---
title: "Parlementaire vraag 136 · Btw sporttrainers"
description: "Btw sporttrainers, hoedanigheid van Btw-plichtige, band van ondergeschiktheid. Parlementaire vraag nr. 136 van 11 december 2020 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/136-btw-sporttrainers-steven-mathei-hoedanigheid-8bf7"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/136-regime-tva-applicable-entraineurs-sportifs-14f0"
---

# Btw sporttrainers

**Nummer**

136

**Datum**

11 december 2020

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

23 paragrafen

Parlementaire vraag nr. 136 van de heer Steven Matheï d.d. 11.12.2020

**Kamer, Vragen en Antwoorden, 2020-2021, QRVA 55/035 d.d. 18.01.2021, blz. 178**

Vraag nr. 136 van de heer volksvertegenwoordiger Steven Matheï van 11 december 2020 (N.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding:

*Btw sporttrainers.*

## **VRAAG**

[Artikel 4 van het Btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-4) bepaalt wanneer men btw-plichtig is. Hieraan zijn verschillende voorwaarden verbonden. Zo stelt artikel 4 dat elke onderneming die regelmatig en zelfstandig economische activiteiten verricht btw-plichtig is, ongeacht of er een winstoogmerk is. Daarnaast maakt het ook niet uit of het om een hoofd- of nevenactiviteit gaat.

Een zelfstandige sporttrainer die bij een bepaalde sportclub sportlessen geeft is geen btw-belastingplichtige wanneer men zich in een verband van ondergeschiktheid bevindt ten opzichte van de club. Men kan hierbij het onderscheid maken tussen twee soorten overeenkomsten: enerzijds een arbeidsovereenkomst en anderzijds een aannemingsovereenkomst.

Voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst is vereist dat de werknemer zijn arbeid verricht in een verhouding van ondergeschiktheid aan de werkgever. Zonder gezagsverhouding kan er dus geen arbeidsovereenkomst zijn. Werken onder gezag is wat de werknemer onderscheidt van de zelfstandige.

Het Hof van Cassatie omschrijft de gezagsuitoefening als "een essentieel element van de arbeidsovereenkomst dat voor de werkgever de bevoegdheid inhoudt de werknemer te leiden en toezicht uit te oefenen op het werk van de werknemer".

Gezag houdt met andere woorden de bevoegdheid in voor de werkgever om leiding te geven aan de werknemer (bevelrecht) en toe te zien op de uitvoering van de bevelen (controle- en tuchtrecht). Het gezag hoeft niet noodzakelijk daadwerkelijk en permanent uitgeoefend te worden. Het volstaat dat de werkgever de juridische mogelijkheid heeft om op elk ogenblik effectief gezag uit te oefenen, zonder dat het noodzakelijk is dat hij dat ook strikt en ononderbroken doet. De gezagsverhouding bestaat dus zodra gezag feitelijk kan worden uitgeoefend.

Een arbeidsovereenkomst onderscheidt zich van een aannemingsovereenkomst. De aannemingsovereenkomst houdt in dat een partij, de aannemer, zich verbindt tegenover een andere partij, de opdrachtgever, om een bepaald werk uit te voeren tegen een bepaalde prijs. Het sociaal statuut van de aannemer is dat van de zelfstandige. Als men de nodige vrijheid heeft, is men niet ondergeschikt en zelfstandig.

Kunt u bevestigen dat de zelfstandige sporttrainer een arbeidsovereenkomst moet sluiten met de club waar hij sportlessen geeft om buiten het toepassingsgebied van btw te vallen indien andere vrijstellingsvoorwaarden (minder dan 25.000 euro ontvangsten en vrijstelling op basis van artikel 44 WIB) niet van toepassing zijn?

## **ANTWOORD**

**van de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding van 18.01.2021:**

Volgens [artikel 4, § 1, van het btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-4) is belastingplichtig, eenieder die in de uitoefening van een economische activiteit geregeld en zelfstandig, met of zonder winstoogmerk, hoofdzakelijk of aanvullend, leveringen van goederen of diensten verricht die in dit Wetboek zijn omschreven, ongeacht op welke plaats de economische activiteit wordt uitgeoefend. Eenieder die onder de voorwaarden van [artikel 4 van het btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-4) diensten verstrekt, dient als belastingplichtige te worden aangemerkt en dient zich in principe als dusdanig te laten identificeren.

