Vr. en Antw., Kamer, 2005-2006, nr. 133, blz. 26245-26247
BTW-aftrek - Saneringswerken van industriële sites
ANTWOORD
(vice-eerste minister en minister van Financiën, 31.08.2006)
De vraag gesteld door het geachte lid moet worden onderzocht in het licht van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen en in het bijzonder van de arresten door dit Hof gewezen op 6 april 1995 en 8 juni 2000, in de zaken C-4/94, BLP Group plc en C-98/98, Midland Bank plc.
Deze rechtspraak leert ons dat voor het recht op aftrek een rechtstreekse en onmiddellijke samenhang vereist is tussen de goederen en diensten verstrekt aan de belastingplichtige en de belaste handelingen, ongeacht het uiteindelijke doel dat de belastingplichtige nastreeft.
Het Hof heeft bovendien verduidelijkt dat dit principe van een rechtstreekse en onmiddellijke samenhang veronderstelt dat de elementen van de kostprijs van de in een later stadium verrichte handelingen normalerwijze moeten zijn ontstaan vóórdat de belastingplichtige de belaste handelingen heeft verricht. Bij het ontbreken echter van een samenhang met een bijzondere handeling in een later stadium, gaat het Hof ervan uit dat er een rechtstreekse en onmiddellijke samenhang kan zijn tussen de goederen en diensten verstrekt aan de belastingplichtige en de volledige bedrijfsactiviteit van deze belastingplichtige.
Om die reden moet, om te bepalen of de BTW geheven van saneringswerken van vervuilde terreinen aftrekbaar is, eerst worden onderzocht of er een rechtstreekse en onmiddellijke samenhang is tussen de sanerings- en reinigingswerken en een bijzondere handeling die in een later stadium wordt verricht na deze werken.
Indien dit het geval is, is de belasting geheven van deze werken slechts aftrekbaar in de mate dat deze handeling in een later stadium met de BTW wordt belast. Indien de gesaneerde en gereinigde terreinen het voorwerp uitmaken van een levering die vrijgesteld is van de BTW door artikel 44, § 3, 1°, a), van het Wetboek, is de belasting geheven van deze saneringswerken niet aftrekbaar.
Bij gebrek aan een dergelijke rechtstreekse en onmiddellijke samenhang met een bijzondere handeling in een later stadium en, bijvoorbeeld, indien de gesaneerde en gereinigde terreinen verder worden gebruikt voor de behoeften van de economische activiteit van de belastingplichtige, wordt aangenomen dat deze werken een rechtstreekse en onmiddellijke samenhang vertonen met de bedrijfsactiviteit van de belastingplichtige en dat de belasting geheven van deze werken aftrekbaar is volgens de regels die van toepassing zijn op de algemene kosten van deze belastingplichtige.
Dit is in principe eveneens het geval wanneer de gesaneerde terreinen in het economisch patrimonium van de belastingplichtige blijven in afwachting van een nieuwe aanwending of gebruik, dat nog niet is bepaald op het ogenblik van deze werken. Indien in dit laatste geval echter de gesaneerde of gereinigde terreinen definitief het voorwerp uitmaken van een vrijgestelde levering werd de van die saneringswerken geheven BTW ten onrechte in aftrek gebracht zodat die belasting dan ook moet terugbetaald worden.
Ten slotte, in de omstandigheden waarin het Hof heeft beslist in het arrest gewezen op 22 februari 2001, in de zaak C-408/98, Abbey National plc, waarbij de bedoelde kosten niet in verband staan met een latere handeling of een economische activiteit maar werden verricht in het kader van de overdracht van een onderneming met toepassing van artikel 11 van het BTW-Wetboek, kan de aftrek van de belasting geheven van saneringswerken worden toegestaan volgens de regels die van toepassing zijn op de algemene kosten van de belastingplichtige-overdrager, rekening houdend met de economische activiteit verricht door deze belastingplichtige vóór de overdracht (toepassing van het neutraliteitsbeginsel van de belasting).