---
title: "Parlementaire vraag 140 · Aftrek voorbelasting bij levering en invoer van automobielen"
description: "Aftrek voorbelasting bij levering en invoer van automobielen. Parlementaire vraag nr. 140 van 18 juni 1976 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/140-aftrek-voorbelasting-levering-invoer-automobielen-2986"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/140-deduction-impot-paye-amont-lors-5312"
---

# Aftrek voorbelasting bij levering en invoer van automobielen

**Nummer**

140

**Datum**

18 juni 1976

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

15 paragrafen

**Vr. en Antw., Senaat**

*Aftrek voorbelasting bij levering en invoer van automobielen*

## **VRAAG**

Zou de geachte Minister willen mededelen of mijn opvattingen, hierna uiteengezet, juist zijn, nopens de draagwijdte van de uitzonderingsbepalingen voorzien in het tweede lid van artikel 45, § 2, van het Wetboek van de belasting op de toegevoegde waarde, en betrekking hebbend op de beperking in de aftrek der voorbelasting bij levering en invoer van automobielen voor personenvervoer, en bij leveringen en diensten met betrekking tot die voertuigen?

Het tweede lid van artikel 45, § 2, schrijft voor dat de beperking van aftrek van voorbelasting niet van toepassing is:

a) op voertuigen bestemd om te worden verkocht of te worden verhuurd door een belastingplichtige die een beroepswerkzaamheid uitoefent die bestaat in de verkoop of de verhuur van automobielen;

b) op voertuigen bestemd om uitsluitend te worden gebruikt voor bezoldigd personenvervoer.

De aanschrijving nr. 73 van 11 juli 1972 bepaalt in nr. 4 dat de uitzondering onder a) enkel die ondernemingen beoogt «van wie de specifieke beroepswerkzaamheid bestaat in de verkoop van automobielen (invoerders, concessionarissen, garagehouders, verdelers van automobielen, handelaars in tweedehandswagens) of de verhuur van automobielen (leasing daaronder begrepen). Ze kan niet worden ingeroepen door ondernemingen die, zonder er hun beroep van te maken, af en toe automobielen verkopen (bijvoorbeeld automobielen die ze in hun bedrijf gebruikt hebben) of af en toe automobielen verhuren (bijvoorbeeld automobielen die ze ter beschikking van hun personeel stellen voor privé-reizen)».

Het is duidelijk dat de wetgever de veelvuldige beperking van de vooraftrek betreffende leveringen en diensten voor dezelfde wagens heeft willen vermijden, daar waar de bedoelde ondernemingen deze wagens ter beschikking stellen van gebruikers en huurders die op hun beurt de beperking der vooraftrek op alle leveringen en diensten ondergaan. In de aanschrijving nr. 73 heeft de administratie van de BTW kennelijk het woord «specifiek» toegevoegd om alle misbruiken en moeilijkheden bij controle te beletten.

Steller van deze vraag zou tevens van de geachte Minister willen vernemen of de toepassing van de bedoelde wettelijke gevestigde uitzondering onder a) van het tweede lid van artikel 45, § 2, door de administratie van de BTW mag geweigerd worden aan een onderneming die, benevens de hoofdbedrijvigheid, in haar maatschappelijk doel, de bepaling heeft opgenomen van de handel en de verhuring van alle soorten motorvoertuigen, en die, om de hoofdbedrijvigheid te bevorderen, haar eigen personenwagens verhuurt aan een bedrijf belast met de promotie van haar handelsprodukten?

De verhuring van deze wagens geschiedt als een specifieke bedrijvigheid van verhuring per maand, en dan wel uitsluitend aan dezelfde huurder die een maandelijks huurgeld betaalt zoals gebruikelijk voor dergelijke gevallen bij verhuurbureaus. De huurder beperkt de vooraftrek der BTW zoals bepaalt in artikel 45, § 2, derwijze dat de weigering van het recht op toepassing van de genoemde uitzondering aan de verhuurder toe te staan, een onrechtmatigheid uitmaakt door dezelfde belastingsmaterie dubbel te belasten, hetgeen de concurrentie-mogelijkheden van bedoelde onderneming zwaar beperkt.

## **ANTWOORD**

Het ontwerp van wet tot invoering van het Wetboek van de BTW dat de toenmalige regering in 1968 aan het Parlement voorlegde, voorzag in een totale uitsluiting van de aftrek van BTW geheven van «de verkrijging en de huur van automobielen voor personenvervoer of voor personen- en goederenvervoer» uitgezonderd, onder meer, die automobielen «welke bestemd zijn om door de belastingplichtige te worden verkocht of verhuurd» (Parl. Besch., Kamer, nr. 88 (B.Z. 1968), 1, blz. 120). De uitzondering had volgens de memorie van toelichting ten doel de aftrek toe te staan «wanneer de beroepswerkzaamheid van de belastingplichtige op zulke automobielen betrekking heeft (voertuigen gekocht door een autohandelaar of door een beroepsverhuurder van auto's)» (ibid., blz. 43). Dat ontwerp van wet werd tijdens de parlementaire bespreking derwijze geamendeerd dat een beperking van de aftrek alleen werd ingevoerd ten aanzien van personenauto's die zowel voor privé als voor beroepsdoeleinden worden gebruikt. In die redactie gold de bedoelde uitzondering automatisch, zodat ze niet meer uitdrukkelijk moest worden vermeld. Nadien werd per 1 maart 1972 de huidige en door u aangehaalde tekst van kracht.

Deze tekst, die bepaalt dat, ongeacht het gebruik van de auto, de aftrek in geen geval hoger mag zijn dan 50 pct., voorziet logischerwijze opnieuw in een uitzondering voor «voertuigen bestemd om te worden verkocht of te worden verhuurd door een belastingplichtige die een beroepswerkzaamheid uitoefent die bestaat in de verkoop of de verhuur van automobielen». Deze uitzonderingsbepaling herneemt dus in feite de oorspronkelijke tekst van het ontwerp van wet van 1968. Het is bijgevolg duidelijk dat wanneer volgens de toelichting bij de oorspronkelijke tekst de uitzondering alleen maar gold voor «beroepsverhuurders van auto's» de thans van kracht zijnde uitzonderingsbepalingen ook alleen maar ingeroepen kan worden door eigenlijke verhuurondernemingen strictu sensu, d.w.z. door ondernemingen welke naar buiten uit gekend zijn als verhuurders van auto's en die hun diensten aanbieden aan het publiek in het algemeen, derwijze dat al wie een personenauto wenst te huren daarvoor bij de betrokken onderneming terecht kan.

Wanneer een vennootschap slechts auto's verhuurt aan een zustermaat-schappij, dan kan de uitzonderingsbepaling bijgevolg geen toepassing vinden.

## Rechtspraak

1

### België

1

Rechtbank van eerste aanleg 20.02.1995

#### [Vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist, strafbepaling, administratieve geldboete](https://juriel.be/nl/rechtspraak/vervolging-geding-rechten-voorrechten-schatkist-rechtbank-kortrijk-1995-02-20-6342)
