---
title: "Parlementaire vraag 1381 · Tarieven. Sierteeltprodukten"
description: "Tarieven. Sierteeltprodukten, tarief, tuinbouw. Parlementaire vraag nr. 1381 van 18 januari 1995 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1381-tarieven-sierteeltprodukten-nelis-liedekerke-tarief-1cda"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/1381-taux-horticulture-representant-nelis-van-bd50"
---

# Tarieven. Sierteeltprodukten · BTW. Tarieven. Sierteeltprodukten.

**Nummer**

1381

**Datum**

18 januari 1995

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

24 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, 1994-1995, nr. 143, blz. 15288-15290**

*BTW - Tarieven - Sierteeltprodukten.*

## **VRAAG**

In uitvoering van BTW-richtlijn 82/77/EEG van 19 oktober 1992 werd aan Duitsland en Nederland een tijdelijke verlaging van het BTW-tarief voor hun sierteeltsector toegekend. Op 31 december 1994 kwam hieraan een eind. De Belgische sierteelt heeft de jongste twee jaar een concurrentienadeel gekend tegenover die van de twee bevoordeelde buurlanden. Hoewel de Europese wetgeving een verlenging van het verlaagde BTW-tarief voor de Duitse en de Nederlandse sierteelt niet toestaat, valt te verwachten dat de twee landen toch een verlenging zullen bepleiten of alleszins zullen aandringen op andere maatregelen. In antwoord op een vraag van de heer Verhofstadt kondigde u aan dat de Commissie met eenparigheid van stemmen voor 31 december 1994 een beslissing moest nemen inzake het toepassen van het verlaagde BTW-tarief op de sierteeltprodukten (Vraag nr. 1106 van 27 juni 1994, Vragen en Antwoorden, Kamer, 1993-1994, nr. 115, blz. 11562). Op mijn interpellatie in de commissie Financiën (13 december 1994) heeft u een analoog antwoord gegeven.

1.

a) Hebben Duitsland en Nederland een verlenging van het verlaagde BTW-tarief gevraagd ?

b) Heeft één van die twee landen al gepleit voor een herziening van de EG-richtlijn ?

2.

a) Hebben Duitsland en Nederland andere maatregelen gevraagd om de concurrentiepositie van hun sierteelt te handhaven ?

b) Zo ja, welke ?

3.

a) Heeft u al een standpunt ingenomen over Duitse en Nederlandse vragen ?

b) Streeft u naar een Europese harmonisering van het BTW-tarief in de sierteeltsector ?

4\. Heeft u, naast de verlenging van de accijnsverlaging voor zware stookolie, andere maatregelen genomen om de concurrentiepositie van de Belgische sierteelt te verbeteren ?

## **ANTWOORD**

Zoals ik reeds meermaals heb gesteld geeft een verschil in BTW-tarief in principe geen aanleiding tot scheeftrekking van de concurrentie noch tot een concurrentienadeel voor de Belgische sierteelt.

Immers, de bloemen en planten (Belgische en andere) die in Nederland en Duitsland worden verkocht zijn onderworpen aan het tarief dat in die landen geldt en de bloemen en planten (Belgische en andere) die in België worden verkocht zijn onderworpen aan het hier toepasselijke tarief. De aankopen door Belgische handelaars in andere lidstaten van de Europese Unie evenals de aankopen in België door handelaars uit andere lidstaten worden verricht met vrijstelling van de BTW en de produkten worden uiteindelijk alle, zonder onderscheid, belast tegen het tarief dat geldt in de lidstaat waar ze aan de verbruiker worden verkocht.

De Europese Commissie heeft evenwel vastgesteld dat de toepassing in enkele lidstaten van het verlaagde tarief op sierteeltprodukten aanleiding kan geven tot frauduleuze praktijken, die hierin bestaan dat bepaalde handelaars van lidstaten die het normale BTW-tarief toepassen zich bevoorraden in lidstaten met een verlaagd BTW-tarief zonder die aankopen kenbaar te maken.

Daarom gaat zij er in haar voorstel voor een richtlijn van de Raad van 13 december 1994 tot wijziging van de zesde BTW-richtlijn betreffende het gemeenschappelijke stelsel van de belasting over de toegevoegde waarde (belasting op landbouwprodukten) van uit dat, gedurende de periode waarin de BTW-overgangsregeling geldt - en dus in principe tot 31 december 1996 - alle lidstaten een verlaagd tarief moeten kunnen toepassen op dergelijke produkten.

Het zou dus gaan om een facultatieve en niet om een verplichte toepassing van het verlaagd tarief.

Momenteel wordt dat voorstel besproken in de ad hoc groep van de Raad van de Europese Unie.

Uit de eerste besprekingen is gebleken dat Nederland en Duitsland inderdaad aandringen op de verlenging van de mogelijkheid om voor de sierteelt het verlaagde tarief toe te passen en zodoende met het Commissievoorstel tot wijziging van de zesde BTW-richtlijn akkoord te gaan.

Anderdeels ben ik er niet van op de hoogte dat die lidstaten op andere vlakken bijkomende maatregelen zouden hebben gevraagd om de concurrentiepositie van hun sierteelt te handhaven.

Het is evident dat ik streef naar een Europese harmonisatie van het BTW-tarief in de sierteeltsector, aangezien het toepassen van verschillende tarieven aanleiding kan geven tot frauduleuze praktijken.