De voorwaarde dat een werkzaamheid "zelfstandig" moet worden verricht, sluit overeenkomstig de bepalingen van [artikel 10 van richtlijn 2006/112/EG](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-10), "loontrekkenden en andere personen van de belastingheffing uit, voor zover zij met hun werkgever een arbeidsovereenkomst hebben aangegaan of enige andere juridische band hebben waaruit een verhouding van ondergeschiktheid ontstaat ten aanzien van de arbeids- en bezoldigingsvoorwaarden en de verantwoordelijkheid van de werkgever".

In dit verband heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie verduidelijkt dat een werknemer niet in eigen naam, voor eigen rekening en onder zijn eigen verantwoordelijkheid handelt, maar voor rekening en onder de verantwoordelijkheid van de werkgever.

Er kan evenwel geen sprake zijn van een juridische band waaruit een verhouding van ondergeschiktheid blijkt wanneer men het economische risico van de werkzaamheden draagt (zie ook Hof van Justitie van de Europese Unie, Arrest J. A. van der Steen tegen Inspecteur van de Belastingdienst Utrecht-Gooi/kantoor Utrecht, zaak [C-355/06](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-355-06-arrest), van 18 oktober 2007, punten 23 en 24 en Hof van Justitie van de Europese Unie, Arrest IO tegen Inspecteur van de rijksbelastingdienst, zaak [C-420/18](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-420-18-arrest), van 13 juni 2019, punten 32 en volgende).

Ingeval er evenwel twijfel zou bestaan over het al dan niet "zelfstandig" verrichten van een bepaalde werkzaamheid in de zin van hetgeen voorafgaat, kan het standpunt dat ten aanzien van deze werkzaamheid wordt ingenomen op het vlak van de sociale zekerheid of op vlak van de inkomstenbelasting een nuttig element vormen bij de beoordeling van deze feitenkwestie. Uit de praktijk blijkt dan ook dat diegenen die onderworpen zijn aan de bedrijfsvoorheffing in de regel niet als belastingplichtige worden aangemerkt.

Wanneer een sportleraar met een club verbonden is door een arbeidsovereenkomst, is hij geen btw-belastingplichtige aangezien hij niet zelfstandig optreedt in de zin van voornoemd artikel 4.

Dit is ook het geval wanneer een sportleraar anders dan in loondienst sportlessen geeft in een instelling die diensten verstrekt die al dan niet aan de btw zijn onderworpen, doch uit de werkelijke arbeidsverhoudingen blijkt dat er tussen de sportleraar en de club of federatie die beroep doet op zijn diensten, wel een band van ondergeschiktheid bestaat (beslissing nr. E.T. 79.369 van 4 februari 1994).

Dit kan onder meer blijken uit het feit dat de sportleraar onderworpen is aan het intern reglement van de club of federatie die bovendien eenzijdig de inhoud van het onderricht, het uurrooster en de bezoldiging of vergoeding van de sportleraar vaststelt.

Het hangt af van de concrete situatie om te bepalen of de sportleraar al dan niet als zelfstandige wordt aangemerkt en is dus niet automatisch verbonden aan het bestaan van een formele arbeidsovereenkomst.

Indien u een welbepaald geval beoogt, nodig ik u uit mij de feitelijke en juridische elementen ervan te bezorgen. Ik zal ze voor onderzoek aan de administratie overmaken.

## Aangehaalde teksten

4

[WBTW art. 4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-4) 3 voorkomens

[btw-richtlijn 2006/112 art. 10](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-10) 1 voorkomen

[C-355/06, arrest van 18 oktober 2007](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-355-06-arrest) 1 voorkomen

[C-420/18, arrest van 13 juni 2019](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-420-18-arrest) 1 voorkomen

## Administratieve doctrine

1

[Parlementaire vragen 1](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/136-btw-sporttrainers-steven-mathei-hoedanigheid-8bf7/documenten?type=parlementaire-vragen)

« … en zelfstandig economische activiteiten verricht btw-plichtig is. Ongeacht of er een winstoogmerk is. Daarnaast maakt het ook niet uit of het om een hoofd- of nevenactiviteit gaat. Met betrekking tot sportleraren gaf u in een antwoord op schriftelijke vraag nr. 136 van 11 december 2020 (Vragen en Antwoorden, Kamer, 2020-2021, nr. 35) aan dat wanneer een sportleraar met een club verbonden is via een arbeidsovereenkomst, hij geen btw-belastingplichtige is aangezien hij niet zelfstandig optreedt en de zin van artikel 4 van het … »

[Btw sporttrainers](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/671-btw-sporttrainers-steven-mathei-sporttrainer-fad5) Parlementaire vraag 08.10.2021

[Bekijk het document](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/136-btw-sporttrainers-steven-mathei-hoedanigheid-8bf7/documenten)
