Verkopen van hout door gemeenten · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

137 13 mei 1971

Zoeken

Verkopen van hout door gemeenten

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/137-verkopen-hout-gemeenten-hambye-1873

Nummer
137
Datum
13 mei 1971

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

19 paragrafen

Vr. en Antw., Senaat

Verkopen van hout door gemeenten

VRAAG

Sommige gemeenten en commissies van openbare onderstand verkopen elk jaar (openbaar of onderhands) bomen op stam, die omgehakt moeten worden in de bossen en wouden, die hun eigendom zijn.

De bestekken, die voor deze verkoop gelden, bepalen vaak dat de verkoopprijs in twee of meer keren moet betaald worden. De bomen mogen alleen worden weggenomen op vertoon van een exploitatievergunning uitgereikt door Waters en Bossen, na betaling van de verkoopprijs of van het eisbaar gedeelte ervan, of na het stellen van een borgtocht bij een bank.

Bedoelde gemeenten en commissies van openbare onderstand worden, voor de toepassing van de BTW, gelijkgesteld met landbouwexploitanten (art. 57 van het Wetboek van de BTW, koninklijk besluit nr. 22).

Als de koper zelf BTW-plichtig is, moet hij de BTW betalen; hij moet het forfaitair bedrag van de voorbetaalde belasting, die de verkopers geacht zijn te dragen (2 pct), terugbetalen en de Staat, bij zijn periodieke aangifte, het overschot van de verschuldigde belasting (4 pct.) betalen.

De vraag rijst wanneer de aan de Staat verschuldigde belasting eisbaar is, als de betaling krachtens het bestek gesplitst wordt:

1. bij de betaling van elk gedeelte;

2. wanneer de overeenkomst gesloten is of door de toezichthoudende overheid goedgekeurd is;

3. bij de afgifte van de exploitatievergunning?

Het Bestuur van Waters en Bossen bepaalt, in de bestekken over de verkoop van hout uit het rijksdomein, dat de 4 pct. BTW eisbaar zijn bij elke betaling. Dit is blijkbaar strijdig met de artikelen 15 en 17 van het Wetboek, volgens welke de belasting verschuldigd is bij de levering, en deze geschiedt op het ogenblik dat de goederen ter beschikking van de koper worden gesteld.

Is aan die voorwaarde niet voldaan wanneer, na de goedkeuring van de verkoop door de toezichthoudende overheid, de koper de kapping mag uitvoeren ingevolge de afgifte van de exploitatievergunning, vereist bij artikel 51 van het Boswetboek?

ANTWOORD

Het stuk dat in de door het geachte lid voorgestelde omstandigheden door de koper van het hout moet worden uitgereikt aan de gemeente of aan de commissie van openbare onderstand -waarop de voorbelasting is vermeld (2 pct. van de maatstaf van heffing voor de BTW), die hij moet terugbetalen aan laatstgenoemde boven de aankoopprijs - moet worden afgeleverd uiterlijk de vijfde werkdag na de maand waarin het belastbaar feit zich heeft voorgedaan (z. koninklijk besluit nr. 22, van 15 september 1970 ar. 4, § 1).

Bij verkoop van bomen op stam ontstaat het belastbaar feit op het tijdstip waarop de koper de toestemming krijgt om te vellen.

Wanneer de verkoopprijs bij gedeelten wordt betaald, is het normaal dat, om praktische redenen, de gemeente of de commissie van openbare onderstand, bij iedere gedeeltelijke betaling, benevens het bedrag ervan, terugbetaling vraagt van de voorbelasting en de verkoopkosten die betrekking hebben op dat gedeelte van de prijs.

Het verschil tussen het tarief van 6 pct., verschuldigd voor de aankoop van bomen op stam, en het bedrag van 2 pct., dat de voorbelasting vertegenwoordigt betaald door de gemeente of door de commissie van openbare onderstand, moet worden ingeschreven in de periodieke BTW-aangifte voor het tijdvak waarin de belasting opeisbaar is geworden, meer bepaald voor het tijdvak waarin de toestemming om te vellen werd afgeleverd. De koper mag in dezelfde aangifte de hierboven bedoelde belasting van 6 pct. in aftrek brengen.

Ten slotte wordt opgemerkt dat, in tegenstelling met hetgeen blijkt uit het voorlaatste lid van de vraag van het geachte lid, de betaling van de belasting van 4 pct. niet wordt geregeld in de lastenkohiers opgesteld door het Bestuur van Waters en Bossen.

Aangehaalde teksten

3
WBTW art. 151 voorkomen
WBTW art. 171 voorkomen
WBTW art. 571 voorkomen