---
title: "Parlementaire vraag 1393 · Btw in de cultuursector"
description: "Btw in de cultuursector, vrijstelling voor culturele activiteiten. Parlementaire vraag nr. 1393 van 14 maart 2023 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1393-btw-in-cultuursector-mathieu-bihet-c167"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/1393-tva-secteur-culture-mathieu-bihet-c265"
---

# Btw in de cultuursector

**Nummer**

1393

**Datum**

14 maart 2023

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

20 paragrafen

Parlementaire vraag nr. 1393 van de heer Mathieu Bihet d.d. 14.03.2023

**Kamer, Vragen en Antwoorden, 2022-2023, QRVA 55/110 d.d. 28.04.2023, blz. 131**

Vraag nr. 1393 van De heer volksvertegenwoordiger Mathieu Bihet van 14 maart 2023 (Fr.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding:

*Btw in de cultuursector*

## **VRAAG**

Actoren uit het werkveld van de cultuursector melden me dat er een zekere 'flou artistique' zou bestaan in verband met de toepassing van de vrijstelling zoals bedoeld in [artikel 44, § 2, 8° van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44). Het is me immers ter ore gekomen dat in de praktijk alleen natuurlijke personen die vrijstelling zouden kunnen vragen. Volgens de getuigenissen zouden de rechtspersonen de btw in bepaalde gevallen moeten toepassen en in andere gevallen zouden ze mogen kiezen of ze die al dan niet toepassen.

Uit een parlementaire vraag van 2013 blijkt dat "de rechtspersonen zich in de huidige stand van de administratieve doctrine vooralsnog kunnen beroepen op de overgangsregeling om voornoemde vrijstelling al dan niet toe te passen" ([vraag nr. 518 van mevrouw Veerle Wouters van 16 juli 2013](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/518-btw-vrijstelling-artistieke-diensten-sociaal-2fd2), Vragen en Antwoorden, Kamer, 2012-2013, nr. 130 van 4 oktober 2013, p. 130). In een recente voorafgaande beslissing wordt het bestaan van die tolerantie bevestigd ([voorafgaande beslissing nr. 2020.1512](https://juriel.be/nl/rulings/2020-1512-diensten-vrijstelling-uitvoerend-artiest-rechtspersoon-7d0c) van 30 juni 2020).

Met betrekking tot de (niet-vrijgestelde) handelingen die aan een verlaagd tarief onderworpen worden, tekent er zich in Europa een tendens af in de zin van een harmonisering van die tarieven. Ten slotte wordt er in uw blauwdruk voor een brede belastinghervorming voorgesteld om het tarief van 6 % tot 9 % op te trekken, wat in de culturele sector een aanzienlijke impact zou hebben.

**1.** Bevestigt u dat die administratieve tolerantie tegenwoordig nog bestaat?

**2.** Kunt u de reikwijdte ervan preciseren? Wordt er in een gedifferentieerd stelsel voor natuurlijke personen en rechtspersonen voorzien?

**3.** In het verleden is er sprake geweest van een harmonisering van de stelsels van natuurlijke personen en rechtspersonen. Wat is de huidige stand van zaken?

**4.** Na de zware coronajaren kan men de culturele sector, die enorm geïmpact werd, niet langer in onzekerheid laten. Kunt u informatie uitgaande van het Europese of het nationale niveau verstrekken over respectievelijk de harmonisering van de verlaagde tarieven en de verhoging van het verlaagde btw-tarief van 6 % tot 9 %?

## **ANTWOORD**

**van de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding van 27 april 2023:**

[Artikel 44, § 2, 8°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) stelt de diensten van voordrachtgevers, artiesten en beroepssportbeoefenaarsvrij van btw.

Wat de dienstverrichters met het juridisch statuut van natuurlijk persoon of feitelijke vereniging en groepering betreft, zijn de vrijstellingen opgenomen in de bepalingen van [artikel 44, § 2, 8°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) van toepassing indien aan de voorwaarden is voldaan.

Oorspronkelijk waren rechtspersonen volgens de administratie uitgesloten van deze bepaling.

Onder invloed van Europese en nationale rechtspraak werd dat standpunt gewijzigd. Ik verwijs onder meer naar de gepubliceerde btw-beslissing nr. E.T.108.828 van 30 september 2005.

Dit gewijzigde standpunt gaf destijds aanleiding tot reacties en voorstellen vanuit de culturele sector waarbij zelfs de mogelijkheid werd geopperd om deze vrijstelling geheel of gedeeltelijk op te heffen. Terzake moet immers rekening gehouden worden met de tegenstrijdige belangen van de verschillende partijen in de sector. De dienstverrichters zijn meestal voorstander van de belasting die hen een recht op aftrek verleent, terwijl de ontvangers van die diensten, inzonderheid de culturele centra die in principe geen recht op aftrek hebben van de btw geheven door de uitvoerende artiesten, meestal voorstanders zijn van de vrijstelling. Terzake verwijs ik naar het antwoord op de mondelinge vraag nr. 3-5266 van senator Hermans van 24 mei 2006 (www.senate.be).

Het is gebleken dat er binnen de culturele sector moeilijk een gemeenschappelijk standpunt kon bereikt worden. In die context, werd de implementatie van het nieuwe standpunt op initiatief van de toenmalige minister bevoegd voor Financiën uitgesteld en tenslotte voor onbepaalde tijd opgeschort.

Het betekent dat ten aanzien van rechtspersonen momenteel de toepassing van deze vrijstelling niet wordt geëist, maar de administratie aanvaardt dat ze de vrijstelling wel kunnen toepassen.

## Aangehaalde teksten

1

[WBTW art. 44](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) 3 voorkomens

## Administratieve doctrine

3

[Fiches van de administratieve commentaar 2](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1393-btw-in-cultuursector-mathieu-bihet-c167/documenten?type=commentaar) [Parlementaire vragen 1](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1393-btw-in-cultuursector-mathieu-bihet-c167/documenten?type=parlementaire-vragen)

« … 16.07.2013). Het voorgaande heeft voor gevolg dat ten aanzien van rechtspersonen momenteel de toepassing van deze vrijstelling niet wordt geëist, maar dat de administratie aanvaardt dat rechtspersonen de vrijstelling wel kunnen toepassen (zie antwoorden op schriftelijke parlementaire vraag nr. 1.393 van de heer Volksvertegenwoordiger Mathieu Bihet van 14.03.2023 en op schriftelijke parlementaire vraag nr. 1.465 van de heer Volksvertegenwoordiger Mathieu Bihet van 03.05.2023). De personen van wie de diensten van de belasting worden vrijgesteld ingevolge artikel 44, § 2, 8°, van het Btw-Wetboek, kunnen in drie … »

[Diensten van voordrachtgevers, artiesten en beroepssportbeoefenaars (01.02.2026)](https://juriel.be/nl/btw-commentaar/vrijstellingen-beoogd-artikel-44-wetboek-315b) Administratieve commentaar 20.02.2025

[Bekijk de 3 documenten](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1393-btw-in-cultuursector-mathieu-bihet-c167/documenten)
