---
title: "Parlementaire vraag 1351 · Openbare instelling. Belastingplichtige. Belastingplicht. Exploitatie van havens en bevaarbare waterlopen. Scheepvaartrechten. Haven"
description: "Openbare instelling. Belastingplichtige. Parlementaire vraag nr. 1351 van 30 september 1998 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1351-openbare-instelling-belastingplichtige-belastingplicht-exploitatie-9771"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/1351-assujettissement-assujetti-etablissement-public-organisme-9cc1"
---

# Openbare instelling. Belastingplichtige. Belastingplicht. Exploitatie van havens en bevaarbare waterlopen. Scheepvaartrechten. Haven. · Openbare instelling. Belastingplichtige. Belastingplicht. Exploitatie van havens en bevaarbare waterlopen. Scheepvaartrechten. Haven. Waterloop

**Nummer**

1351

**Datum**

30 september 1998

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

19 paragrafen

**Vr. en Antw., Senaat, G.Z. 1997-1998 blz. 4718**

*Openbare instelling - Belastingplichtige - Belastingplicht - Exploitatie van havens en bevaarbare waterlopen - Scheepvaartrechten - Haven - Waterloop*

## **VRAAG**

De geregionaliseerde diensten voor Scheepvaart lijken aan weerszijden van onze taalgrens het BTW-Wetboek op verschillende wijze toe te passen wat de heffing van de BTW over scheepvaartrechten (droits de navigation) betreft.

Inderdaad zou de Vlaamse Dienst voor de Scheepvaart naar verluidt BTW aanrekenen op scheepvaartrechten. Van de BTW zouden alléén vrijgesteld zijn de scheepvaartrechten verschuldigd door de geladen zeeschepen, waarvoor een vrijstelling is bepaald in [artikel 42, § 1, 5°, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-42).

De Waalse Dienst voor Scheepvaart (Direction Navigation) zou daarentegen helemaal géén BTW aanrekenen over scheepvaartrechten.

De vragen liggen voor de hand :

1\. Kan de geachte Minister een standpunt innemen over de vraag of deze BTW nu al dan niet verschuldigd was ? Aan wie zal de Minister terzake en ter bevordering van een correcte toepassing van de wetgeving instructies verschaffen ? Via welke weg zal het standpunt aan de regionale overheden meegedeeld worden ?

2\. Wanneer de BTW in Vlaanderen ten onrechte werd geïnd, hoe kunnen de betrokken scheepvaarders ze in die hypothese recupereren en bij welke instantie moeten ze daarvoor terecht ?

## **ANTWOORD**

1\. Op grond van [artikel 6 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6) worden de Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten van de Belgische Staat, de provincies, de agglomeraties, de gemeenten en de openbare instellingen niet als belastingplichtige aangemerkt voor de werkzaamheden of handelingen die zij als overheid verrichten, ook niet indien zij voor die werkzaamheden of handelingen rechten, heffingen, bijdragen of retributies innen.

De Koning merkt ze evenwel als belastingplichtige aan voor deze werkzaamheden of handelingen voor zover een behandeling als niet-belastingplichtige tot concurrentieverstoring van enige betekenis zou leiden.

Het derde lid van voornoemd artikel 6 verleent bovendien de Koning de macht om dergelijke instellingen als belastingplichtige aan te merken voor de handelingen die Hij bepaalt voor zover deze niet van onbeduidende omvang zijn.

Het koninklijk besluit nr. 26 van 2 december 1970 met betrekking tot het onderwerpen van de openbare instellingen aan de belasting over de toegevoegde waarde, somt op beperkende wijze de openbare instellingen op die als belastingplichtige worden aangemerkt, alsmede de handelingen waarvoor zij belastingplichtige zijn.

Op grond van artikel 1, 1°, 5de streepje van bovengenoemd koninklijk besluit, worden de diensten en de regieën van de Staat, van de Gemeenschappen, van de Gewesten, van de provinciën, van de agglomeraties en van de gemeenten, alsmede de openbare instellingen als BTW-belastingplichtige aangemerkt ten aanzien van de levering van goederen en het verrichten van diensten in het kader van de exploitatie van havens en bevaarbare waterlopen.

Gelet op hetgeen voorafgaat, hebben de openbare instellingen de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige voor het verlenen van het recht om gebruik te maken van havens en bevaarbare waterlopen waarvoor als tegenprestatie scheepvaartrechten worden geïnd.

De plaats van de bovengenoemde diensten wordt bepaald overeenkomstig [artikel 21, § 2, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21), dit is het land waar de dienstverrichter, is gevestigd. De geïnde scheepvaartrechten zijn dan ook aan de BTW in België onderworpen tegen het normale BTW-tarief dat thans 21 pct. bedraagt tenzij, zoals het geachte Lid opmerkt, de vrijstelling beoogd in [artikel 42, § 1, 5°, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-42) van toepassing is.

Door de Administratie werden de nodige maatregelen genomen opdat bovengenoemde principes op een uniforme wijze zouden worden toegepast.

2\. Punt 2 van de vraag is derhalve zonder voorwerp.

## Aangehaalde teksten

3

[WBTW art. 42](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-42) 2 voorkomens

[WBTW art. 21](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21) 1 voorkomen

[WBTW art. 6](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6) 1 voorkomen
