---
title: "Parlementaire vraag 1342 · Verenigingen die over een kantine beschikken. Verkoop van frisdranken"
description: "Verenigingen die over een kantine beschikken. Verkoop van frisdranken. Parlementaire vraag nr. 1342 van 26 juni 2006 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1342-verenigingen-kantine-beschikken-verkoop-frisdranken-d6d2"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/1342-associations-disposent-cantine-vente-rafraichissements-c574"
---

# Verenigingen die over een kantine beschikken. Verkoop van frisdranken

**Nummer**

1342

**Datum**

26 juni 2006

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

21 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, 2005-2006, nr. 136, blz. 26658-26660**

*Verenigingen die over een kantine beschikken - Verkoop van frisdranken*

## **VRAAG**

Het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen doet heel wat controles om de veiligheid van de voedselketen te waarborgen. Nu blijkt dat diverse VZW's (met name specifiek in de sportwereld) die over een lokaal beschikken en dat enkel toegankelijk is voor leden ook van deze diensten het bezoek krijgen. Alhoewel in deze kantines enkel sportdranken en frisdranken worden verkocht aan de leden (om na de trainingen iets te kunnen gebruiken) en dit bijgevolg kleinschalig is, worden deze verenigingen nu verplicht om een aangifte in te dienen.

1\. Sinds wanneer geldt deze maatregel, namelijk dat verenigingen die over een kantine beschikken ook belastingen moeten betalen (gezien de tarieven duidelijk vermeld staan op het schrijven) op de verkoop van frisdranken?

2\. Kan uw administratie meedelen of het hier gaat om een algemeen verschijnsel of dat het gaat om gerichte acties in een bepaalde regio van Vlaanderen?

3\. Wat is uw standpunt hieromtrent?

## **ANTWOORD**

(vice-eerste minister en minister van Financiën, 18.09.2006)

1\. Er dient een duidelijk onderscheid te worden gemaakt tussen het statuut van een rechtspersoon enerzijds en de belastingplicht anderzijds.

De VZW als vereniging wordt geregeld door de wet van 27 juni 1921, gewijzigd bij de wet van 2 mei 2002, waardoor ze rechtspersoonlijkheid verkrijgt. Dit statuut betekent in geen geval dat alle fiscale verplichtingen komen te vervallen. Immers, de VZW heeft als rechtspersoon in vele gevallen te maken met een aspect inkomstenbelastingen (rechtspersonenbelasting of vennootschapsbelasting) en BTW, alsook de jaarlijkse taks op de VZW's. Bovendien kan de VZW ook aan andere belastingen of taksen onderworpen zijn (belastingen op spelen en weddenschappen, taksen op drankslijterijen, ...).

Wat de BTW-belastingplicht betreft kan gewezen worden op de bepalingen van [artikel 4, § 1 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-4) waarin wordt gesteld dat als BTW-belastingplichtige dient te worden aangemerkt: "Eenieder die in de uitoefening van een economische activiteit geregeld en zelfstandig, met of zonder winstoogmerk, hoofdzakelijk of aanvullend, leveringen van goederen en diensten verricht die in het BTW-Wetboek zijn omschreven, ongeacht op welke plaats de economische activiteit wordt uitgeoefend.". Uit deze bewoordingen blijkt in geen geval dat de omschrijving van de belastingplicht afwijkend zou zijn voor bepaalde rechtspersonen waaronder de VZW.

Het komt nochtans voor dat bepaalde VZW's, die ten aanzien van hun voornaamste werkzaamheid op grond van [artikel 44 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) van de belasting zijn vrijgesteld, ten aanzien van het op bijkomstige wijze verschaffen van spijzen en dranken, anders dan als exploitant van een restaurant, niet als BTW-belastingplichtige dienen te worden geregistreerd. Dit is inzonderheid het geval voor verenigingen zonder winstoogmerk die sportinrichtingen en inrichtingen voor lichamelijke ontwikkeling exploiteren en die diensten verstrekken aan personen die aan lichamelijke ontwikkeling of sport doen, indien de ontvangsten uit die vrijgestelde werkzaamheid uitsluitend worden gebruikt tot dekking van de kosten ervan (BTW-Wetboek, artikel 44, § 2, 3°).

Bovengenoemde tolerantie dient echter strikt te worden geı¨nterpreteerd en geldt slechts voor zover de lokalen van bedoelde verenigingen waar spijzen en dranken worden geserveerd enkel toegankelijk zijn voor de personen die in de sportinrichting werkelijk aan sport hebben gedaan en op bijkomende wijze voor hun genodigden.

Wanneer de betrokken verenigingen aan bovengenoemde voorwaarden niet voldoen, is ten aanzien van het verschaffen van spijzen en dranken de BTW van toepassing en dienen de verenigingen voor die werkzaamheid als gemengde BTW-belastingplichtigen te worden aangemerkt en ais zodanig te worden geregistreerd.

Bovendien wordt gewezen op de mogelijke toepassing van [artikel 56, § 2 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-56) (kleine ondernemingen waarvan de jaaromzet 5 580,00 euro niet overschrijdt), waardoor de vereniging ontheven wordt van de meeste verplichtingen die rusten op een BTW-belastingplichtige.

2\. Eventuele specifieke en gerichte controles die worden uitgevoerd door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen worden hier buiten beschouwing gelaten, gezien deze onder de bevoegdheid van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid vallen.

Wat de controles betreft die ter zake worden uitgevoerd inzake inkomstenbelastingen en BTW kan als algemeen referentiekader zowel worden verwezen naar de beslissing van de regering om, in het kader van de budgettaire neutrale hervorming van de vennootschapsbelasting, over te gaan tot een betere inning van de belasting door de zogenaamde oneigenlijke VZW's te onderwerpen aan de vennootschapsbelasting in plaats van aan de rechtspersonenbelasting, als naar de audit van het Rekenhof inzake de fiscale controle van de niet aan de vennootschapsbelasting onderworpen rechtspersonen. Reeds in 2002 werd een algemene controleactie inzake inkomstenbelastingen en BTW georganiseerd met het oog op de detectie van de VZW's met een oneigenlijk karakter. Bovendien konden door deze actie naast de problematiek van de oneigenlijke VZW's ook een aantal fraudemechanismen worden blootgelegd die eveneens implicaties hadden voor andere sectoren en/of (BTW-) belastingplichtigen.

Gezien de grootschaligheid en de diversiteit van de acties werden geen specifieke sectoren (bijvoorbeeld sportverenigingen) geviseerd.

3\. Het toezicht op het oneigenlijk gebruik van VZW-structuren dient te worden gezien als een belangrijk gegeven.

In de eerste plaats kan worden vermeden dat "valse" VZW's geheel ten onrechte gebruik kunnen maken van een doorgaans gunstiger fiscaal regime in de rechtspersonenbelasting, terwijl ze eigenlijk dienen te worden belast in de vennootschapsbelasting.

Daarnaast is de kans reëel dat de oneigenlijke VZW haar vooropgesteld hoofddoel misbruikt voor het stellen van commerciële activiteiten. Hetzelfde hoofddoel wordt bovendien soms als een afscherming misbruikt teneinde de registratie voor BTW-doeleinden zoveel mogelijk te vermijden (fingeren van vrijgestelde activiteiten, optie voor een vrijstellingsregeling, ...).

## Aangehaalde teksten

3

[WBTW art. 4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-4) 1 voorkomen

[WBTW art. 44](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) 1 voorkomen

[WBTW art. 56](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-56) 1 voorkomen
