---
title: "Parlementaire vraag 1366 · Internationale stoffenverkoop. Oneerlijke concurrentie"
description: "Internationale stoffenverkoop. Oneerlijke concurrentie. Parlementaire vraag nr. 1366 van 15 juni 2006 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1366-internationale-stoffenverkoop-oneerlijke-concurrentie-meyer-d7f1"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/1366-vente-internationale-textiles-concurrence-deloyale-e483"
---

# Internationale stoffenverkoop. Oneerlijke concurrentie

**Nummer**

1366

**Datum**

15 juni 2006

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

19 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, 2005-2006, nr. 133, blz. 26252-26253**

*Internationale stoffenverkoop - Oneerlijke concurrentie*

## **VRAAG**

Onze stoffenhandelaars krijgen tegenwoordig concurrentie van over de grens via zogenaamde «stoffenbeurzen», onder andere in de «Grenslandhallen » in Hasselt. Op dergelijke beurzen worden stoffen aan de man gebracht door Nederlanders waar er tweemaal minder BTW wordt gerekend, zodat ze onder de normale Belgische prijzen kunnen verkopen.

Onze Belgische stoffenhandelaars klagen over oneerlijke concurrentie en een drastische daling van hun eigen verkoopcijfers door deze praktijken.

Bent u op de hoogte van dergelijke praktijken en kan er soelaas geboden worden aan onze eigen Belgische stoffenhandelaars ?

## **ANTWOORD**

(vice-eerste minister en minister van Financiën, 31.08.2006)

Terzake past het de toepasselijke BTW wetgeving in herinnering te brengen wanneer een in Nederland gevestigde leverancier vanuit Nederland textielgoederen vervoert naar België met het oog op de eventuele verkoop ervan in het kader van een beurs of een andere commerciële manifestatie.

De verplaatsing in een eerste fase van de goederen van Nederland naar België, wordt niet aangemerkt als een overbrenging in de zin van artikel 12 *bis*, 2de lid, 7° van het BTW-Wetboek. Hieruit volgt dat de aankomst van de goederen in België niet wordt gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving van goederen in de zin van artikel 25 *quater*, § 1, 2de lid van het BTW-Wetboek, zodat er op dat ogenblik in België geen belasting verschuldigd is.

Wanneer de goederen in een tweede fase verkocht worden, is er echter niet meer voldaan aan de voorwaarde van tijdelijk gebruik : de toewijzing van deze textielgoederen in België wordt vanaf dat ogenblik gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel die in België aan de BTW moet onderworpen worden.

In een derde fase, vindt er wat de verkoop van de goederen betreft een levering in België plaats welke de Belgische BTW opeisbaar maakt.

Wanneer de koper een particulier of meer algemeen een persoon is die niet gehouden is tot het indienen van periodieke aangifte in België, dient de Nederlandse handelaar hem de Belgische BTW aan te rekenen.'

Wanneer echter de koper een belastingplichtige is die gehouden is tot het indienen van periodieke aangiften, rekent de Nederlandse verkoper geen BTW aan op zijn factuur, maar dient zijn klant de verschuldigde Belgische BTW te berekenen en aan te geven in zijn periodieke aangifte volgens de regeling van de verlegging van heffing (Wetboek, artikel 51, § 2, 5°).

Voor het uitoefenen van deze verrichtingen dient de Nederlandse handelaar in textiel zich in principe voor BTW doeleinden in België te laten identificeren.

Er wordt evenwel een bijzondere regeling van verplicht ontslag tot BTW-identificatie ingevoerd door de Belgische reglementering ten aanzien van de niet in België gevestigde belastingplichtigen die toevallig deelnemen aan commerciële beurzen in België. Deze niet in België gevestigde belastingplichtigen worden verzocht contact op te nemen met het Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen.

De Nederlandse handelaar, aldus ontslagen van de verplichting tot BTW-identificatie in België, dient een samenvattende staat in te dienen van alle tijdens de beurs verkochte goederen en de aangerekende Belgische BTW te storten.

Het geachte lid zal bijgevolg vaststellen dat de in haar vraag beschreven situatie kennelijk niet overeenstemt met de toepasselijke BTW-wetgeving, aangezien de Nederlandse handelaars blijkbaar Nederlandse BTW aan hun klanten aanrekenen.

Tot op heden werd mijn administratie niet op de hoogte gebracht van deze praktijken.

Zij zal niettemin ten gepaste tijd een grondig onderzoek instellen teneinde de correcte toepassing van de wettelijke bepalingen ter zake na te gaan.
