingen,...), voor zover ze verricht worden op zodanige wijze dat ze als een bilateraal intracommunautair maakloonwerk aangemerkt kunnen worden.

Door het feit dat bovengenoemde beslissing nr. ET 78.314 overgenomen werd in het punt 4 van de aanschrijving nr. 13 van 18 mei 1994 betreffende het intracommunautair maakloonwerk (zie BTW Rev. nr. 110/914) blijkt des te meer dat ze van toepassing blijft. De aanschrijving nr. 3 van 1 februari 1995 stelt in geen geval deze beslissing in vraag.

Aangehaalde teksten

5
WBTW art. 454 voorkomens
WBTW art. 412 voorkomens
WBTW art. 401 voorkomen
WBTW art. 481 voorkomen
WBTW art. 761 voorkomen